Een vrouw met een baard – Pinksteren/Trinitatis 2014

800px-Meister_des_Hildegardis-Codex_002

Middeleeuwse codes die visie van Hildegard of Bingen’s vision op Prediker and Wijsheid verbeeldt.

Een vrouw met een baard – Pinksteren/Trinitatis 2014 – Wim Jansen

Opstapje naar het thema: Je zal het maar hebben…

Het eurosongfestival – is het nou gewonnen door een man of een vrouw?

Conchita Wurst: Is het een vrouw met een baard? – of een man in een jurk?

Het is niet altijd gemakkelijk met ‘man en vrouw’.

Neem nou mezelf: hier staat een man met een baard, maar in een jurk…

Het kan natuurlijk nog veel ingewikkelder.

Zo heb ik een jongen gekend…. of was het een meisje?

Hij wist het zelf niet.

Ik zeg ‘hij’ omdat iedereen vond dat hij een jongen was.

En daarom probeerde hij zich ook zo te gedragen.

Maar er was altijd een raar, onrustig gevoel in hem.

‘Ik ben niet thuis’, dacht hij, ook als hij thuis bij zijn ouders was.

‘Ik hoor hier niet’, dacht hij, ‘ik hoor niet in mijzelf, niet in dit lijf.’

Dat dacht hij allemaal, maar hij zei het nooit.

Hij zei nooit wat hij allemaal dacht en hoe ongelukkig hij zich voelde.

Hij speelde met de jongens van het dorp,

maar hij merkte dat hij veel liever met meisjes speelde.

Hij keek naar zichzelf in de spiegel en hij moest toegeven

dat hij er toch echt als een jongen uitzag.

Maar wat hij van binnen voelde – dat was een meisje.

Soms was hij boos omdat het zo oneerlijk was allemaal.

Waarom was het voor iedereen doodnormaal

om duidelijk een jongen of een meisje te zijn – en voor hem niet?

Zo gingen zijn kinderjaren voorbij…

Toen hij een jaar of dertien was las hij en hoorde hij op tv verhalen

van mensen zoals hij – eindelijk mensen zoals hij.

Of liever, zoals zij.

Want zij wist het nu zeker: zij was een meisje.

Er moest alleen iets misgegaan zijn in haar lichaam,

zoals er wel vaker dingen misgaan.

En zij hoorde dat er operaties en kuren mogelijk zijn om dat te herstellen.

En zo gebeurde – eindelijk wist zij wat en wie zij was.

Omslag: androgyne Egyptische godheid.

Lezingen: Handelingen 2:1-13 (Naardense bijbel) /

Wijsheid 7 (fragmenten over Sophia):

Hoewel zij alleen is kan zij alles;

hoewel zij in zichzelf blijft vernieuwt zij alles.

[…]

Alles wat verborgen en zichtbaar is

heb ik leren kennen,

want de wijsheid (Sophia), de maakster van alles,

heeft mij onderwezen.

[…]

Zij is de ademtocht van Gods kracht

en de pure uitstraling van de heerlijkheid van de Almachtige.’

Fragment uit ‘De bijbel voor ongelovigen – deel 2’ van Guus Kuijer:

(Mered, een van de spionnen van Jericho, ontmoet later Rachab weer, de hoer op de wallen. Zij wil voor hem zorgen. Mered is de ‘ik’)

Het bloed van de vijand kleurde de aarde rood. Er was niets liefs meer te bekennen op aarde, het leven stond me tegen. Nu was daar plotseling een vrouw die voor mij zorgen wilde zonder dat ik haar iets te bieden had. Dat kon toch niet zomaar? Waar had ik dat aan verdiend?

‘Heeft iemand je gestuurd?’ vroeg ik.

‘Niemand,’ zei Rachab, ‘maar de koningin van de hemel woont in mijn hart en zij is liefde. Ik vrees de God van Israel, maar haar heb ik lief.’

Meditatie: Een vrouw met een baard

Lieve mensen,

Wat had ze een lol, ze kreeg de slappe lach:

mijn vrouwelijke collega van de Hogeschool Zeeland.

Ze vertelde over een feministische workshop in de jaren 70,

waarin ze de opdracht kreeg: Ga op zoek naar de man in jezelf.

Ze proestte het uit: De man in mezelf…

Toch was het confronterend, zo vertelde ze, want in die dogmatische tijd

wilde ze de man in haarzelf natuurlijk liefst niet tegenkomen.

Zo zwart/wit als het toen gesteld werd is het gelukkig allemaal niet meer.

Althans, ik noem dat gelukkig, in alle voorzichtigheid,

want ik wil natuurlijk niemand tegen mij in het harnas jagen!

Dat geldt ook voor wat ik mannelijk of vrouwelijk noem.

Voor je het weet ben je aan het generaliseren of creëer je een beeld

waarin mannen of vrouwen zich niet wensen te herkennen.

Als ik daar nu iets over ga zeggen bedoel ik niet

dat dus alle mannen of alle vrouwen zus of zo zijn,

maar dat je het mannelijke of vrouwelijke trekken zou kunnen noemen,

die in zowel mannen als vrouwen herkenbaar zijn.

Het heeft overigens ook met hersenhelften te maken…

Wat is nu typisch voor die hersenhelft die we mannelijk noemen?

Om te beginnen het rationele, analyserende en controlerende.

En fysiek:

De harde, vierkante bouw doet denken aan dominantie en uiterlijke kracht.

Niet negatief bedoeld, want het zijn eigenschappen

die ieder mens nodig heeft om te overleven.

Als typisch vrouwelijk geldt het intuïtieve, verbindende en beschermende.

De zachte welvingen en ronde lijnen doen denken

aan soepelheid en ontvankelijkheid.

‘Vrouwelijkheid’ staat voor overgave, innerlijke kracht en wijsheid.

Ook deze eigenschappen zijn onontbeerlijk in het leven.

Misschien is dit het moment om eens op zoek te gaan

naar de man en vrouw in onszelf … 😉 …

God weet geloof ik ook niet of hij/zij een jongetje of een meisje is.

Eerst waren er mensen, toen waren er goden en toen was er God –

een gevleugelde uitspraak van Kuitert.

Dat hangt er natuurlijk maar vanaf wat je God noemt,

maar afgezien daarvan kun je beter zeggen:

Eerst waren er mensen, toen waren er godinnen…

De oudste godenbeeldjes die gevonden zijn waren godinnen!

Het zal vast te maken hebben met vruchtbaarheid en geboorte.

Blijkbaar is het vrouwelijke eerder dan het mannelijke

een oerbeeld van het goddelijke.

Dat vind ik mooi want dat klopt met mijn ervaring.

Een moederschoot waaruit wij allen voortkomen,

dat beeld is aardser, ligt dichter bij mijn beleving

dan een onzichtbare zaaddonor op de achtergrond.

Waar in de dierenwereld de mannetjes het mooiste zijn

is dat in de mensenwereld precies andersom:

De schoonheid van vrouwen reikt naar het goddelijke.

Of zeg ik dat nu omdat ik een man ben? – dus toch weer projectie?…

Hoe het ook zij, de godin bleef lange tijd toonaangevend,

En in zo ongeveer alle religies vinden we in de oudste bronnen

dan ook de godin terug, bijvoorbeeld in de merkwaardige beelden

die we op een gegeven moment zowel in India als in Egypte zien ontstaan:

Man en vrouw tegelijk – wat we androgyn noemen.

Kijkt u maar naar de omslag van uw liturgie, dan ziet u

een androgyne Egyptische godheid: man met borsten, vrouw met baard.

Het mannelijke en het vrouwelijke waren gelijkwaardig, perfect in balans.

Die godheden vormden paren, van wie zowel echtgenoot als echtgenote

androgyn waren, bijvoorbeeld Isis en Osiris.

Zo was er ook een geheimzinnige farao, Echnaton,

die werd afgebeeld als man en vrouw,

een man met wespentaille en brede heupen.

Van Echnaton is bekend dat hij een zon van liefde aanbad.

Zijn vrouwelijke cultus is door latere farao’s en priesters uitgewist.

Dat zegt misschien iets?…

Nee, dit is geen college godsdienstgeschiedenis, en nee,

ik ben niet vergeten dat het Pinksteren is.

Juist deze verhalen hebben alles met Pinksteren te maken…

Ook bij de wortels van het jodendom vinden we de godin.

In de pas gevonden oerversie van het Adam en Eva-verhaal

zijn de zogenaamde eerste mensen goden, god en godin.

Opvallend: in die versie krijgt Eva niet de schuld!

Maar heel oud is ook de traditie van Sophia,

de ‘Vrouwe Wijsheid’ die van voor alle tijden bij God was.

Ook wel genoemd: De vrouw van God.

Misschien gaat zij zelfs aan God vooraf,

‘want de wijsheid (Sophia), de maakster van alles,

heeft mij onderwezen.’ – zegt de dichter van het boek Wijsheid.

Maar op z’n minst is zij medeschepper, want, zo zegt de dichter ook:

‘Zij is de ademtocht van Gods kracht’.

Ademtocht – ha, eindelijk, daar komt Pinksteren ons verhaal binnen…

Telkens in de geschiedenis duiken er fragmenten op,

die verwijzen naar deze Sophia: oermoeder van de wijsheid,

verbinding, schoonheid, bron van leven en liefde.

Zo zijn er in Kanaän de godinnenbeelden gevonden,

waar Guus Kuijer naar verwijst:

Een hemelkoningin die niet meegaat in de oorlogen

van haar mannelijke collega’s, maar de liefde verkondigt.

Een godheid die je als Rachab de hoer zijnde niet hoeft te vrezen,

maar die liefde in je opwekt.

Is deze hemelkoningin ook een zijrivier van Sophia?

Later in het christendom duikt Sophia telkens op,

natuurlijk in de Mariaverering, waarin de godin haar recht opeist,

maar ook in de gnostiek en andere stromingen.

Trouwens, was ook Jezus niet omringd door vrouwen,

was hij niet juist bewogen met het lot van vrouwen?

En had hij zelf niet ook specifiek vrouwelijke trekken?

De rol van vrouwen in de eerste christengemeenten

is ook veel groter geweest dan de geschiedenis later voor waar wilde hebben.

De vrouw is van meet af aan in het goddelijke…

Waar is ze dan gebleven?

Waar is ze gebleven in de Vader en de Zoon?

Ergens is het misschien misgegaan, ik kan dat nu niet behappen.

Het mannelijke heeft de macht gegrepen,

Precies wat je van het mannelijke mag verwachten… toch?

Eén zo’n moment waar het misging wil ik aanwijzen.

Ons woord ‘geest’ is de vertaling van het Hebreeuwse ‘ruach’.

‘Ruach’ betekent wind, ademtocht – en het is een vrouwelijk woord!

Zij is de geest die als een moedervogel over de wateren zweeft,

broedt – kun je het ook vertalen.

Hoe dan ook een vrouwelijk wezen en een vrouwelijke activiteit.

Later is ‘ruach’ in het Grieks vertaald met ‘pneuma’: een onzijdig woord.

Nog weer later in het Latijn met ‘spiritus’: een … mannelijk woord!

Is God vermannelijkt in de geschiedenis van natuurvolk naar beschaving?

Heeft God een transgenderoperatie ondergaan in het eeuwenlange proces

van een joods-mystieke sfeer naar een zeer mannelijke Romeinse cultuur?

Al die dingen zullen een rol hebben gespeeld.

Maar zeker is dat het menselijke verlangen naar een vrouwelijke God

altijd overeind is gebleven.

Dat het vrouwelijke zich niet laat wegpoetsen,

dat de menselijke ziel verenigd wil worden met een bron,

die zowel mannelijk als vrouwelijk is…

Het goede nieuws is dat het niet eenduidig hoeft te zijn,

dat je man mag zijn als vrouw en vrouw als man,

dat we allemaal androgyn zijn.

Mijn collega op de HZ kon erom lachen, en ik lachte mee.

Maar dat neemt niet weg dat er veel leed is op dit gebied.

Ik weet niet goed wat ik van het statement van Conchita Wurst moet vinden

en of ik er wel iets van wil vinden – ik houd helemaal niet van statements.

Ik kan ook niet ontkennen dat het nogal decadent op mij overkomt,

maar dat is het hele songfestival en voor een groot deel de cultuur.

Op z’n minst worden we herinnerd aan dit stuk leed van mensen:

De ingewikkeldheid van je mannen/vrouwenidentiteit.

En het is niet alleen maar modieus, niet iets van alleen deze tijd.

In mijn Zeeuws-Vlaamse boerendorp van de jaren 50

woonde een vrouw die een ‘kweene’ werd genoemd.

Dat is zo’n vrouw die geen vrouw is.

Iedereen in het dorp wist ervan en sprak erover,

vooral over haar man die beklaagd werd en nu en dan de neiging had

om zich als een potloodventer te gedragen.

De vrouw maakte een eind aan haar leven.

Ik heb het in een paar zinnen verteld maar voelt u de immense tragiek?

Nooit vergeet ik de dag dat dit bericht werd rond gefluisterd in het dorp.

Het was zonneklaar dat er iets geheimzinnigs aan deze dood was.

Niemand sprak het uit maar ik voelde als kind de eenzaamheid in dit sterven…

Daarom gaat er troost uit van deze Sophia-traditie:

Dat het niet haarscherp is vastgelegd, dat zelfs God een mix is.

En dat de Geest al die onsamenhangende flarden verbindt.

De Geest, de ‘ruach’, als de vrouwelijke, verbindende kracht.

Geest is vuur en adem van liefde.

In het Pinksterverhaal wordt de Geest typisch vrouwelijk opgevoerd

Als een vuur van liefde, in erotische beelden, althans,

ik weet niet waar u aan denkt bij vurige tongen en gedreven ademen…

En al die mensen mogen er troost in horen:

mensen die worstelen met hun man/vrouw zijn,

homo-jongeren die nog altijd niet uit de kast durven te komen,

transgenders en travestieten,

maar ook mannen die hun man-zijn krampachtig ophouden

of vrouwen die nog altijd lijden onder mannelijke dominantie.

En had ook die vrouw uit mijn dorp maar ergens die troost vernomen…

Je bent mens, of je nu androgyn of travestiet of transgender bent of wat ook,

of je nu verbouwd moet worden of bent of niet,

altijd ben je gebouwd op liefde… STILTE …

Gebeden

Hoe zal ik je noemen, licht van mijn leven?

Mijn Heer, mijn Hemelkoningin, mijn Bruid of Bruidegom?

Mijn Minnares, mijn Vriend, mijn Vrouw?

Mijn God, Godin, mijn Moeder en mijn Vader?

Maar altijd mijn Geliefde…

In jouw licht dat in ons brandt

leggen wij ons leven neer,

en al wat ons belast:

de haat, de oorlog en de pijn,

het lijden om de dood,

de armoe en het onrecht,

de mensen kwetsbaar, eenzaam en benard…

Jij, Geest, stroomt door ons heen.

Wij laten al onze gebeden in jou los…

Wij bidden in de Geest van Jezus het Onze Vader – die ook een moeder is…