kerstnacht 2010 – mag ik eens vragen, meneer lukas

Kerstnacht 2010, Vrijzinnig Hervormden
Waalse Kerk, Delft
Aanvang: 23.00 uur
Voorganger: ds. Wim Jansen
Organist: Christo Lelie
M.m.v. de Kerstnachtcantorij en Riëtte Beumer (fluit)
Algehele muzikale leiding: Christo Lelie
Poëzielezingen: Dieke de Jong
Voor de dienst vanaf 22.40 uur:

Orgelspel: Cl. Balbastre (1727-1799) – Noel “À la Venue de Noel”
Cantorij en gemeente: Gez. 117 “Hoe zal ik u ontvangen”
(1 cantorij, 2 en 3 allen)
Fluit en orgel: J.B. Loeillet (1653-1728) – uit Sonata X in F
Adagio en Allegro
Allen zingen: Gez. 125:1,5

Cantorij: M. Praetorius (1571-1621) – In natali Domini

Begin van de dienst om 23.00 uur:

Welkom en mededelingen

We zijn stil voor het wonder van de Kerstnacht

Voorganger: Onze hulp in de naam van de Eeuwige
Allen: die hemel en aarde gemaakt heeft.
Voorganger: De Eeuwige zij met u
Allen: ook met u zij de Eeuwige, amen.

Cantorij: Over de aarde kome gerechtigheid
Allen: Over de aarde kome gerechtigheid etc.

Openingstekst: De vragen…

Allen zingen: Uit het duister hier gekomen (Lied 137, Tussentijds)

Gebed

Fluit en orgel: C. Balbastre (1727-1799) bew. C. Lelie – Noel “Joseph est bien marié”

Verbindende tekst: Het mooie misverstand van de kerststal…

Allen zingen: Gez. 145

Verbindende tekst: Het drieluik…

Lezing: Lukas 2:1-20 (allen staan)

Cantorij: M. Praetorius (1571-1621) – “En! Natus est Emanuel”

Verbindende tekst: Verlangen naar dat ene…

Poëzie: Adonaj, Eeuwige… (Hans Andreus)

Cantorij en allen: Gez. 132: 1 allen, 2 cantorij (zetting M. Praetorius), 3 allen

Meditatie: Mag ik eens vragen, meneer Lukas?

Fluit en orgel: .B. Loeillet (1653-1728) – uit Sonata X in F
Adagio en Giga

Allen: Gez. 143

Verbindende tekst: Dogma als poëzie…

Poëtisch proza: De bloeiende jasmijn van Etty Hillesum

Cantorij: Resonet in Laudibus (Mainz Cantual, 1605)

Gebeden

Inzameling van de gaven
Cantorij, fluit, orgel:
J. Foster (1742-1822) – “While shepherds watched their flocks by night”
Anoniem – “Come, let us all with heart and voice” (Herman French Collectie ca. 1780)
Slotlied: Gez. 134
Zegen
Orgelspel: Cl. Balbastre (1727-1799) – Noel “Votre bonté grand Dieu:”

Meditatie
Lieve mensen,
meneer Lukas, mijn compliment!
U hebt de wereld betoverd met uw verhaal,
in het bijzonder dit verhaal:
De ontdekking van de hemel – in Bethlehem…
U hebt uzelf 2000 jaar overleefd!
Daar moet Harry nog maar overheen zien te komen.
Mijn compliment, ja, maar ik heb wel een aantal vragen.
Hebt u even…?

Op een site van de Volkskrant zag ik een aantal schilderijen
naar aanleiding van uw verhaal over de geboorte van Christus.
De titel van die bijdrage luidde:
Fictie van een geboorte.
Daarmee wordt uw verhaal bijgezet in de fictieve literatuur
en tevens ontdaan van alle feitelijkheid.
Daar moet u om glimlachen?
Ach ja, natuurlijk, in uw cultuur
was er niet zo’n onderscheid tussen feit en fictie,
niet zo’n kloof tussen geschiedenis en mythe.
De dingen liepen door elkaar heen,
omdat de werkelijkheid door alles heen loopt.
Een gedicht is immers niet minder werkelijk dan een krantenverslag.
Daar hoeven we ons dus niet druk om te maken,
dat uw verhaal wellicht een parodie is op een koningslegende,
zoals er zoveel in omloop waren in uw dagen?
Of dat u misschien de zoveelste mythe vertelt
over de geboorte van een god uit een maagd?
In de Griekse godensagen wemelt het immers van heilandfiguren,
van wie de maagdelijke geboorte zich voltrekt onder herders en engelen…
U maakt gebruik van bepaalde stijlfiguren en motieven,
zoals die toen bekend waren.
Het ging u niet om een historisch verslag,
maar om een poëtische lofzang op Jezus, toch?
Ik weet niet of dat het antwoord is,
maar verder kom ik niet, meneer Lukas.
Verder kom ik niet in de vraag,
hoe ik uw voor ons zo vreemde verhaal
in onze tijd zou kunnen verstaan.

Maar er is er nog wel meer dat ik niet begrijp.
Als het fictie is,
waarom dan die precieze historische aanduidingen
met naam en toenaam?
Wat wilde u daarmee bewerkstelligen? …
En waarom schrijft u zo beheerst, zo vriendelijk over de Romeinen?
Is het omdat u zelf een Romein was?
Ook fictie mag op z’n minst geloofwaardig en kritisch zijn.
Waarom verzwijgt u de wantoestanden rond zo’n volksverhuizing
in een bezet gebied als Palestina?
Mag ik u eens voorlezen hoe een tijdgenoot van u dat beschrijft?
“In de steden werd de bevolking bijeen gedreven.
Overal hoorde men de kreten van hen
die onder foltering van stokslagen werden verhoord…”

Moeten we ons zo de “stille, heilige nacht” voorstellen??
Waarom houdt u zich over deze zaken zo op de vlakte?
Of schrijft u bewust zo ingetogen,
zo sober en met zo weinig mogelijk drama?
Omdat u de aandacht wil richten op dat ene?
Omdat u, als op een schilderij van Rembrandt,
het decor in de schemer houdt
en het volle licht laat schijnen
op dit kind,
dat zo’n bijzonder mens zou worden?

Want zoveel is zeker:
In dit kind, in Jezus hebt u het gezien!
Wat?
God…
Maar ja, wat is God, meneer Lukas?
Wat bedoelt u met God?
En hiermee komen we aan mijn belangrijkste vraag.
De vraag van Ed Hoornik:
Wat is God? Wat is God? Wat is God?
Vanuit onze tijd zouden wij kunnen zeggen:
Het was voor u gemakkelijk praten over God.
Iedereen geloofde wel in God.
God en goden zaten eenvoudigweg in je systeem, toen,
en in het systeem van de staat en de hele cultuur.
God was voor u een vanzelfsprekendheid.
Dat zouden wij vanuit onze tijd misschien gemakkelijk kunnen denken.
Maar dan doen we u toch geen recht, vrees ik.
Want zo gemakkelijk was het niet
en zo eenduidig was God bepaald niet in die Grieks Romeinse cultuur.
En zoals u over God schrijft,
dat is voor die wereld van toen toch echt revolutie!
Ja, wij zijn het gewoon gaan vinden,
maar het is het pantheon op z’n kop!

U laat God van zijn troon afdalen,
ontneemt hem de klassieke kroon van de almacht,
ontneemt hem elk beeld,
haalt hem naar de aarde toe,
naar de mensen toe,
naar een onderaardse grot toe
en opent ons de ogen.
Uw verhaal voorziet ons van een Godbeeld,
dat geen beeld meer is.
zoals dat ook oplichtte in het joodse geloof:
het niet-beeld van God als een mens.
Feitelijk zet u de eerste stap
in de bewustwording van God
als Geest van liefde in de mens,
zoals velen dat in onze dagen ervaren, meneer Lukas.
Niet een God buiten ons die troont in de hemel,
maar een God die zich aan ons toevertrouwt,
in een mens,
in dit bijzondere kind Jezus,
en in ieder mens die verlangt naar liefde.
Een God die niet ons uit de puree moet helpen,
maar die wij moeten helpen.
God als een zuivere, witte plek in ons,
geboorteplaats van de liefde,
maar ook als een woede tot gerechtigheid,
aanwezig in onze geest,
zoals het goddelijke kind Jezus
kwetsbaar aanwezig in de wereld.
Niet dit kind kan ons beschermen,
wij beschermen dat kind.
Zo kunnen wij God-in-ons beschermen
en dragen door dit leven,
door de wereld.

Althans…
Daar zijn velen in onze tijd op uit gekomen, meneer Lukas,
na de ontmanteling van vele Godbeelden, ook het uwe.
Natuurlijk is daarmee het laatste woord niet gesproken.
Maar voorlopig kom ik niet verder dan dit:
God is onttroond en woont onder ons,
in ons.
Misschien schrikt u daar van?
U hebt het aan uzelf te wijten.
U bent begonnen.

Wat is God?
Weet u, meneer Lukas, dat vraagteken wordt alleen maar groter.
En daarmee God – en daarmee het verlangen.
O God, wat is God?
Dat is geen vraag meer.
Dat is een gebed.

Amen

Openingstekst: De vragen…
U allemaal, welkom!
U allemaal, mensen die in het holst van een winternacht de straat opgaan.
Dit mooie, vreemde feest – bizar eigenlijk.
Het roept vragen op:
Wat bezielt u?
Wat bezielt jullie, de musici en de cantorij, om weken in de kou te repeteren?
Wat bezielde Lukas met zijn verhaal dat vandaag nog mensen raakt?
Misschien vooral toch de vraag naar God, zoals in het fragment uit het gedicht van Ed Hoornik, dat ik nu lees:

Wat is God? Wat is God? Wat is God?
Een schelp. Een vallende ster.
Een rietpluim. Avond. Een berg.
Stilte. Het oog van de naald.

Wat is God? O God, wat is God?

Gebed
Gij, licht in de nacht,
Gij, zon die zich naar ons toewendt in donkere dagen,
wij naderen met schroom
dit heilige geheim
van uw komen naar de wereld.
We zijn er stil van

Open ons dan voor uw nabijheid
in de wereld,
in ons leven.
Geef ons in deze viering
iets van uw schoonheid mee,
een glimp van uw licht,
gezindheid van liefde,
zoals die zichtbaar waren
in het kerstkind.
Amen

Het mooie misverstand van de kerststal
In de kerststallen overal ter wereld komen ze samen: de engelen en de herders uit Lukas en de wijzen en de ster uit Mattheüs. Twee totaal verschillende verhalen met ook verschillende doelgroepen en bedoelingen. Zo gezien is de kerststal een misverstand, maar het is een mooi misverstand. De verhalen blijken groter dan hun schrijvers en gaan hun eigen weg. Zoals ook in de liederen die we zingen. Nu zijt wellekome: een Middeleeuwse, muzikale kerststal.
Het drieluik
Lukas de schilder heeft ook zijn kerstevangelie voor ons geschilderd. Het is zelfs een drieluik. Elk luik begint met de oude Hebreeuwse inleiding: Het geschiedt… Zo lezen we het nu en tussen elke luik zijn we even stil. Ik wil u vragen om, indien u dat kunt, het evangelie staande aan te horen.
Verlangen naar dat ene
Zijn we hier gekomen omdat we verlangen naar dat ene? Die roos van ons verlangen? Licht, leven, recht, liefde – komen ze niet allemaal samen in dat ene woord God. We buigen ervoor en noemen het met het joodse geloof:
Adonai – gebieder.
We luisteren naar het gedicht van Hans Andreus, gelezen door Dieke…
Dogma als poëzie
Het wonder van Christus, God in de mens – het was poëzie. Men zocht naar formuleringen en zo werd het dogma. Dogma werd waarheid. De kunst is om dogma opnieuw te verstaan als poëzie. Het dogma van God in de mens. We luisteren naar de woorden van Etty Hillesum, gelezen door Dieke…
Gebeden (met stilte en Onzevader)
Gij, liefde in de nacht geboren,
in onze gebeden zeggen wij uit wat ons op het hart ligt:

Onze lofprijzing om deze nacht, dit verhaal, de liederen, de muziek
Onze voorbeden voor de wereld: voor de slachtoffers van oorlog, onderdrukking, natuurgeweld, armoede
Onze voorbeden voor hen die eenzaam zijn, gemis ervaren, rouw dragen, voor allen wie deze dagen zwaar vallen
Onze voorbeden voor de zieken, thuis en in ziekenhuizen, allen die leven in onzekerheid over hun toekomst
Onze geliefden, onze persoonlijke dank, vragen en zorgen, in de stilte…

Zo geven wij alles uit handen in het gebed dat Jezus ons leerde: Onze Vader.. .