Het verhaal van Jan Druppel – november 2011

Voor de kinderen: Het verhaal van Jan Druppel…
Jan Druppel was geen druppel…
Nee, want hij was geen apart bolletje water.
Hij was gewoon zee.
Hij was een stukje van de zee.
Hij was een met de zee.

Maar de zon scheen en scheen – oei, wat werd het heet!
Het water van de zee verdampte.
Niet alle water maar wel dat stukje van Jan Druppel.
Hij verdampte en steeg omhoog en werd een wolk.
Nog niets aan de hand:
Jan Druppel was nog steeds geen druppel,
maar gewoon een stukje verdampt water,
een met de wolk – een met alle wolken.

De zon verdween achter de wolken.
Het werd koud daarboven, heel koud!
En wat doen wolken als het koud wordt?
Dan regenen ze leeg.
Dan regenen ze leeg in …. juist: druppels.
Pas toen was Jan Druppel een druppel, een losse, aparte druppel.
Dat duurde maar heel even.
Het duurde de tijd van het terugvallen naar de zee.
Toen was Jan Druppel gewoon weer de zee.

Ik denk dat God is als die zee.
Een zee van alleen maar liefde.
En wij mensen zijn de druppels die naar beneden vallen.
Even los, even apart van God.
Die korte tijd, dat is ons leven.
Heel even maar zijn wij Jan Druppel.
Daarna zijn wij gewoon weer de zee God.

Meditatie

Lieve mensen, in het bijzonder u die hier bent om uw dit jaar gestorven geliefde te gedenken,
ons leven een vallende druppel,
wij mensen een vallende druppel.
Dat is alles.
Heel even zijn wij Jan Druppel.
Even zijn wij los van de eeuwigheid voor en na ons,
zijn wij aparte individuen, afgescheiden van God – even.
Kort is het leven.
Soms lijkt het lang en zelfs eindeloos,
vooral als je nog aan het begin staat.
Maar wie kent niet de ervaring van de terugblik?
Je denkt terug aan een ervaring van 50 jaar geleden en je denkt:
Dat lijkt wel gisteren.
Plotseling is die halve eeuw verschrompeld tot een dag.
Zo ongelooflijk snel schiet het leven aan ons voorbij.
Als een druppel die uit de wolk valt naar de aarde.

Maar juist dit besef van eindigheid en sterfelijkheid
bepaalt ons bij de ware levenskunst.
Leef intens – zegt ook Prediker, een wijze uit de 2e eeuw voor Christus,
iemand die afweek van de gebruikelijke denktrant van zijn tijd.
Genadeloos benoemt hij de donkere kant van het leven,
de ongerijmdheden, het onrecht, het verval,
en tegelijk roept hij op om onbekommerd van het leven te genieten.
Zoet is het licht, zegt hij.
Het is zo zoet om elke dag het licht te ervaren.
Drink het in met volle teugen.
Laat je leven niet verzuren door zinloos getob!
Puur de momenten uit dat je ervan kunt genieten,
zolang je ervan kunt genieten.
Want stelt hij, het kan zo voorbij zijn.
Er kunnen dagen aanbreken dat het niet meer gaat,
dat je moet constateren:
ik vind er geen bal meer aan!
Dat is wat ik mensen regelmatig hoor verzuchten.
Voor mij hoeft het niet meer.
Daar hoef je je niet schuldig over te voelen.
Het is mooi dat Prediker het zo onbevangen uitspreekt,
want dan hoeven wij ook de schijn niet op te houden of Flinkmans te spelen.
Je mag het zeggen.
Dat heeft overigens niet alleen met leeftijd te maken,
maar meer met verschillende fases in je leven.
Perioden dat je het voor je kiezen krijgt
en perioden dat je volop van het leven kunt genieten.
Tijden van moeite en verval
en tijden van kracht en levensvreugde.

Maar dit alles, die afwisselende beweging van het leven,
de zachte briesjes en de koude stormen
waaraan de druppels die wij zijn worden blootgesteld,
dit alles hoort bij ons bestaan op aarde.
Het hoort bij die raadselachtige kringloop van het leven
waaraan wij deelhebben.
Het is onderdeel van de cyclus,
die ik de cyclus van God zou willen noemen.
Het is alles één beweging van God uit en naar God toe,
Zoals de regendruppels toebehoren aan de watercyclus,
de constante beweging van de zee uit en naar de zee toe,
zo spelen wij onze kleine rol in de cyclus God.
Uiteindelijk komen de druppels thuis in de zee, de moederschoot.
Uiteindelijk komen wij mensen thuis in God,
de moeder- en vaderschoot in één.
Dat is opgenomen worden in God,
een worden met God,
opgaan in God.
Het is de rust die we mogen genieten
na al dat verval, na alle pijn en moeite,
bevrijd van de pendelbeweging
tussen levensvreugde en levenspijn.
Eindelijk RUST…

En daarom durf ik deze dienst het thema “Thuiskomst” mee te geven.
Natuurlijk ervaren we het als nabestaanden niet zo.
Wij blijven vaak verweesd achter.
Wij voelen ons juist vaak niet meer thuis in dit leven.
Het is niet goed om dat ontheemde gevoel, dat verdriet, de rouw,
weg te drukken of te veronachtzamen.
Het mag er zijn, het dient benoemd en uitgesproken te worden,
uitgehuild en uitgevloekt voor mijn part.
Maar het is niet het laatste.
Uiteindelijk mogen we proberen zicht te krijgen
op het perspectief en vanuit het perspectief
van de gestorven geliefde – en dat perspectief is:
hij, zij is thuis in God.
Rust in God.

Jan Druppel is weer zee.
Oftewel:
Mijn vriend – Jaco Schouwenaar – is weer God.
Mijn vader, mijn moeder, mijn geliefde – vult u zelf maar een naam in –
is weer God.

Zo ongeveer zegt Prediker het ook.
We gaan weer naar huis – ons eeuwig huis.
Ons lichaam gaat naar huis,
naar de aarde, waaruit het is opgebouwd.
Ook onze geest, onze levensadem,
die God ons heeft ingeblazen,
anders gezegd: onze goddelijke kern
gaat weer naar huis,
keert terug in God.

Dat is mooi voor de gestorvene, maar ik moet alleen verder –
hoor ik u denken.
Wat moet ik daarmee?
Nee, daar blijft het niet bij.
Want zoals de zee de druppels omgeeft, zo omgeeft God ons.
En als God ons omgeeft omgeven ook onze geliefde doden ons.
Zij zijn ons nabij.
Ik denk dat dat mooi verteld wordt in het Johannesevangelie.
Na de dood van Jezus ervaren de leerlingen hem in hun midden.
Ze ervaren zijn vrede.
Het is alsof ze zijn stem horen.
En vooral: ze voelen zijn geest van liefde,
die de geest van God is.
Zoals God in Genesis de levensadem, de geest, in de mens “blaast”,
zo blaast Jezus zijn geest toe aan zijn geliefde vrienden.
Dat wil zeggen:
In de geest blijft hij hen nabij,
blijft hij zelfs in hen.

Zo zijn onze geliefden om ons heen en in ons.
Hun liefde blijft.
En dat is wat ik ook vaak mensen hoor vertellen
in het gemis van hun dierbaren:
hij, zij was erbij toen en daar,
hij, zij is altijd om me heen.
En dan hebben die mensen het niet
over vreemde verschijningen of hallucinaties,
maar over een nabijheid in de essentie: de liefde.
Die liefde blijft.

De Chileense schrijfster Isabel Allende verloor haar dochter Paula
toen die nog maar 28 jaar was.
In interviews vertelt ze over de mysterieuze aanwezigheid
van Paula in haar leven:
“Ik voel haar en ze openbaart zich op vele manieren”.
Maar ze distantieert zich van al te individuele verwachtingen:
“Ik geloof niet dat mijn ziel iets belangrijks is. Ik geloof dat er iets veel grootser is, dat veel belangrijker is. Iets wat alles bevat. Ik zal na mijn dood Paula niet herkennen als mijn dochter. Maar ik geloof wel dat haar geest en de mijne met elkaar in verbinding staan, doordat we onderdeel zijn van een groter geheel. En ik zal haar liefhebben, maar niet als een ego, niet als individu.
Het geeft me een heel bevrijd gevoel. Als je beseft dat je een grens overgaat waar je geen persoonlijkheid bent, waar geen ego is, geen herinnering. Niets … alleen een andere hoedanigheid, waarin iedereen en alles samenkomt.”

Een mevrouw die een bijna doodervaring had gehad vertelde iets dergelijks
Je hoeft niet naar de overleden personen terug te verlangen,
want zij zijn enkel liefde, één met de liefde.
Ik ben daar geweest en ik heb het ervaren:
Zelf word je ook:
alleen maar liefde.

Jan Druppel is weer zee.

Amen

Kyriëgebed

Gij, die de Geest van ontferming zelf zijt,
houd niet op te waaien door de wereld,
raak ons aan, ontroer ons,
blijf ons bestoken met uw mededogen.
Maak ons gevoelig voor het lijden,
inspireer ons tot ontferming,
overal waar mensen lijden
in schuld en nood.
Zo bidden wij U zingen: Heer, ontferm U…

Gebed bij de opening van de Schriften
Kom, Geest van leven,
ziel van ons bestaan,
energie die alles doordringt.
Kom, Licht van toekomst,
zicht op morgen,
dag die openbreekt.
Kom, Liefde voor alles en allen,
hoop van de kleinen,
geloof in de minsten.
Kom, Leven voor doden,
troost voor eenzamen,
genezing voor gekwetsten.
Amen.
Voorbeden

Gij, uit wie alles voortvloeit,
in wie alles terugvloeit,
vloeiende, ebbende zee,
zee van louter liefde.
Breng ons dat beeld voor ogen.
Scherp het ons in:
Zee van louter liefde…

Wij noemen U in onze voorbeden:
de onrust en agressie in de wereld, de landen beheerst door onrecht en conflicten…
de uitzichtloze armoede in zoveel landen…
allen voor wie niemand opkomt…
slachtoffers van natuurrampen…
de verzakelijking en verkilling in onze eigen samenleving…
zieken, en de mensen in hun omgeving…
allen die verdriet hebben om gebroken liefde…
mensen die dagelijks het gemis van een geliefde ervaren…
allen hier aanwezig die nu denken aan de lege plek in hun eigen leven…
de geliefden die wij aan de dood moesten afstaan, hun namen…
ons eigen leven, onszelf en wie ons lief zijn…
In de stilte rusten wij in ons bidden…

We bidden het gebed dat Jezus ons leerde:
Onze Vader…