Jao Jao – oktober 2011

JAO JAO = NEE NEE??

Voor de kinderen: Je mag geen ja of nee zeggen…

Kennen jullie het spelletje, dat je geen ja of nee mag zeggen?

Gaan we nu doen…

Ik stel een vraag en jullie geven antwoord – en denk erom: geen ja of nee!

Zijn er hier vandaag mensen in de kerk?

Regent het buiten?

Ben jij een meisje?

Wordt er vanmorgen een kind gedoopt?

Heet dat kind Bastiaan?

Ben jij zelf gedoopt?

Heb ik mooi haar?

Is mijn toga zwart?

Vandaag lees ik een verhaal dat ook over je en nee gaat.

Als je ja zegt moet je ’t ook doen – daar gaat het over.

Want weet je, straks zeggen de ouders van Bastiaan ook ja

op een aantal vragen.

Het is nogal belangrijk dat je weet wat je zegt…

;;;;;;–

Meditatie

Lieve mensen,

toen ik pas in Twente woonde moest ik er erg aan wennen.

Waaraan?

Als je aan autochtone Twentenaars – rasechte Tukkers – iets vroeg

kreeg je nogal eens vaak als antwoord: jao jao…

Uiteraard dacht ik dan:

het komt wel in orde, want er is ja gezegd.

Maar meestal kwam het niet in orde.

Als de Tukker jao jao zegt, drukt hij daarmee uit

dat hij er eigenlijk niet zo’n zin in heeft.

Betekent dat dat de Tukker onbetrouwbaar zou zijn?

Nee nee, in het geheel niet!

Het zegt iets over zijn bescheidenheid en voorzichtigheid.

Hij wil zijn gesprekspartner niet voor het hoofd stoten,

niet confronteren met een hard nee.

Jao jao is geen nee nee, maar een vorm van aarzeling, van open laten:

Ik heb er niet zo’n zin in maar gun me nog even de tijd.

Het is geen nee willen/kunnen zeggen

omdat je de ander zoveel mogelijk tegemoet wilt komen,

of omdat je altijd aardig wilt zijn.

Ik denk dat het voor veel mensen herkenbaar is:

Ik kan geen nee zeggen…

We zijn even stil om aan die momenten te denken:

dat we geen nee konden zeggen,

terwijl ons onderbuikgevoel dat wel aangaf!

Het is blijkbaar moeilijk om te communiceren wat diep in ons leeft,

vooral als het een nadrukkelijk nee betreft.

Ik zie het overal om me heen, op alle terreinen en ook in mezelf.

Ouders naar hun kinderen toe:

hoe belangrijk is het om het nee dat je van binnen voelt

ook naar je kinderen toe uit te drukken.

Heel veel ouders zie ik wat dat betreft over hun grenzen gaan.

En als kinderen iets doen is het vragen om grenzen,

vragen om een duidelijk ja en nee.

Kinderen hebben recht op nee.

Ook in het onderwijs zag ik het bij, vooral jonge stagiaires.

Soms, als de klas speelde met hun voeten,

zag ik hun inwendig geschreeuw: ik wil dit niet.

Maar bang dat de kinderen hen geen leuke juf of meester zouden vinden

lieten ze het maar toe

en drukten hun diep gevoeld nee de kop in.

Het zijn maar voorbeelden zoals die in ons aller leven te vinden zijn.

Blijkbaar had een van de broers uit de gelijkenis er ook moeite mee,

met nee zeggen.

Daarom zegt hij tegen de vader maar ja.

Om er vanaf te zijn?

Omdat hij zijn vader niet voor het hoofd wil stoten?

Omwille van de lieve vrede?

Omdat hij altijd mensen wil pleasen?

Dat ook allemaal, maar vooral denk ik:

omdat hij zichzelf niet kent!

Het ontbreekt hem aan zelfkennis, aan introspectie.

Hij zegt ja omdat hij er zich niet bewust van is

dat er heel diep in hem een hartgrondig nee leeft.

Deze zoon staat model voor de mens

die niet eerst zijn eigen diepten verkent

maar meteen zegt wat hij meent dat de ander wil horen.

Herkennen we dit type mens om ons heen – en in onszelf?

Hoe vaak zeggen we wat we denken dat de ander wil horen?

In hoeverre luisteren we echt naar onszelf?

In hoeverre zijn we eerlijk naar onszelf en de ander?

Ook als die ander God is…?

Met de ja zeggende broer in de gelijkenis

doelt Jezus op de schriftgeleerden, die het vast goed bedoelen

maar in volslagen gebrek aan zelfkennis al te snel ja zeggen.

Zij laten de woorden van God niet aan zichzelf komen, niet in zichzelf.

En met de nee zeggende broer doelt Jezus op de randfiguren,

de hoeren en de tollenaars, die vol nee zitten

en alleen maar nee uitstralen,

maar zich dat in ieder geval bewust zijn

en uiteindelijk dichter bij het ja doen uitkomen dan de ja-zeggers.

In het nee is altijd nog ruimte om toch ja te doen,

andersom niet.

Weet dus goed wat er in je leeft en wat je zegt!

Wees je bewust wat er in je leeft en wat je zegt.

Het is daarom dat ik bij deze tekst Psalm 139 gelezen heb:

De psalm van de introspectie.

Eeuwige, Gij doorgrondt en kent mij.

Er is geen woord op mijn tong, of Gij kent het volkomen.

Er is geen ja of nee op mijn tong, of …

God kennen is jezelf kennen, zei Calvijn.

Het hele geloof, alle moraal, elke levensovertuiging –

ze hebben geen enkele zin als het niet gepaard gaat met introspectie.

Met het lichtje van de Geest afdalen in je eigen krochten …

… en daar soms ook nee vinden,

een hartgrondig nee of een aarzelend nee, maar toch een nee.

Dat nee mag er zijn!

Ik durf te zeggen dat God dat nee, dat doorleefde nee, dat diepe nee,

liever hoort dan een oppervlakkig ja.

Het is zo belangrijk dat je leert om nee te zeggen

op de juiste momenten,

te beseffen dat jouw nee er mag zijn.

Waarom ik dat durf te zeggen?

Omdat we in Jezus kunnen zien dat God ja zegt.

Jezus is de zoon die ja zegt en ja doet.

En daarmee drukt hij uit dat God een en al ja is.

In Christus is geen jao jao en tegelijk nee nee, zegt de apostel Paulus,

maar een volmondig ja – en dus amen.

Als we lezen: Gij doorgrondt en kent mij – lezen we feitelijk:

Gij doorgrondt en hebt ons lief.

Het Hebreeuwse woord kennen heeft altijd met liefhebben te maken.

Als we in onszelf afdalen vinden we diep in onszelf,

de liefde van God.

Wij zijn onvoorwaardelijk bemind.

Ook als wij nee zeggen.

In Gods ja is ruimte voor ons nee.

Er is een liefde groter dan alle nee en ja.

Met alle ruimte en respect voor andere religies

zie ik geen geloofsverhaal met een zo hartgrondig ja zeggende God

als het verhaal van God in de liefde van Christus.

Omgeef je leven en elkaars leven met dat ja.

Bevestig je leven, je persoon.

Zo geeft deze gelijkenis ons de volgende wijsheden mee:

Veronachtzaam het nee in jezelf niet.

Ga niet je grens over.

Als je dat telkens toch doet krijg je ooit de rekening gepresenteerd.

Ga bij jezelf te rade wat er in je leeft, wat jij belangrijk vindt.

Laat je niet leiden door wat anderen allemaal van je verwachten.

In modieus jargon zeggen we dan: blijf bij jezelf.

Zeker, maar vooral: blijf bij jezelf in God.

Jezelf in God, dat is: bevrijd van angst en ego,

rustend in liefde.

Jezelf in God, dat is: niet ik, maar God in mij.

In de jaren 70 klonk het: zeg ja tegen jezelf.

Ook lekker soft.

Theo Maassen drijft er in de tv-serie “Geen probleem” de spot mee.

Terecht.

Het gaat in de liefde om meer dan alleen maar ja zeggen tegen jezelf.

Dat is al te gemakkelijk.

Ook hier geldt de verdieping:

Zeg ja tegen jezelf in God.

Amen

Kyriëgebed

Gij, die ontferming zijt,

raak ons aan in de stilte van onze ziel,

daar waar wij ons raken laten,

waar wij bewogen worden

en ons ontfermen.

Ontferm U over de schreeuwende pijn van de wereld.

Ontferm U over ons zodat wij ons over U ontfermen.

Zo bidden wij U zingend: Heer, ontferm U…

Gebed bij de opening van de Schriften

Kom met uw Geest en doorgrond ons.

Dring teder in ons door en bemin ons.

Kus de mooiste krachten in ons wakker.

Wek ons tot liefde,

zoals die was in Christus.

Amen.

Gebeden

Gij, die het licht zijt in ons leven,

wij loven U om de zon en de oogst,

wij loven U om de kracht van het leven en de rust van de dood,

wij loven U om elk nieuw begin.

Wij loven U om de ruimte die Gij ons biedt,

de ruimte van een onvoorwaardelijk ja.

En in onze voorbeden noemen wij U onze gebedsintenties:

– De armoede en de honger in zoveel delen van de wereld, maar in het bijzonder de Hoorn van Afrika

– De oorlogen en conflicten, nog altijd de spanningen in Libië, het Midden Oosten, Afghanistan

– De wereldwijde onrust en angst vanwege de crisis

– De zorgen om de economie in ons eigen land, de mensen die het zwaarst getroffen worden door de bezuinigingsmaatregelen

– Alle kinderen en jongeren in een samenleving vol onzekerheden en verwarring

– Allen die dagelijks het gemis van een geliefde ervaren, allen die in een moeizaam en langdurig conflict moeten leven, allen die verdriet hebben

– De zieken, thuis, in het ziekenhuis en in verpleeghuizen

– Onze eigen vragen en zorgen, ons eigen leven en onze geliefden leggen we aan U voor in de stilte …

We bidden samen het gebed dat Jezus ons leerde: Onze Vader…