Een godshuis in Calais (november 2015)

Column Altijd onderweg- Een Godshuis in Calais (november 2015)
Prot. kerkblad Delft

CALAIS, FRANCE – JULY 31: A woman enters the site of a church in a make shift camp near the port of Calais on July 31, 2015 in Calais, France.  (Photo by Rob Stothard/Getty Images)

Niemand weet waarheen, nergens veilig thuis, rusteloze tocht. Het is de eerste regel van een vrijzinnig kerkliedje. Eenvoudige woorden die de actualiteit van de vreemdeling en de vluchteling meteen bij ons wakker roepen. Altijd onderweg naar die stip aan de horizon in verlangen naar een veilig thuis. Als vanzelf verschijnen op de meest bizarre plekken langs de vluchtroutes kleine Godshuizen in grote eenvoud.
Een paar vierkante meter wordt tot een gewijde plek voor een moment van stilte en gebed. De kapel in de jungle van Calais is voor velen iconisch geworden, een teken van vertrouwen en nabijheid.
Naar deze vluchtkapel verwijst de katholieke theoloog Erik Borgman in een  interviews ter gelegenheid van zijn nieuwe boek: Waar blijft de kerk? Gedachten over opbouw in tijden van afbraak. Hij stelt dat de kerk veel te modern is geworden, zij blijft een sacrament. God gaat aan ons vooraf.
Ik geef toe dat haar bestaan niet afhangt van succes en snelle marketing.
Maar God valt toch niet samen met de traditie alleen?  Een restaurant in een ziekenhuis kan een Godshuis worden.
Waar wij ruimte maken voor de Onnoembaar Nabije met oude en nieuwe rituelen leggen we verbinding met het religieuze in alle voorlopigheid, zoals de kapel in de jungle van Calais. Wat hout uit de zee en muren van karton. Een kaars verlicht de stilte, de vluchteling bidt voor thuis.
Een meeneem heiligdom, zoals de Tent van Ontmoeting op de tocht door de woestijn, waar het oude boek ons van vertelt.
Niet de kerk maar wij zijn hooguit te modern geworden. God gaat vooraf aan mijn bestaan maar niet de kerk als instituut of als  sacrament.
Borgman moet toegeven dat er een probleem is als de rituelen niet meer worden herkend.
Ook wij Vrijzinnigen van Delft hebben geen eigen gebouw, wel rituelen. We zijn hiermee net als andere kerken een flexi gemeente met een ruimte waar het stil kan zijn.
We willen een plek zijn waar wij elkaar inspireren door de adem van de Geest.
Tegelijk kom ook ik graag in de oude kloosters waar een gemeenschap de eeuwen van secularisatie trotseert. Ook mijn geloof is flexi geworden, heeft iets voorlopigs en staat tegelijk in een oeroude traditie. Het is aan ons om gastvrijheid en onderdak te geven aan ieder die aanklopt met aandacht en stilte als code, als sacrament, als plek om thuis te komen.
Wij zijn gelukkig met de Waalse kerk.
We boffen, de gebeden hangen nog aan de muren maar we huren. Altijd onderweg niemand weet waarheen, nergens veilig thuis, rusteloze tocht.
Tina Geels