advent 2010 – Dialoog met Micha

Micha 4:1-5, Johannes 1:47-51 (Advent 2010)
Ds. Wim Jansen.


Voor de kinderen: Dialoog met Micha
Micha, Sinterklaasliedje neuriënd, komt van achter uit de kerk met verrekijker en zaklamp. Kijkt door verrekijker.

Vg.: Hé, daar heb je Micha… Hé Micha… (legt hand op M’s arm) … Micha, wat zie je?

Micha (schrikt): O … eh… dominee Wim, ben jij het? Ik dacht even dat je Sinterklaas was…

Vg.: Dan werkt je verrekijker niet goed, Micha… Maar wat zie je?

Micha: Wat ik zie? Het is zo prachtig wat ik zie! Wacht, je kunt het ook zien met je ogen dicht. Doe dat maar eens…

Vg.: Goed… Doen jullie ook mee? Allemaal? Dan kijken we mee met Micha…

Micha: Ik zie, ik zie… wat jullie ook zien… Ik zie dat ik lekker rustig onder een vijgenboom zit. De zon schijnt en het is heerlijk warm. Die grote bladeren beschermen me tegen de felle zon. En er is ook een druivenrank. Ik pluk een heerlijke druif… En ik hoef helemaal niets. Ik weet dat het vrede is… (zucht)

Vg. Prachtig… Toevallig heb ik iets meegenomen waaraan je dat al een beetje kunt zien… Kijk maar, Micha… wat is dit?

Micha: Nee maar! Een vijgentakje…

Vg.: Precies, het is nog wel donker en koud, maar je ziet de knoppen al. Neem jij nu de kinderen mee om verder te dromen over de vrede…?

Micha: Dat gaan we doen…

Meditatie

Lieve mensen,
ik heb in mijn tuin een vijgenboom
en daar ben ik blij mee.
Waarom ben ik daar zo blij mee?
In ieder geval omdat ik altijd herinnerd word aan die prachtige zin uit Micha:
Zij zullen zitten ieder onder zijn wijnstok en vijgenboom…
Een wijnstok heb ik niet, maar wel die vijgenboom.
Hij moet veelvuldig gesnoeid want hij groeit maar door.
Met die grote bladeren van hem gaat hij helemaal doorhangen,
zodat je echt een soort loofhut krijgt om onder te zitten.
Heerlijk…
Dat geeft nou echt een relaxt gevoel.

Geen wonder dat zo’n plek onder de vijgenboom
in het oude Israel benut werd om in alle rust de Tora te lezen,
te bidden en te mediteren.
Het was echt een plek voor God,
een soort privétempeltje.
In deze uitdrukking “zitten onder de vijgenboom”
is dus meer aan de hand dan alleen het “Zwitserlevengevoel”.
Het gaat niet alleen maar om een mooi en gerust leven.
Niets mis mee, maar dit gaat dieper.
Het gaat om het zijn in God, het “zitten in God”.

Zo zien we Nathanael zitten, op het schilderij van Johannes.
In alle rust en stilte, studeren in, peinzen over de Tora.
En al bezig zijnde in de dingen van God
zal hij misschien zijn ogen sluiten en bidden.
En naarmate hij dieper verzinkt in gebed
wordt zijn gebed woordenlozer en stiller
en wordt het mediteren:
zijn in God, zitten in God.
Nathanael’s zitten onder de vijgenboom tekent zijn verlangen naar God.
En daarom is hij zo onder de indruk
als Jezus dit feilloos van hem blijkt te weten.
Niet dat Jezus als een soort alleswetende en allesziende tovenaar
hem op miraculeuze wijze zou hebben zien zitten ontroert hem,
maar dat hij Nathanaels diepste verlangen heeft gepeild!
Nathanael voelt zich gezien en gekend in zijn verlangen naar God.

Dit zitten onder de vijgenboom staat dus van oudtestamentisch her
voor het zijn in de dingen van God.
Hoe fijn vinden we dat?
Of ervaren we het als een plicht?
Hoe fijn vinden we dat echt?

Ook Micha tekent ervoor,
voor dat zitten in God en voor de sjaloom die daarbij hoort.
Maar anders dan Johannes plaatst hij het in de toekomst.
Micha leeft in een tijd van dreiging en onderdrukking,
wat in oudtestamentische tijden altijd ook eindtijdverwachting betekent.
Deze profeten leven in een sterk besef van “de laatste dagen”,
zoals trouwens ook Jezus zelf en Paulus.
Geheel in die lijn schildert Micha zijn perspectief
in die spoedig verwachte eindtijd.

Maar al die bijbelse eindtijdverwachting
hebben we moeten bijstellen – telkens weer.
En elke keer moesten we dit soort uitspraken opnieuw interpreteren.
Het wordt nu misschien tijd om te leren
de toekomst niet langer voor ons uit te schuiven.
Want bij Advent – toekomst –
zijn we geneigd te denken aan “ver weg”.
Ver weg en eigenlijk onbereikbaar.
Maar toekomst – het woord zegt het al – betekent
dat het naar je toe komt.
Ik denk dat we zouden kunnen leren
dat God er al is – alleen:
we moeten het leren zien,
ons er bewust van worden.
Op het moment dat je ook maar iets van Godverlangen ervaart
is God er.
Dat we daar meestal blind voor zijn doet daar niets aan af.
Op het moment dat we zogezegd gaan zitten onder de vijgenboom,
gaan zitten in God,
en ons dus bewust worden van God,
dan komt God naar ons toe.
Dan zijn we in God.
Advent is dan niet dat je in de verte kijkt waar God blijft,
maar dat je gaat zitten om je bewust te worden
dat God al naar je toe gekomen is – sterker nog:
in je is.
Zoals de uitdrukkingen “eeuwig leven” en “Koninkrijk van God”
niet spreken van later, na onze dood,
maar gaan over nu, dit leven.
We zullen in onze tijd niet anders kunnen
dan die oude Bijbelteksten opnieuw te verstaan
als innerlijke waarheid voor nu.
De hele bijbel, in zijn millenniumlange ontstaansgeschiedenis,
bestaat immers uit interpretaties van interpretaties,
opnieuw verstaan van opnieuw verstane taal.
Zo zullen we ook die toekomstverwachting een plek moeten geven
in ons leven nu.
En wat is die plek?
Het gebeurt wel, maar het gebeurt in jezelf.
En daardoor gaat het ook om je heen gebeuren.

En wat gebeurt er dan?
Eenheid met alles, maar bovenal eenheid met God.
Geen innerlijke oorlog meer,
wat toch de voorwaarde en de voorbode is
van elke uiterlijke, politieke vrede.
Komt niet elk conflict in de wereld voort
uit persoonlijke verscheurdheid en gespletenheid?
Het zitten onder de vijgenboom betekent
verzoening van alles wat tegenstrijdig is.
De oude mystici hadden daar een uitdrukking voor:
Verzoening van de tegenstellingen.
Dat je je kunt verzoenen met wat jou misschien innerlijk verdeelt,
met de pijn uit je verleden,
met je huidige onvrede,
met die kanten van jezelf die je misschien haat,
met je ziekte of beperking,
met je gemis….
Verzoenen met dat wat onmogelijk lijkt
om je mee te verzoenen.
In God wordt het mogelijk.

Verzoenen met je leven en met God,
zoals Micha daarvan spreekt –
het spreekt vanzelf dat dat niet een-twee-drie gaat.
Daarvoor moet je veel en langdurig
gaan zitten,
zitten onder de vijgenboom.

Amen

Liturgie rondom Micha 4:1-5, Johannes 1:47-51 (Advent 2010)


  • Welkom en mededelingen
  • De Paaskaars en de Adventskaarsen worden aangestoken en we zingen twee coupletten van het kaarsenlied
  • Intochtpsalm: Psalm 72:1
  • We zijn stil voor de komst van het Licht…
  • Bemoediging: Onze hulp in de naam van de Eeuwige, die hemel en aarde gemaakt heeft.
  • Groet: De vrede van Christus met allen, amen.
  • Drempelgebed
  • Zingen: Psalm 72:2
  • Kyriëgebed
  • Zingen als Kyriëlied: Gez. 118:1
  • Gebed bij de opening van de Schriften
  • Zingen (meteen aansluitend): Gez. 118:2
  • Voor de kinderen: De dialoog met Micha
  • Zingen: 2e vers projectlied Advent
  • Lezingen: Micha 4:1-5, Johannes 1:47-51
  • Zingen: Gez. 119:1,2
  • Meditatie
  • Orgelspel
  • Zingen: Gez. 119:3,4,5
  • Gebeden
  • Collecte
  • Slotlied: Psalm 72:4,6,7
  • Zegene u allen de eeuwige Liefde / Vader, Zoon en heilige Geest / amen.

Drempelgebed
Gij, die in ons oplicht
als de rode gloed
aan de avond van een grijze dag,
zo willen wij U ondergaan:
teken van vuur en licht in onze levens,
in onze harten.
Wees dan zo in ons midden.
Vernieuw ons en beziel ons.
Amen.


Kyriëgebed
Gij, die zijt
peilloze ruimte van ontferming,
in wie alles wordt gestild,
alle onrust,
alle vragen,
alle pijn –
ontferm U over ons,
opdat wij ons ontfermen
over elkaar,
over het Christuskind op aarde,
over U.
Zo bidden wij U zingend: Heer, ontferm U…
Amen


Gebed bij de opening van de Schriften
Gij, levend woord,
de woorden die wij lezen
zijn oud en uit een andere wereld.
Vaak zijn ze dood voor ons.
Wij bidden U:
Maak ze levend door uw Geest van leven.
Laat ze inspireren door uw spirit,
zoals die was in Jezus,
Amen.

Gebeden
Gij, eeuwig licht,
Wij loven U om het onpeilbare raadsel
en de schoonheid van dit leven, deze aarde,
en het mysterie van de liefde.
Wij loven U om de mooie, oude taal en beelden,
om woorden van kracht en inspiratie,
om uw komen in ons leven.
Wij noemen in onze voorbeden:

  • de chaos in de wereld, de pijn, de vragen, de schuld en de nood
  • onze toekomst, de toekomst van de wereld, de toekomst van wie ons lief zijn, de angst voor de toekomst waaraan zoveel mensen lijden
  • de eenzaamheid, het gemis, verdriet en rouw
  • zij die ziek zijn, thuis en in het ziekenhuis, in het bijzonder de mensen uit onze eigen gemeenschap
  • ons eigen leven en onze geliefden, in de stilte….

Zo bidden wij U om uw nabijheid en kracht, met de woorden die Jezus ons geleerd heeft: Onze Vader…