Hebreeuwse liefde, oktober 2011

 

Voor de kinderen: Een druppel uit de hemel…

Ik laat een aantal Hebreeuwse letters zien…

Zie je dat die letters allemaal van boven af beginnen met een druppel?

Zo moet je ze ook tekenen.

Het bovenste puntje van die druppel lijkt uit het niets te komen.

Maar dat wil zeggen: het komt uit de hemel.

In deze oude letters heeft het joodse volk een betekenis ontdekt:

Alles begint bij God en alles komt voort uit God.

Zoals de letters uit de hemel lijken te ontstaan,

zo is alles uit God ontstaan.

Alles, vooral ook de liefde.

Deze letters die ik nu heb meegenomen

vormen het woord “ahaav”,

en dat betekent: liefde.

Eén grote wolk van liefde is God

en wij zijn de regendruppels die uit die wolk op aarde zijn gevallen.

Jullie verhaal op de nevendienst gaat ook over de liefde.

————————

Bij Deuteronomium 6:4,5, Marcus 12:28-31 (dienst van brood en wijn)

Meditatie

Lieve mensen,

een gebod om lief te hebben,

dat is toch eigenlijk gekkenwerk!

Als er iets staat of valt met vrije keus,

dan is het immers liefde.

Het is onmogelijk liefde af te dwingen.

Liefde is onbestaanbaar zonder vrijheid.

Hoe moeten we dan dit,

wat bekend staat als “het grote gebod”, verstaan?

Verwacht God dat hij ons liefde kan opleggen?

God die we uit dezelfde bijbel

leren kennen als een God van bevrijding?

Er moet iets niet kloppen, lijkt me…

Maar dat “gij zult…” – is dat wel een gebod?

Ik denk het niet.

Het woord dat ooit heel ongelukkig met “wet” is vertaald,

en daardoor aan ons wetboek van strafrecht doet denken,

heeft veel meer de betekenis van “weg”,

een doorgang, een pad om te lopen,

een wegwijzer…

In gewoon dagelijks Nederlands zouden we zeggen:

Doe dat nou maar, dat is veel beter voor je.

Je staat in een uitzichtloze, verstikkende file

en de bijbel zegt:

kijk, daar, een afslag, neem die nou maar!

Dan kun je doorrijden.

Dan ben je vrij.

Het “gij zult…” betekent dan ook niet: gij moet.

Het is niet voor niets een toekomstige tijd

en in die zin een belofte!

Het is een richtingwijzer: ga die kant uit –

want als je dat doet, dan zul je eens zien

hoe goed en heilzaam dat voor je is!

Er is dus geen sprake van afgedwongen liefde – dat kan nooit –

het gaat om liefde als oproep, als appel,

als hartelijke uitnodiging om deel te nemen

aan de stroom van liefde die God is.

Er is immers al liefde voorhanden.

We worden alleen maar uitgenodigd om daar volop in mee te gaan.

God is één, lazen we in Deuteronomium,

God is eenheid van liefde.

God kan niet anders dan liefhebben.

God bestaat uit liefde.

Uit die eenheid komen wij voort:

Regendruppels vallend uit de ene wolk van liefde.

Druppels ook die – volgens joodse overlevering – uitlopen in tekens

en stollen tot letters in een boek van liefde.

Er is volop liefde voorhanden.

In essentie bestaan wij mensen ook uit liefde.

Je zou het lang niet altijd zeggen

maar je hoeft maar te kijken naar programma’s

als “Spoorloos” en “Hello Goodbye”,

en je weet dat het klopt.

Ten diepste zijn wij mensen aangelegd op liefde.

Het is ook in de liefde dat wij eenheid vinden,

de eenheid die ook in God is

en waar we zo naar terug verlangen.

Want we leven zo gespleten, in fragmenten.

We lijken uiteengevallen in elkaar bestrijdende delen.

We spreken onszelf voortdurend tegen.

Wanneer we worden opgeroepen om lief te hebben

betekent dat dat we ons opnieuw voegen in de eenheid God,

dat we onze uit elkaar gevallen persoonlijkheden

bij elkaar rapen en de stap zetten in de stroom van eenheid,

die heerlijk is om in te vertoeven.

Het liefdegebod, of liever, het liefdesappel,

is niet een eenzijdig van ons vereiste plichtpleging, nee,

we hoeven alleen maar deel te nemen, mee te doen,

onze kleine rol te spelen in een universum van liefde, dat er al is.

Het gehoor geven aan dit appel is enkel het weerkaatsen

van een licht dat ons allang omgeeft.

Soms lukt het om ons daaraan over te geven,

om enkel weerkaatsing te zijn.

Dat zijn de momenten dat je geen vragen hebt,

dat je eenheid ervaart met al wat is,

dat je je vervuld voelt van alleen maar liefde.

Maar vaker wordt een mens innerlijk verscheurd.

De eenheid die je ervaren hebt wordt uiteengereten door twijfel.

De oudtestamentische en de nieuwtestamentische mens

kenden blijkbaar al die innerlijke verdeeldheid.

In Deuteronomium wordt gesproken van

hart en ziel en kracht:

het hart staat voor de wil, het kompas, de oriëntatie.

Welke richting wil je uit?

De ziel staat voor de beleving, de emoties,

het verlangen naar God.

En de kracht is de capaciteit om tegenslagen aan te kunnen,

de vitale, driftmatige levensenergie.

Heel vaak staat onze beleving haaks op wat we willen

of laten we ons enkel leiden door dat krachtige driftleven.

Paulus drukt dat uit met het bekende:

Het kwade dat ik niet wil dat doe ik

en het goede, dat ik wil, dat doe ik niet.

Buiten de eenheid God lijken we uit elkaar te vallen

in elkaar tegenspelende elementen.

Marcus voegt daar nog het verstand aan toe.

Het verstand, de ratio, onmisbaar natuurlijk,

maar vaak zwaar overschat …

… en een uit elkaar trekker.

Een voorbeeld dat iemand mij vertelde:

Soms gebeurt het in de liturgie dat ik mij helemaal kan overgeven,

tijdens een lied, de stilte, muziek, een mooie tekst,

dan klopt alles – even is alles een.

Even lijkt alles, ook mijn verwarde en chaotische geest,

alleen maar uit God te bestaan.

Maar dan kom ik buiten en dan zijn daar weer de zorgen.

En zorgen, dat is de ziel, dat is angst.

Of ik ga denken: er is helemaal geen God.

Het is allemaal niet waar!

Of ik twijfel verschrikkelijk aan mezelf en ga piekeren

over wat er allemaal mis gegaan is in mijn leven.

Denken, denken, denken.

Misschien herkent u dit verhaal…

Waartoe wij in dit liefdesappel worden uitgenodigd is

om dit, dit laatste, niet te laten gebeuren,

ons de eenheid niet af te laten pakken

door het woelen van onze driften

of door het malen van ons verstand – of wat ook.

Voeg al die componenten van de menselijke geest,

hart, ziel, kracht en verstand,

in de eenheid van liefde,

die God is.

Dan komen ze alle vier het beste tot hun recht.

Oefen om de eenheid God in stand te houden.

Keer telkens in haar terug.

Laat de druppel van je leven

vallen in de ene stroom.

En probeer iets van die eenheid te ervaren

als wij zo meteen brood en wijn delen.

Amen

Openingsgebed (met korte stilte)

God, wij treden binnen in uw lichtkring.

Donker en schaduw kleven ons aan.

Zwaar van zorgen zijn wij soms.

Leeg van gemis.

Verlangend naar ware liefde.

Ontferm U over ons …

Zo treden wij binnen in uw lichtkring.

Wij bidden U:

Bedek ons en vervul ons met uw licht.

Neem weg de scherpte van de pijn

en open ons voor uw genezende liefde,

zoals die was in Christus.

Amen.

Voorbeden

Breng ons thuis in uw liefde, Eeuwige.

Breng thuis de eenzamen en hen die rouwen.

Breng thuis degenen die vechten met zichzelf.

Breng hen thuis die geen liefde ondervinden

en hen die moeilijk liefde kunnen geven.

Breng thuis de vluchtelingen en oorlogsslachtoffers

en hen die daaraan schuldig zijn.

Breng thuis de zieken in het helen van uw liefde.

Breng thuis de armen aan de randen van de rijkdom.

Breng hen thuis die gebukt gaan onder angst en zorgen.

Breng ons allen in uw liefde thuis, o Eeuwige.

In stilte leggen we onze voorbeden in uw liefde neer …

Zegen ons opdat wij tot zegen zijn,

zoals Jezus tot zegen was.

Amen.