Als een mantel om mij heen – 22 nov. 2015

Overdenkingen

Delft 22 nov. 2015
Mattheüs 11: 25-30

ds. Tina Geels

Maar die gemene mannen dan, vraagt het jongetje. Die heb je overal, zegt de vader. Maar ze hebben wapens, zegt het jongetje.
Maar wij hebben bloemen, zegt de vader. Bloemen die kunnen niets.
Kijk dan, de mensen leggen overal bloemen neer.
Dat is om de wapens te bestrijden.
Dus de bloemen beschermen ons.
Ja, die beschermen ons en de kaarsen ook.
Bloemen beschermen ons, het is troost voor de kleine jongen uit Parijs.
Die ene bloem krijgt kracht die dieper reikt dan ieder woord.
Waar woorden niet meer tellen in een wereld van geweld komt er ruimte voor jouw gebaar, voor jouw blik die mij begrijpt.
Opnieuw een zee van bloemen.
“Kom niet met de hemel als ik om licht vraag…”
Die paar regels ontroeren mij.
Ik kan ze steeds weer opnieuw lezen en horen.
Heel weinig kan genoeg zijn, een glimp, een druppel, een flinter.
Olav Hauge overleed in 1994, rustig gezeten in zijn stoel, 70 jaar oud.
Hij leefde van de opbrengst van zijn appelboomgaard ver weg ergens op het platteland in Noorwegen.
Alleen in een tuin huisje, in de nabijheid van zijn welgestelde broer.
Vanuit de stilte geeft hij vandaag deze woorden aan ons mee:
Kom niet met de hemel als ik om licht vraag.
De hemel lijkt te ver. Vreemd geworden vanuit een geloof van vroeger.
Tegelijk rakelings nabij, maar anders.
Wat is de hemel voor Olav Hauge, te groot, te ver of bedoelt hij woorden van voorbij?
Een plek, een plaats? Verloren paradijs van ooit.
Ik kan alleen deze paar verzen aftasten.
“Kom niet met de hemel als ik om licht vraag” lijkt daar naar te verwijzen.
Deze woorden gaan over verlies en pijn.
Deze woorden gaan over jou en over mij,
Waar je raakt aan de grens van wat leven is en kan zijn.
Zoek je woorden van troost maar wel op maat.
Kom niet met de hemel.
Overschreeuw mijn verdriet niet met grote woorden of een pasklaar advies.
Kijk liever met de zintuigen van je hart.
Zoek tastend, zonder zekerheid naar datgene waar een ander om vraagt.
Naar datgene wat jij nodig hebt, een arm om je heen of een blik
die de eeuwigheid begrijpt.

De woorden uit Mattheüs komen uit een oud verhaal van nabijheid.
Dat verhaal gaat over ons en over een anker op de woeste waan van de dag.
Een verhaal groter dan ons eigen hart.
Het gaat over aandacht, wijsheid en nieuwe moed.

Mattheüs was een groot geleerde en kiest zijn woorden heel precies.
Het slotakkoord van deze preek begint Jezus met een dankgebed.
Daarna dat zoeken naar wijsheid.
Zijn het de denkers die naast ons gaan of is er een nieuwe rol voor de zieners en profeten? Die zoeken naar de wijsheid van het hart.
En dan dat zachte juk…

De tekst lijkt veel op woorden uit het boek van Sirach,
bij Protestanten minder bekend dan bij katholieken. (51: 23- 26) en ouder dan de woorden van Jezus.
“Kom naar mij toe onwetenden en vestig je in mijn leerhuis.
Verwerf wijsheid, kosteloos. Leg haar juk op je nek, laat je geest onderrichten. De wijsheid is vlakbij, het is de wijsheid van het hart”.
Ook deze woorden wijzen terug, zelfs naar een profetie van Jesaja:
het verstand van de geleerden zal verdwijnen. (Jes. 29: 14)
Uit deze oude traditie van wijsheid put ook Paulus in zijn eerste brief aan de gemeente in Corinthe als hij aan het begin van deze brief zegt.
De wijsheid van God is dwaasheid voor de mensen.
Zo eist ook deze tekst door de tijd.
Kom naar mij toe en neem je intrek in het leerhuis van het hart.
Buig je hals onder het juk van deze wijsheid.
Bij Mattheüs – zien we dezelfde tekst maar nog warmer.
Jezus is die warmte van liefde zelf. Dat trok de mensen aan als een magneet.
Komt tot mij wie vermoeid en belast is en ik zal u rust geven.
Neemt mijn juk op u en leert van mij. Mijn jk is zacht en mijn last is licht…
Jezus verwijst naar een ander juk.
De last op je schouders van een overspannen levenshouding toen en nu.
Teveel aan informatie, too much, na Parijs – nu Mail en dan?
Hoe ga je daar mee om?

Ik liep zaterdag door de stad en hoorde iemand zingen op de fiets, zomaar.
Dat andere juk, is de werkdruk, een te volle agenda.
Of diep van binnen.
Er drukt iets maar je weet niet precies wat en hoe?
Wij leggen elkaar en onszelf misschien ook onbewust soms een juk op.
Een onbenoembare last, in een wereld van karton, die zomaar om kan vallen.
In een wereld van winnen en verliezen.

Daarnaast is er het kleine juk waar misschien ook jij zelf onder door gaat.
Als jouw leven je teveel is of niet op orde.
Gaat de chaos met je aan de haal.
Ongevraagd maar ook zelf gekozen waar je eisen aan jezelf te hoog zijn.
Waar je vindt dat je iets op moet houden, een façade die je kwetsbaarheid onnodig en teveel verstopt.
Misschien moet het zo zijn, misschien kan het niet anders op dit moment.
Maar toch?
Hoe kan ik de pijn van het juk dat ik draag verlichten?

Hoe kan de zorg voor een zieke moeder geen last zijn ook al hield je niet van haar. Hoe kan het leven anders zijn?
Dit is de weg van het leerhuis, van de kennis van het hart.
Vrij, op de adem van de Geest.

Dit is het leerhuis van die Ene, die zei wat hij was en was wat hij zei. Het leerhuis van liefde, van warmte en nabijheid.
Het leerhuis van troost maar dan wel op maat.
Het leerhuis waar we de geheimen van het leven leren kennen.
Het gaat over eenvoud en genoeg en over aandacht voor elkaar.
Deze weg geeft rust aan onze ziel.
Daarom zegt Jezus: mijn juk is zacht en mijn last is licht.
Want ik ben zachtmoedig en nederig van hart.

Ik houd van deze tekst. Deze paar woorden geven zoveel ruimte, ontspanning en troost. Ik voel er nabijheid in van de Geest.
Als een mantel om mij heen geslagen- (zegt HO ergens in een van zijn liederen).
Ruimte en beschutting tegelijk. Vrijheid in een aandachtig leven.
Jezus wil niet aanbeden worden maar wil dat wij God leren kennen.
Ook nu in een ingewikkeld bestaan, in een doolhof van onzekerheid en angst.

Vandaag, deze laatste zondag van het kerkelijk jaar zijn de woorden van
Olav Hauge een kompas voor onderweg.
Een sobere tekst voorbij aan grenzen van taal en tijd.
Woorden als bloemen voor een kind dat begrijpt en begrepen is in jou en in mij.
Een vraag, een verzoek, een gebed-
Woorden van voorbij en van nog niet, in een moment waar de hemel aan de aarde raakt.
Kom niet met de hele waarheid,
Kom niet met de zee voor mijn dorst,
Kom niet met de hemel als ik om licht vraag,
Maar kom met een glimp, met dauw, met een flinter,
Zoals vogels druppels water meedragen van hun bad
En de wind een korrel zout.