Pasen met Oek de Jong – Pasen 2014

oek de jong - pier en oceaanPasen met Oek de Jong – Pasen 2014 – Wim Jansen
Pasen met Oek de Jong

STILTE: We gingen van het donker naar het licht. Dat is Pasen, een lichtend vuur dat wordt ontstoken ook als alles duister is, de zon die opkomt uit de nacht, het groen dat ontluikt uit het dode hout, liefde die opstaat, telkens weer. We zijn stil om ons daarop te richten…

Opstapje naar het thema: De Paashaas die niet wist wat Pasen is…

Al zoveel jaren was hij, met een mand eieren op zijn rug,

bij alle mensen langs geweest omdat het nu eenmaal Pasen was,

en nu wilde de Paashaas eindelijk wel eens weten wat Pasen is…

En hij vroeg het aan een ei in zijn mandje: Wat is Pasen?

Het ei antwoordde: Ik heb geen idee, ik weet alleen

dat er nieuw leven in mij zit,

en dat ik daarvoor straks gebroken moet worden,

maar wat Pasen is weet ik niet.…

Toen vroeg de Paashaas het aan een konijn en die zei:

Beste neef, ik weet niet wat Pasen is, maar ik heb het druk,

want iedereen in mijn familie wordt ziek en gaat dood,

dus ik moet zorgen dat er veel jonge konijntjes komen,

zodat er altijd konijnen zullen zijn voor de kinderen om mee te knuffelen…

De Paashaas keek omhoog en zag de appelbloesem aan de boom.

Ha, mooie appelbloesem, weet jij soms wat Pasen is?

Hoe kan ik dat nou weten? – zei de appelbloesem.

Ik weet alleen dat ik heel kort heel mooi mag wezen

zodat iedereen er blij van wordt, en dat ik daarna helemaal verdwijn,

doodgaan noemen ze dat, geloof ik,

en in mijn plaats groeit er dan een appel,

waar ook weer iedereen heel blij van wordt.

Maar Pasen??? Nooit van gehoord…

Hm, dacht de Paashaas, nou ben ik nog niks wijzer.

Weet je wat, ik vraag het aan die leeuwerik,

die daar zo hoog in de lucht hangt te zingen.

Ik weet het niet, floot de leeuwerik, ik heb geen flauw benul.

Ik weet alleen dat ik moet zorgen dat er gezongen wordt,

dat er altijd gezongen blijft worden ook als ik er niet meer ben,

dat mijn loflied op het leven altijd doorgaat,

maar wat Pasen is??? Geen idee…

Nou weet ik nog niet wat Pasen is, dacht de Paashaas,

dus ik ga maar door met eieren rondbrengen,

zodat de kinderen gelukkig zijn…

Lezingen:

Uit ‘Pier en oceaan’ van Oek de Jong:

(Tijdens een wild eindexamenfeest op een boerderij trekt hoofdpersoon Abel zich terug op een stille plek onder een groep eiken)

‘Hij leunde tegen het hek en staarde over het korenveld. Hij rook de geur die aandreef uit de landerijen en probeerde hem te benoemen, maar hij kon het niet. Het woord ‘onsterfelijk’ kwam in hem op – hij was niet voor niets een gymnasiast. ‘Onsterfelijk’ leek hem die geur, maar ‘onsterfelijk’ waren dan ook de polder in het maanlicht, het donkere profiel van de beboomde dijk in de verte en de roerloosheid van het graan. Net zo onbeholpen en ontoereikend leek het woord ‘eeuwig’ voor wat hij onder de eiken gewaarwerd. Hij kon geen enkel woord vinden voor het naamloze dat hij hier onderging…’

‘… hij zag de boom waarlangs het bier droop en rook de aarde, en opnieuw onderging hij het ‘eeuwige’ dat hij niet kon benoemen, iets wat buiten al deze dingen stond of juist al deze dingen was.’

Johannes 12:24 (Naardense bijbel)

Het Paasevangelie uit Johannes 20:11-18 (idem)

Meditatie: De dominee die niet wist wat Pasen is…

Lieve mensen,

al zoveel jaren ben ik, met een mandje preken op mijn rug,

bij de kerken langs gegaan omdat het nu eenmaal Pasen was,

maar nu wil ik eindelijk wel eens weten wat Pasen is – zei de dominee.

Zo ongeveer 35 jaar houd ik al preken over Pasen

en vertel ik de mensen wat dat feest inhoudt, en nu wil het zelf wel eens weten.

En ik vroeg het aan onze kinderen: Wat is Pasen?

En ze zeiden: ‘Pasen is de mooie ontbijttafel die mama dekte

met veel geel en wit en bloemen en een gevuld ei

op een bedje van tuinkers – en alles rook zo lekker.

Pasen is kind zijn, thuis.

Pasen is herinnering in geur en kleur – en het zal altijd met ons meegaan.’

En ik was ontroerd toen ze dat zeiden.

Ik vroeg het aan een van mijn lievelingsschrijvers, Godfried Bomans, en hij zei:

‘Alleen het woord Pasen is al zo open, feestelijk en schoongewassen van klank, als een groot licht ei, dat je dicht tegen je oor houdt en je hoort als je schudt

het zilveren geluid van een klein korreltje dat er in zit

en dat nog nooit iemand heeft gezien – Pasen.

De wereld is mooi, oneindig veel mooier dan wanneer het volle zomer is.

Alles is belofte om je heen…’

Ik herkende wat hij beluisterde in de klank van dat woord.

Pasen: het is een woord dat open gaat…

En ik vroeg het aan het kind dat ik zelf was en dat zei:

‘Pasen is narcissen in het nieuwe groen op het erf en ganzeneieren eten.’

En ik vroeg het aan de jonge dichter die ik was en die zei:

‘Pasen is het lichte en onschuldige, het prille en tere,

dat mooie lenteachtige in je ziel, wat je zo kapot kunt maken.’

Klopt, dacht ik, maar dat was toen, er moet meer zijn.

Ik vroeg het aan de jonge dominee die ik was en die zei:

‘Pasen is het belangrijkste christelijke feest,

dan vieren we dat Jezus uit de dood is opgestaan.’

Hoezo opgestaan? – vroeg ik, want ik kon me daar niet zoveel bij voorstellen.

‘Dat hij leeft en onder ons is’, zei de jonge dominee die ik was.

‘Dat God heeft ingegrepen in de geschiedenis, vanuit zijn dimensie.’

Ik begreep hem wel want ik was hem zelf geweest,

maar voelde me tegelijk vervreemd van wat hij zei.

Want waarom zou God die ene keer ingrijpen

bij zo’n vreselijk onrechtvaardige terechtstelling,

en al die miljoenen keren dat er mensen vermoord worden niet?

Nee, ik heb niet zoveel meer met een God die ingrijpt…

Daarom vroeg ik het aan een moderne collega-theoloog en die zei:

‘Pasen is voor mij het feest van het verzet,

van opstaan tegen de gevestigde orde,

opstaan uit de dood van machtige regimes.

Opstanding betekent opstandig zijn.’

Dat klopt voor een deel, zei ik, maar ik mis nog iets.

Het kan toch niet alleen een politiek verhaal zijn,

ook politiek, ja, met politieke consequenties, maar niet alleen politiek…

Toen wist ik het even niet meer.

Niemand gaf het antwoord dat mijn verlangen vervulde.

Want dat was het inmiddels geworden: een verlangen.

Een verlangen naar Pasen, iets dus wat ik niet kende.

En ik was even stil rond die vraag: Wat is Pasen?…

Uiteindelijk dacht ik: Weet je wat? Ik vraag het aan mijn vader!

Mijn vader is al bijna 40 jaar dood, maar ik praat nog elke dag met hem.

Dus ik ging naar de binnenkant van mijn ogen

en vroeg aan mijn dode vader: Wat is Pasen?

En hij antwoordde:

‘Nou ben ik al bijna 40 jaar dood en elke dag praat je met mij,

elke dag ben ik bij je en in je en geef ik je raad,

en nog vraag je aan mij wat Pasen is…?’

‘Is Pasen dan dood zijn?’, vroeg ik,

want mijn vader kreeg me vroeger ook al nooit stil.

‘Jazeker’, zei hij, ‘Pasen is om te beginnen dood zijn.’

‘Hoe kan dat nou?’, zei ik, ‘Ik dacht altijd dat Pasen met leven te maken heeft.’

‘Om te beginnen met doodgaan’, antwoordde hij.

‘Ben jij nou een boerenzoon?

Ik nam je vaak mee naar het land in het voorjaar, weet je nog?

Dan keken we of de zomertarwe al uit kwam.

Als het land nog grijs en kaal was en er was nog geen sprietje te zien,

dan groeven we in de grond om het korreltje te zoeken.

Dat vonden we nooit want het was al dood,

maar we vonden wel een heel klein groen scheutje.

Daar herkende je niets meer in van het zaad,

want dat zaadje moest echt eerst helemaal dood.

Maar het onzichtbare leven in dat zaad, dat was blijkbaar verder gegaan.

Dat is Pasen: eerst doodgaan – en dan is er iets van jou dat verder leeft,

maar… je bent het niet meer zelf!’

Dat was een tegenvaller want omdat ik mezelf nogal belangrijk vind

hoor ik liever dat ik zelf verder leef.

Maar er was misschien nog hoop want zei hij niet:

Iets van jou dat verder leeft??

‘Maar vader…’, zei ik, ‘dat iets van jou dat verder leeft, wat is dat dan?’

Hij zuchtte: ‘Ik ga niet al je vragen beantwoorden.

Ik heb je altijd al te veel verwend.

Je bent nu ongeveer net zo oud als ik was toen ik doodging.

Vind je het niet eens tijd dat je het zelf gaat oplossen?

Weet je wat? Je bent toch dominee geworden?

Vraag het maar aan Johannes de evangelieschrijver.

Die heeft er een mooi verhaal over geschreven…’

En weg was mijn vader, zo verdwenen door de dichte deuren…

Dus ik Johannes opgeroepen en ik vroeg hem:

‘Beste meneer Johannes, ik preek nu al 35 jaar over Pasen

en nog steeds weet ik niet wat het is…’

‘Wat zegt u? Wat ik dan al die tijd de mensen heb wijsgemaakt..??

Nou ja, ik heb echt geprobeerd er heel dichtbij te komen.

Ik heb heel vaak uw mooie verhaal gelezen van Maria in de tuin,

want al begreep ik het niet, ik vond het wel het mooiste.

Mijn vader had het over doodgaan en graan

en over ‘iets van mij dat verder leeft’.

En hij raadde me aan om aan u te vragen wat dat dan is, dat iets…’

‘Het is zeker waar dat de dood bij het leven hoort.’, zei Johannes.

‘Ons hele ik moet echt sterven – jij ook, er helpt geen lievemoederen aan.

Sterker nog, dat is Pasen: beseffen dat je doodgaat,

tot je door laten dringen dat het echt niet anders kan,

dat het noodzakelijk is om te leren sterven

en je uiteindelijk verzoenen met je dood.

Waarom denk je dat ik juist dit Jezus zo nadrukkelijk in de mond heb gelegd?

Dit: indien de graankorrel niet in de aarde valt en sterft…

Dat ‘indien’, dat wijst op een voorwaarde.

Kijk om je heen, het kan niet anders, in de hele natuur,

is de dood een voorwaarde voor het leven.

Indien dat niet zou gebeuren, dat doodgaan,

juist dan zou er ook geen nieuw leven mogelijk zijn

en evenmin zouden er vruchten zijn…’…

Maar meneer Johannes, zei ik, is Pasen dan verzoening met de dood??

‘Zeker’, antwoordde hij, ‘dat had je niet gedacht, hè?

Het betekent dat je juist daarom heel intens moet leven.

Niet verslappen, niet vegeteren, maar echt leven – met alle aandacht leven!

Tegelijk betekent het dat je je angst voor de dood mag verliezen.

Er is immers ‘iets van een mens dat verder leeft’ –

wat dat is, dat iets??’…

Johannes knipoogde.

‘Mijn Paasevangelie, meneer de dichter, is een knipoog naar het Hooglied.

Was je dat nog niet opgevallen?

De tuin in de vroege morgen, de zoekende geliefde, de tuinman,

Maria’s hunkering om Jezus vast te houden:

Het is een hervertellen van het Hooglied, het lied van de liefde.

Dat ‘iets van jou dat verder gaat’, het enige dat verder gaat – dat is de liefde.

Zoals de graankorrel transformeert in een nieuwe halm,

zo kunnen wij mensen ons leven transformeren tot liefde.

Liefde is de vrucht die van een mens blijft: dat is wat van ons verder leeft.

Dat is ook waartoe je geboren bent en geleefd hebt.

Jij praat niet met je vader, maar met zijn liefde,

zoals Maria in de tuin Jezus’ liefde gewaarwerd.’

En met deze woorden verdween ook Johannes door de dichte deuren…

Gewaarworden, dacht ik.

Pasen is dus niet de goedkope troost van een spektakel,

maar een gewaarworden, een innerlijk ervaren,

een beleven, een in het leven staan, een gezindheid.

Pasen is geen historische maar een psychologische werkelijkheid,

niet eenmalig maar een zich herhalend gebeuren in de menselijke geest.

En ik moest denken aan een fragment uit ‘Pier en oceaan’.

In niet christelijke, algemeen menselijke termen

beschrijft Oek de Jong daarin, wat ik een Paaservaring zou willen noemen.

Vast niet geheel toevallig speelt het zich af bij een graanveld.

Het ‘eeuwige’ dat Abel onderging.

Dit: ‘…het eeuwige’ dat hij niet kon benoemen,

iets wat buiten al deze dingen stond of juist al deze dingen was.’ …

Er is niets veranderd aan de uiterlijke situatie,

nee, het Paasgebeuren speelt zich van binnen af –

in Abels hoofd, of liever, in zijn hart.

Pasen is van geest, is een intense beleving, een enorme levenskracht.

Pasen is de bewustwording van dat ‘eeuwige’.

Het is het geestelijk bevinden, het innerlijk weten, de ervaring…

… dat er iets is wat verdergaat, wat tijdloos is,

iets in mij wat mij overleeft,

‘iets wat buiten al deze dingen stond of juist al deze dingen was’,

iets wat ik God zou kunnen noemen… iets als liefde…

STILTE…

Zelf heb ik ook zo mijn Paasmomenten, bijvoorbeeld als ik ’s morgens vroeg wakker word en het grote kosmische gebeuren gaat zich weer voltrekken, het ‘er zij licht’ – en als ik dan onze tuinmerel hoor fluiten. Het is nog donker als hij begint. Het lijkt wel of hij het licht tevoorschijn zingt. Gedicht:

Merel ‘s morgens vroeg

Wat is het

dat jou doet besluiten

te gaan fluiten?

Hoe grijs moet het licht zijn waarop je wacht?

Hoe blauw het zwart van de nacht?

Wat is het

dat jou doet besluiten

te gaan fluiten

zo dwaas, zo buiten zinnen

alsof je er het eeuwig leven mee kunt winnen?

Wat is het

dat jou doet besluiten

te gaan fluiten?

Wanneer er van jouw mooie zwarte lijf

straks nog geen handvol dorre botjes blijft

klinkt nog dit fluiten.

Gebeden

In de stilte van de morgentuin,

in de stilte van ons hart,

in de stilte van het eeuwige dat Gij zijt,

laten wij onze woorden vallen,

als de tranen van Maria in het gras,

om uit te zeggen wat er in ons leeft

aan verlangen en aan pijn,

in de stilte…

We bidden samen het Onzevader…