Simson de incorrecte, advent 2011

Richters 13:1-5, 24-25, 16:1-3 / Lukas 1:80

Voor de kinderen: Geboorte…

In deze tijd voor Kerst gaat het
vooral over geboorte…

Bij de geboorte van een kind worden
vaak verhalen verteld.

Toen ik een jaar of vijf was verzon
ik een verhaal over mijn geboorte.

Ik zei aan tafel:

Ik was tien toen ik geboren werd en
ik zei bore bore bore…

Nou, denk daar maar eens over na.

In werkelijkheid was ik natuurlijk
nul toen ik geboren werd

en ik zei helemaal niets.

Ik krijste alleen maar, net als
jullie.

 

Toch gebeurt er altijd wel iets
speciaals rond iemands geboorte.

Daarom bewaren je ouders ook vaak een
krant van die dag.

Toen ik geboren werd was het hartje
zomer

en het graan werd gedorst.

Nou hou ik helemaal niet van de
winter en ben echt een zomermens,

dus mijn geboorteverhaal klopt wel
met wie ik ben.

Vaak heeft zo’n verhaal wel iets te
maken met wie je bent.

 

In de bijbel worden er ook veel
geboorteverhalen verteld.

Die verhalen hebben zeker altijd te
maken met wie die mensen later werden.

Vandaag gaat het daar ook over.

 

Maar ik wil jullie vragen om eens bij
je ouders na te gaan

of er ook rond jouw geboorte iets
bijzonders gebeurd is…

 

 
——————

 

 

 

Meditatie

Lieve mensen,

denk eens na over uw eigen
geboorteverhaal.

Komt er iets bijzonders in uw
gedachten?

Is er iets in dat verhaal dat te
maken heeft met wie u later werd?

Kunt u daar met terugwerkende kracht
een betekenis in herkennen?

Zo, terugkijkend vanuit het nu, komen
de gebeurtenissen rond uw geboorte misschien wel in een ander licht te staan.

Roald Dahl heeft een prachtig

en tegelijk schokkend geboorteverhaal
geschreven.

Hij vertelt over een jong echtpaar
dat heel graag kinderen wil,

maar het lukt niet.

Als de vrouw dan eindelijk zwanger is
krijgt ze een miskraam

… en weer … en weer …

Uiteindelijk, na vele pogingen, wordt
een gezond kind geboren.

Wat zijn ze blij!

Vol trots gaat de vader het kind
aangeven.

De ambtenaar zegt: Hoe wilt u uw kind
noemen, meneer Hitler?

Adolf – antwoordt de vader.

Typisch een voorbeeld van een
geboorteverhaal

dat een betekenis krijgt – in dit
geval een bizarre betekenis –

in het licht van iemands latere leven
en de persoon die hij werd.

Zo worden ook in de bijbel de
geboorteverhalen verteld:

Vanuit het perspectief van wat later
is gebeurd.

Sterker nog: iemands geboorteverhaal
wordt omgeven met legenden

die het leven van de persoon moeten
illustreren.

Het beroemdste voorbeeld is
natuurlijk het Kerstverhaal

zoals dat verteld wordt vanuit Pasen
en Pinksteren.

 

Zo is het ook gegaan met het
geboorteverhaal van Simson.

Het is een verhaal met de bekende
motieven:

Een onvruchtbare, oudere vrouw, een
engel,

een belofte van bevrijding en de
gewijdheid aan God: het nazireërschap.

Je herkent er meteen de andere
geboorteverhalen in terug:

Sara, Hannah, Elizabeth…

Tot zover is alles vertrouwd.

 

Maar als je dan het levensverhaal van
Simson gaat lezen,

tja, dan kom je toch in de problemen.

Het is een buitengewoon ruig leven.

Hij mag dan “zonneschijn” heten, maar
het is een leven

gekenmerkt door schaduw: geweld, egotripperij

flirten met de vijand, de Filistijn
nota bene:

model van de onmens in het OT,

hoerenlopen en krachtpatserij – zoals
in het fragmentje dat we lazen.

Naast zijn sterke staaltjes heeft
Simson ook nog de trekken

van een tragische loser

als hij zich laat verleiden en
verraden door de mooie Delilah

en zich zijn geheim, het geheim van
God, laat ontfutselen.

Geen schoolvoorbeeld van een heilige
– zacht gezegd.

Geen schoolvoorbeeld van een
Godgewijd leven

dat verfraaid zou moeten worden met
legenden en de gebruikelijke motieven van de andere bijbelse
geboorteverhalen.

 

Nee, maar dat maakt dit verhaal juist
zo mooi en ontroerend

en de figuur van Simson ondanks alles
sympathiek.

Je hoeft geen moraalridder of
fatsoensrakker te zijn

om toch een instrument van de Geest
te kunnen zijn  –

zoals dat in vers 25 staat: aangevuurd
door de Geest.

Daar klinkt trouwens ook iets wilds,
iets ongecontroleerds in door.

Soms werkt ook de Geest ruig, vurig…

In dit verhaal kunnen we dan ook zien
hoe de Geest

vele malen groter is dan onze
correctheid,

groter dan ons sociaal wenselijk
gedrag,

groter dan een burgerlijk
christendom,

zoals dat vele eeuwen in de kerk de
toon heeft aangegeven.

De Geest waait en werkt dwars onze
brave patronen heen

en spreekt en handelt door alle
mensen,

ook de randfiguren, de anarchisten,
de vrije vogels,

ook de verslaafden, de misdadigers,
de mislukkelingen,

ook hen die niet binnen de paadjes
blijven

en zich te buiten gaan aan ongewenst
gedrag.

In het verhaal van  Simson zien we vooraf gespiegeld

de omgang van Jezus met allerhande
figuren van laag allooi,

hoeren en tollenaars bijvoorbeeld.

 

Ik wil dat wel verduidelijken met een
paar voorbeelden.

De Ierse Christina Noble, geboren en
opgegroeid in de goot van Dublin,

zag als jongere de beelden van
Vietnam:

hoe naakte kinderen op de vlucht
waren voor napalmbommen.

In haar eigen ellende kon ze die
beelden niet vergeten.

Toen ze een bezoek bracht aan Ho Chi
Minhstad begreep ze

dat hier haar levensvulling lag

en ze stichtte er een weeshuis en een
foundation voor weeskinderen.

Maar haar leven bleef getekend door
de goot waaruit ze voortkwam.

Een braaf meisje is ze nooit
geworden.

Ze wil bijvoorbeeld niet vergeleken
worden met Moeder Theresa,

want, zegt ze:

Ik doe allemaal dingen die een heilige niet echt doet.

Ik brul liedjes mee in cafés…

Ik mag zo nu en dan graag een dubbele whisky drinken.

Ik houd van dansen.

Ik scheur graag rond op mijn Honda-motor.

Ik kan soms ook iemand een klap verkopen als dat nodig is.

Ik ben nogal wild, ik ben Iers…

Een ruig mens, zo te horen, een vurig
mens.

Maar zal iemand ontkennen dat de
Geest door haar heen werkt?

Een ander voorbeeld is Etty Hillesum.

Een ongebonden, onconventionele
vrouw,

met haar meerdere minnaars en haar
sterke erotische drive.

Maar hoe authentiek is haar verlangen
naar God.

Hoe teder en inspirerend schrijft ze
over God.

En hoeveel barmhartigheid straalt ze
uit in kamp Westerbork…

Ook een vurig mens, een
hartverwarmend mens.

Nog een voorbeeld van mezelf.

Zo begin twintig was ik aardig bezig
een puinhoop van mijn leven te maken.

In die fase heb ik onmiskenbaar mensen
beschadigd.

Een indringend gesprek opende mij de
ogen.

Nee, het was niet een gesprek met de
dominee,

maar met de dronkenlap van het dorp.

Hij wees mij feilloos aan wat ik aan
het doen was.

Hij deed het met dubbele tong, maar
hij sprak de volle waarheid.

 

De Geest vuurt ook de Simsons aan,

zoals diezelfde Geest later Johannes
de Doper aanvuurt,

ook geen alledaagse, correcte en
burgerlijke figuur

met z’n woeste kemelharen uiterlijk
en z’n kluizenaarsleven.

 

Moeten we dan allemaal een
onaangepast, wild leven gaan leiden?

Nee, daar gaat het natuurlijk niet
om.

Het gaat erom dat we oog hebben voor
de mens

achter de incorrecte buitenkant,

oog voor de ruimhartige Geest van
liefde in ieder mens.

Het gaat erom dat we de Geest niet
opsluiten

in onze voorstellingen van een
geslaagd leven,

in een burgerlijk bestaan.

Het gaat er ook om dat we de Geest
aan het werk mogen weten

in de incorrecte en soms misschien
zelfs beschamende kanten

van ons eigen leven.

De Geest in de dronkenlap.

 

Simson zien we in mensen om ons heen,

maar Simson is ook de richter in
onszelf

die de Filistijn in ons een schop
onder de kont geeft.

Simson is vooral kracht: een vuur, ja, een zon.

En vuur, zeker, daar kun je je aan
branden.

Maar je kunt je er ook aan warmen.

Amen

Zondag
4 december 2011 – Abtswoude, Delft