Tohoewavohoe – Advent 2014

Tohoewavohoe – Advent 2014 – Wim Jansen

Opstapje naar het thema: Ik zoek een woord…

 

  • Ik zoek een woord, zei de joodse sprookjesverteller,

maar een klank is ook goed.

  • Waarvoor zoek je dan een woord of een klank, sprookjesverteller?
  • Voor iets dat heel donker is en somber en…
  • Nou, dan: somber
  • Nee, dat is niet genoeg. Het is erger dan somber. Het is ook boos en grommend en hol en…
  • Eén grote bende…
  • Ja, een bende, maar meer nog dan een bende! Iets dat dreigend is en angstaanjagend, iets wat je voor je ziet als een enorm schilderij met veel zwart…
  • Iets als een storm op zee in de nacht?
  • Zoiets, ja.
  • Grauw?
  • Het is erger dan grauw. Ik denk dat een klank beter is dan een woord. Wacht, ik laat een klank komen uit de donkerste kelder van mijn ziel…
  • Nou, ik ben benieuwd. Ik wacht…

  • Ik heb het! TOHOEWAVOHOE…
  • . wie??? Is het een klank of is het een woord, sprookjesverteller?
  • Het is een klank en het is een woord, of liever: twee woorden in één… Zeg het zelf maar eens, zo donker mogelijk: TOHOEWAVOHOE…
  • Brrr, het is een woord dat klinkt als een spook in een diepe spelonk. Uit wat voor taal komt dit woord, sprookjesverteller?
  • Het komt uit mijn taal, het hebreeuws. Zullen we eens kijken of we hier samen een sfeer van een spookachtige grot kunnen krijgen? Als u wilt, hoor… Zullen we het met z’n allen zeggen? Zo laag en somber mogelijk: TOHOEWAVOHOE…
  • Betekent dat woord ook nog iets, sprookjesverteller?
  • Ik zou zeggen ‘woest en leeg’. En ik ga het gebruiken voor mijn verhaal. Mijn verhaal over de schepping. Alles is TOHOEWAVOHOE. Maar om te beginnen is er… God.

 

Lezingen:

Genesis 1:1-5 (vrije, parafraserende vertaling WJ):

 

‘Om te beginnen is er God

scheppend de hemelen en de aarde.

De aarde is TOHOEWAVOHOE (woest en leeg)

en duisternis

over de oervloed.

En geest van God als de wind

waaiend over de wateren.

En God spreekt: Licht!

En er is licht.  

God ziet het licht en zegt: Kijk eens, hoe tof!

Zo brengt God scheiding aan

tussen licht en duisternis.

God begroet het licht en noemt het bij name: Dag dag.

Ook het duister begroet hij en geeft hij een naam: Dag nacht.

Er is een avond en een ochtend:

Dag één.’

Gilgamesj-epos (Babylonisch scheppingsverhaal kort naverteld WJ):

‘Uit de watergod Apsoe en de watergodin Tiamat werden alle goden en geesten geboren. Zij vormden een grote, drukke familie. Maar zij vierden ruwe feesten met veel herrie. Apsoe kon er niet van slapen en besloot om de hele bende uit te roeien. Tiamat wilde eerst niet meedoen, maar later zei ze: ‘Ik ga monsters maken die alle jonge goden zullen vernietigen.’  

En zij maakte de bloedzuiger, de draak, de sfinx, de grote leeuw, de dolle hond, de schorpioen, boze geesten en centaurs. Niemand van de goden durfde het tegen haar op te nemen. Behalve de jonge god Mardoek. Mardoeks strijdwagen werd getrokken door vier paarden: de doder, de wrede, de vertrapper en de snelle. Hun tanden waren scherp als messen en dropen van vergif.

Tiamat had geen schijn van kans. Mardoek spleet haar lichaam als een vis in tweeën. Uit de ene helft maakte hij de hemel en uit de andere helft de aarde. En zo werd Mardoek de oppergod.’

 

Meditatie: Tohoewavohoe

Lieve mensen,

tohoewavohoe –

het behoorde tot de eerste Hebreeuwse woorden die ik leerde.

Logisch, want we begonnen bij Genesis 1.

Wij, mijn studiegenoten en ik onderweg naar de faculteit in Brussel,

waren er zo vol van dat we een lelijk stuk braakliggend land

bij de havens van Antwerpen,

zo gingen noemen: tohoewavohoe…

Spookachtig, onherbergzaam, chaos, godvergeten, duisternis.

Dat is wat die uitdrukking wil weergeven en oproepen.

Een zooi ongeregeld, een ordeloze bende.

Onmiskenbaar de situatie in de wereld van vandaag.

Voortdurend gerommel en gedonder,

zonder dat we er nog een touw aan vast kunnen knopen.

Of kunt u precies ontrafelen hoe het zit met de IS?

Of, dichterbij, met de werkloosheid, of de crisis?

Je zou zeggen dat de schepping is uitgelopen op chaos.

Opmerkelijk is dan ook dat de meeste scheppingsverhalen…

… met zo’n chaos beginnen!

Elk op zijn wijze, dat wel…

Waar het verhaal in Genesis meteen inzet op de aarde

richt het Babylonische verhaal eerst lange tijd de camera

op wat er voorafging aan de aarde en de mens:

het tumult van geesten en goden.

De chaos is zo mogelijk nog erger dan in het tohoewavohoe van Genesis.

Ik heb het verkort weergegeven omdat het anders niet te volgen is:

Het verhaal van de godenoorlogen vooraf.

Het is een spiegel van de mensenwereld:

jaloezie, machtsstrijd, agressie, het recht van de sterkste,

monsterlijke methoden…

Ook hier gaat het als in de meeste religies:

mensen kunnen hun goden alleen projecteren vanuit zichzelf,

goden zijn uitvergrote mensen – en ook hun streken zijn uitvergroot.

Opmerkelijk is de overeenkomst tussen het Babylonische godenverhaal

en de huidige strijd in Syrië en Irak, waar het ontstaan is.

Deze overeenkomst: het is me een bende,

de uitdrukking van commissaris Bulle Bas in de boeken van Bommel…

De joodse vertellers in ballingschap, by the rivers of Babylon,

hebben ongetwijfeld dit verhaal over Mardoek gehoord

en ze hebben de feesten gezien ter ere van hem bij de tempeltoren van Babel,

maar zij hebben een heel andere draai aan het verhaal gegeven.

In de perikelen van de goden waren ze niet geïnteresseerd.

Zij zien God als de ENE, van voor alle tijden.

Om te beginnen is er God, en God schept.

In beginsel – betekent het eigenlijk: in principe.

Het is geen tijdsaanduiding maar een kwalitatieve aanduiding.

Dat is hun uitgangspunt, zonder speculaties over andere machten.

Het moet voortkomen uit hun ervaring, dat kan niet anders:

Zij ervaren een scheppende kracht in de chaos,

de aanwezigheid van een lichtbrengende geest.

Daarin verschilt het joodse verhaal grondig met het Babylonische.

Zij signaleren de chaos wel,

maar zij hebben aan een paar woorden en klanken genoeg

om die uit te drukken: tohoewavohoe…

In het bijbelse scheppingsverhaal – maar dat weet u allang –

gaat het niet over de geschiedenis,

niet over het ontstaan van de planeet,

maar over het leven op aarde hier en nu, en in de toekomst.

Ik heb het er nog even over omdat die discussie maar blijft terugkomen!

In plaats van een verslag over het verleden

wordt er een blauwdruk van de toekomst gegeven, een bestemming gewezen.

Een antwoord op de vraag: wat doen we hier in Godsnaam?

Maar nog veel meer dan een verhaal over de aarde

is dit een verhaal over de menselijke geest.

Het is het universum van de menselijke geest

dat hier zo beeldend wordt geschilderd.

In die menselijke geest begint het immers allemaal:

alle oorlog, alle onrecht, alle rotzooi, alle ‘bende’.

Alles wat wij in de wereld om ons heen zien aan ellende

is ooit ergens begonnen in een brein,

als een piepkleine negatieve gedachte of een minuscuul gevoel van haat,

een kiem van tohoewavohoe.

En zoals de ziekte van de wereld enkel is begonnen vanuit ons innerlijk,

zo kan er ook alleen maar genezing plaatsvinden vanuit dat innerlijk.

Natuurlijk heeft ook dit scheppingsverhaal

alle trekken van een ‘gewone’ scheppingsmythe,

maar zijn diepste betekenis vindt het toch

als spiegel van de menselijke geest.

Laatst las ik in een detective het zinnetje:

‘allerlei duistere gedachten spookten door haar hoofd…’

Zonder het te beseffen is de schrijfster terechtgekomen

in het taalveld van ons scheppingsverhaal.

En het mooie is dat wij ook zó dit verhaal kunnen lezen:

De duisternis, het spoken, de woeste wateren, het tohoewavohoe,

het zit in onze hoofden.

Dieptepsychologisch bijbellezen – noemen we dat:

de bijbelse verhalen en poëzie als uitdrukking van ons innerlijk leven.

Ik beweer niet dat dit de enig juiste interpretatie is, natuurlijk niet,

maar ik kies ervoor omdat het de meest relevante is:

Het is het besef dat ik ook terughoor in een liedje

van mijn streekgenoot, de bard die zich Broeder Dieleman noemt:

‘Buut’n haot de wèreld vreeselijk tekeer, maor oek in ons is het onrustig.’…

Ook in ons is het onrustig.

Genesis 1, tafereel dus, schilderij van de menselijke geest.

Elke geest is een universum op zich.

Er valt een universum te scheppen, voor ons allemaal.

Wij zijn de scheppers van ons eigen innerlijk universum.

Wacht even… scheppen… maar dat is toch enkel voor God weggelegd?

Wat voor rol speelt God hier dan?

Als het over God gaat lees ik daarin niet een ‘intelligent Designer‘,

niet ‘God als verklaring of als werkhypothese’,

en dus ook niet de ‘God als misvatting’ van Dawkins.

Wat dan mogelijk wel?…

God is het licht in de chaos van ons brein.

Het rustpunt, het oog in de orkaan van onze emoties.

Ook in onze geest wemelt het van de goden die elkaar bevechten,

net zoals in het Babylonische verhaal.

In hun strijd om de macht zaaien zij alleen maar meer verwarring.

Maar in het Genesisverhaal is God heilzaam aanwezig,

als een moedervogel zwevend boven de wateren,

een stralend witte duif, broedend op het goede, op wat ‘tof’ is.

Haar levenschenkende adem blaast zachtjes over de wildernis,

maant tot kalmte, brengt rust en orde.

En vooral: roept het licht uit!

Ieder mens heeft in zijn geest die zachte kracht,

die wonderlijke energie tot licht en leven,

die goddelijke vonk, zegt de gnostiek – een mooi beeld!

Ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik hoor van mensen

en signaleer bij mezelf een voortdurende onrust,

een permanente ruis van heilloze gedachten en gevoelens:

zorgen, spijt, angst, boosheid, verscheurdheid, innerlijke tweespalt.

Dat zit nu eenmaal in de mens: tohoewavohoe is zijn psyche.

Maar ieder van ons heeft ook die stiltebron in zijn wezen…

die wonderlijke kracht tot liefde en goedheid…

de troostende moeder in tijden van verdriet…

de omarmende geliefde die zegt dat jij er mag zijn…

de macht die in staat is om te scheppen,

orde en licht te scheppen waar tohoewavohoe heerst:

God in het universum van onze geest…

Het goede nieuws is dat een mens in staat is

zich te richten op die, in onze geest rondzwervende, geest van God,

zich met haar te identificeren en zo… medeschepper te worden.

Medeschepper van zijn eigen innerlijk, genezer van zijn eigen psyche.

En zodra we ons in dat proces begeven

gaat de buitenwereld er ook iets van merken.

Dan straalt het licht bij ons van binnen naar buiten.

Dan wordt het zichtbaar in de wereld om ons heen.

Daar zal de redding vandaan moeten komen.

Alle oorlog, de hele ‘bende’, is alleen tot stilstand te brengen

als mensen van binnen veranderen.

Bombardementen zullen het gedachtegoed van de IS niet plat krijgen,

alleen maar versterken, vrees ik.

De schepping van een nieuwe wereld begint hier, in onze hoofden en harten…

Het is Advent, we zijn op weg naar het lichtfeest.

We denken natuurlijk aan al dat licht in de kerstverhalen.

We denken in de kerk aan Jezus als het licht der wereld.

We denken aan de geest die over Maria kwam

en die het dus ook in dat verhaal niet kan laten om te scheppen.

Het is veelzeggend dat die geest in het nieuwe testament

heilige geest is gaan heten.

Dat staat voor een geestelijke, innerlijke kracht.

Daarin zien we een ontwikkeling in de bijbel zelf,

van een uiterlijk verstaan naar een innerlijk verstaan,

van een ‘gewone’ scheppingsmythe naar een psychologische werkelijkheid.

Dat werpt een helder licht op die verhalen van de komende weken:

Jezus wordt geboren, in de donkere nacht,

maar het is niet op een plek die ik in de atlas op kan zoeken,

niet in een geografisch te traceren Bethlehem,

nee, het is in mij.

Wat Angelius Silesius noemt: Christus, geboren in uw hart.

Wat Meister Eckhart noemt: de Godgeboorte in de ziel.

Wat ik zelf noem: de geboorte van de liefde

in het tohoewavohoe van onze geest…

STILTE

 

Gebeden (met stiltes en Onzevader)

Gij, geest van licht en leven,

kom en waai rondom in onze geest

en roep het af in ons donker:

Licht…

Kom en schep orde in onze chaos,

breng kalmte in de onrust,

veiligheid in de angst,

vrede in de vijandigheid…

Kom met uw levenschenkende geest

waar mensen innerlijk dood zijn,

breng troost waar verdriet is,

liefde in de verkilling…

Kom met uw geest in onze stilte…

We bidden samen het Onzevader…

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zondag 7 december 2014

Koorkerk Middelburg

Thema: TOHOEWAVOHOE

Voorganger: Ds. Wim Jansen

Organist: Mathieu Meijs

 

Welkom

Aanvangslied: Lied 444:1,2,3

We buigen en zwijgen voor het mysterie…

Woord van vertrouwen: We vertrouwen ons toe aan de eeuwige Liefde.

Groet: De vrede van Christus met allen, amen.

STILTE

Zingen: Lied 458 Adventsversie (1e keer allen, 2e keer vrouwen, 3e keer mannen, 4e keer allen)

Opstapje naar het thema: Ik zoek een woord…

De kinderen gaan naar hun eigen ruimte

Zingen: Lied 452:1

Lezingen:

Genesis 1:1-5 (vrije, parafraserende vertaling WJ):

 

‘Om te beginnen is er God

scheppend de hemelen en de aarde.

De aarde is TOHOEWAVOHOE (woest en leeg)

en duisternis

over de oervloed.

En geest van God als de wind

waaiend over de wateren.

En God spreekt: Licht!

En er is licht.  

God ziet het licht en zegt: Kijk eens, hoe tof!

Zo brengt God scheiding aan

tussen licht en duisternis.

God begroet het licht en noemt het bij name: Dag dag.

Ook het duister begroet hij en geeft hij een naam: Dag nacht.

Er is een avond en een ochtend:

Dag één.’

Gilgamesj-epos (Babylonisch scheppingsverhaal kort naverteld WJ):

‘Uit de watergod Apsoe en de watergodin Tiamat werden alle goden en geesten geboren. Zij vormden een grote, drukke familie. Maar zij vierden ruwe feesten met veel herrie. Apsoe kon er niet van slapen en besloot om de hele bende uit te roeien. Tiamat wilde eerst niet meedoen, maar later zei ze: ‘Ik ga monsters maken die alle jonge goden zullen vernietigen.’  

En zij maakte de bloedzuiger, de draak, de sfinx, de grote leeuw, de dolle hond, de schorpioen, boze geesten en centaurs. Niemand van de goden durfde het tegen haar op te nemen. Behalve de jonge god Mardoek. Mardoeks strijdwagen werd getrokken door vier paarden: de doder, de wrede, de vertrapper en de snelle. Hun tanden waren scherp als messen en dropen van vergif.

Tiamat had geen schijn van kans. Mardoek spleet haar lichaam als een vis in tweeën. Uit de ene helft maakte hij de hemel en uit de andere helft de aarde. En zo werd Mardoek de oppergod.’

 

Zingen: Lied 452:2,3

Meditatie: TOHOEWAVOHOE

STILTE

Orgelspel

Zingen: Lied 680:1,2,3

 

Gebeden (met stiltes en Onzevader)

Mededelingen

Collecte

Slotlied: Lied 598 Nederlandse versie (Taizé, 1e keer allen, 2e keer vrouwen, 3e keer mannen, 4e keer allen)

 

Zegen voor de donkere dagen:

De Eeuwige zegene u en behoede u.

De Eeuwige doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig.

De Eeuwige verheffe zijn aangezicht over u en geve u vrede.

Amen

 

Orgelspel