april 2011 – PRINS PROXIMUS de 999e

Palmzondag Prins Proximus – Exodus 11:4-8, Lukas 19:29-40

Wij willen: een koning op een ezel.

Ds. Wim Jansen


Voor de kinderen: De prins en de bedelaar

(foto prins Willem Alexander) – die ken je wel.

Hij wordt over niet al te lange tijd koning, denk je ook niet?

Zo ken ik een verhaal over een prins die ook gauw koning zou worden;

Prins Proximus de 999e – vind je dat een mooie naam?

Prins Proximus dacht: Ik word binnenkort koning,

maar eigenlijk ken ik mijn volk niet goed.

Als ik ergens kom zijn de mensen altijd wel heel aardig

en ze buigen voor me en geven me taart en limonade en mooie geschenken,

maar dat doen ze omdat ze weten dat ik later hun koning word!

Ik wil wel eens weten hoe ze echt zijn.

Weet je wat, ik ga het land in als bedelaar.

Ik zet een oude pruik op en trek vieze kleren aan en laat mijn baard staan.

Dan herkennen ze me niet en dan kan ik zien

of ze voor een arme man ook zo aardig zijn.

Zo deed prins Proximus – maar het viel knap tegen.

Veel mensen scholden hem uit en sloegen hem en joegen hem weg.

Zo, dacht Prins Proximus de 999e, dat zie ik nu eens net.

Als ik koning ben zal ik zorgen dat de mensen goed zijn voor elkaar,

ook voor bedelaars.

Prins Proximus werd een goede koning,

een koning die goed zorgde voor arme mensen,

en die zelf ook heel gewoon bleef, zo gewoon als een bedelaar.

Jezus wordt ook wel een koning genoemd.

Maar hij is een koning die de mensen wil helpen, net als prins Proximus,

een eenvoudige koning, een koning op een ezel.

Vandaag lezen we het verhaal over die koning op een ezel,

die door de mensen wordt binnengehaald met palmtakken.

Daarom noemen we deze zondag Palmzondag.

En jullie gaan Palmpaasstokken versieren!

—————–

Meditatie

 

Lieve mensen,

of het nou gaat om Proximus de 999e,

of straks koning Willem IV, of Rutte, Rosenthal of Wilders,

wij willen allemaal betrouwbare mensen boven ons,

leiders die ons belang behartigen,

machthebbers die hun macht in dienst stellen van het volk,

eerlijke, authentieke mensen.

Geen sjoemelaars, geen zakkenvullers, geen regelneven,

geen dwingelanden, geen farao’s.

Wij willen:

Een koning op een ezel.

 

Want er wordt geklaagd in Nederland.

De politici zijn niet meer betrouwbaar, vinden veel mensen.

Goed van de tongriem gesneden draaien ze zich er altijd uit.

In plaats van de waarheid te zoeken, zoeken ze hun partijgelijk,

en proberen ze alleen maar te scoren met het oog op de verkiezingen.

We worden gedwongen te twijfelen aan hun integriteit.

De mensen hebben het geloof in de politiek verloren.

Waar wij behoefte aan hebben, dat is:

Een koning op een ezel.

 

De Bijbelverhalen laten ons die twee werelden zien:

De wereld van de rechtsverkrachting, onderdrukking, machtsmisbruik,

en de wereld waar de politicus een zoeker is naar recht en vrede,

de machthebber een dienaar van het volk,

en waar echtheid en integriteit hand in hand gaan.

Dat is wat de verteller van Exodus noemt:

Het onderscheid tussen Egypte en Israel.

En voor de goede orde:

Egypte in de bijbel heeft niets te maken met het huidige Egypte,

zelfs niet met het land Egypte van toen,

net zomin als Israel in de bijbel te maken heeft

met de staat Israel van nu of het volkje Israel van toen.

Egypte en Israel, dat is bijbeltaal.

Het staat symbool voor een levensstijl, een gezindheid,

een type mens soms ook, een mentaliteit

Egypte – dat is het Slavenland, Angstland, land van onderdrukking.

Als we in een Bijbelverhaal die naam tegenkomen

moeten alle alarmbellen gaan rinkelen,

moet ons geweten worden wakker geschud:

Oei, nou deugt het niet, nou gaat het mis.

Egypte, dat is: aan lager wal geraken, in de goot terechtkomen.

Veel slechter kun je het niet treffen.

Het bijbelse Egypte vind je niet op de kaart,

maar in je hart.

En Israel – dat staat voor: volk van God, vredestichter, dienen,

mens worden, mens van God.

Als we die naam tegenkomen mag er iets van herkenning zijn,

iets van verlangen:

ja, dat wil ik zijn, een mens van hoop en geloof, rechtvaardig, zachtmoedig,

mens uit één stuk, namelijk één stuk God.

Niet dat dat altijd lukt of uit de verf komt,

maar dat is wel het ideaalbeeld van die naam:

Israel, mens van God.

En ook het bijbelse Israel vind je niet op de kaart,

maar in je hart.

 

Dat is wat de verteller noemt:

Het onderscheid tussen Egypte en Israel.

Het is aan ons en aan onze politici

om dat onderscheid in onszelf te zoeken.

Het is het appèl dat van die namen uitgaat.

Zoals we dat onderscheid ook zien, precies zo zien,

tussen de farao en Jezus.

Farao staat model voor de onderdrukker, de machthebber

die alleen zijn eigen belang dient.

En Jezus – Jezus die koning op een ezel,

de koning die dient.

Prins Proximus de 999e die als een bedelaar komt.

Ik weet niet of die intocht werkelijk zo heeft plaatsgevonden.

Dat doet er ook helemaal niets toe.

Lukas roept het beeld op van een koning,

die totaal anders is dan de doorsnee koningen.

Ook hieraan zijn we gewend geraakt,

maar Lukas schildert een zotte vertoning.

Zie het voor je.

We zijn even stil, doe, als je wilt, even je ogen dicht en zie het voor je

…. (korte stilte)

 

Wat zien we?

We zien een plaatje van hoe het ook zou kunnen,

zo anders dan we gewend zijn van machthebbers.

Lukas schildert, hij schildert een parodie op de gebruikelijke,

triomfantelijke  intocht van een koning.

Een parodie, een cabaret, waarin hij Jezus opvoert

als een prins carnaval die een koning na-aapt.

Eén groot, vrolijk feest is het dat hij schildert,

een feest waarin de machthebbers,

de keizers en de farao’s en alle onbetrouwbare politici,

voor gek worden gezet.

Zie het voor je, dat kleurrijke tafereel van groene takken,

van uitzinnig dansende, zwaaiende, zingende mensen

en van die merkwaardige, witte gestalte daar op het ezeltje.

Het is het filmshot van een protestmanifestatie, met als slogan:

Geef ons, o geef ons in Godsnaam

een koning op een ezel!

Zijn we van Egypte?

Of zijn we van Israel?

Nogmaals, dat heeft niets te maken

met de huidige staten Egypte en Israel.

Kiezen voor het Bijbelwoord Israel kan zelfs betekenen

dat je kritiek hebt op de huidige staat Israel.

Kiezen we voor de farao?

Of kiezen we de koning op een ezel?

Kiezen we voor het geweld van Egypte,

het geweld dat plagen en dood over zich afroept?

Of kiezen we voor de integriteit,

voor de zachtmoedigheid en bescheidenheid

van de machthebber die wil dienen?

Ons verlangen, het verlangen van Nederland, gaat uit

naar die koning op een ezel – denk ik.

 

Er is veel onverschilligheid en cynisme.

We dreigen weg te zakken in onbehagen en wantrouwen.

We glijden af naar een woestijn van angst en vijandbeelden.

Ja, ons landje begint lelijk op Egypte te lijken.

Zijn we op weg farao’s te worden?

Of kan het ook anders?

Opstaan en in beweging komen,

op zoek naar een nieuwe zuiverheid,

de zuiverheid en onbevangenheid

van de onbevlekte ezel

en die prachtige koning op zijn rug.

We zien het voor ons.

Dat schilderij, het wordt tot een icoon, een doorkijk naar God.

In die zin is het beeld van Gerard Reve, God als een ezel, raak.

Raak en ontroerend.

 

Zou dat ook kunnen?

Opstaan en in beweging komen,

het leven vieren

met een palmtak in je hand voor

een koning op een ezel.

 

Amen

 

 

 

 

Viering Palmpasen Vrijzinnigen Delft

 

 

 

Aanvang: 10.30 uur.
Waalse Kerk
Voorganger: ds. Wim Jansen
Organist: Christo Lelie

Welkom en mededelingen / De Paaskaars wordt aangestoken
Zingen: Psalm 24:1,4

We zijn stil voor het feest van Palmpasen…
Vg.: Onze hulp in de naam van de Eeuwige
Allen: die hemel en aarde gemaakt heeft
Vg.: De Eeuwige zij met u
Allen: ook met u zij de Eeuwige, amen.
Drempelgebed:
Vg.: Gij, koning in de mantel der armen
Allen: Wij groeten U
Vg.: Gij, koning op een ezel
Allen: Wij ontvangen U
Vg.: Gij, koning die komt in de naam van de liefde
Allen: Wij zegenen U, amen.

Zingen: Palmpasen (nr. 25 Alles wordt nieuw, deel I, zie bijlage img 43)

Kyriëgebed (eindigend met: zo bidden wij U zingend: Heer, ontferm U…)

Zingen: Gez. 178:1,2,10

Gebed bij de opening van de Schriften

Voor de kinderen: Prins Proximus de 999e

(hierna gaan de kinderen naar de andere ruimte om de Palmpaasstokken te ver sieren)

Zingen: Gez. 120:1

Lezing: Exodus 11:4-8

Zingen: Gez. 120:2

Lezing: Lukas 19:29-40

Zingen: Gez. 120:3,4

Meditatie

Orgelspel

Gebeden

De kinderen komen zingend de kerk in met de versierde Palmpaasstokken

Inzameling van de gaven

Slotlied: Laudate Dominum (Taizé, 1e keer allen, 2e vak links, 3e vak rechts, 4e allen – zie bijlage img 13)

Zegen: Zegene u allen de Koning der Liefde, zijn licht over uw leven, zijn Geest in uw hart, amen.