Zoeken naar heilige grond – Eerste zondag na Trinitatis 2015

Overdenkingen

Lezingen: Exodus 3,1-8
Lucas 19,1-10
ds. Marieke den Hartog

Zoeken naar heilige grond

Gemeente van zoekers en gevondenen,

Mozes is in deze fase van zijn leven eigenlijk op de vlucht: hij weet dat er getuigen zijn van de moord die hij pleegde op een Egyptenaar die een volksgenoot van hem geslagen had.
Als Hebreeër, opgegroeid aan het hof van Farao, is Mozes in ons verhaal bezig te ontdekken wat zijn levensroeping is.
Hij kent de twee werelden en zal zich ongetwijfeld verscheurd hebben gevoeld: enerzijds was daar de rijkdom van het Egyptische hof, waar hij opgroeide, als pleegzoon van de dochter van Farao.
Anderzijds was daar de ellendige wereld van de Hebreeërs die door diezelfde Egyptenaren steeds meer onderdrukt werden. In twee verzen in Exodus 2 wordt dit vermeld.
Het gaat in die twee verzen over het opgroeien van Mozes.
In het eerste vers gaat het over het opgroeien in letterlijke zin: groter worden.
In het tweede vers gaat het over het opgroeien in figuurlijke zin. Bij welk volk hoort hij? Met welke groep in de samenleving wil hij zich identificeren?
Dat wordt hem duidelijk door een gewelddadig incident:

Het kind groeide op
en zij (de moeder) bracht hem naar de dochter van Farao
en hij werd haar tot zoon,
en zij noemde hem Mozes/Mosjee,
want, zei zij, ik heb hem uit het water getrokken (Mesjitihoe).
En het geschiedde in die dagen dat Mozes opgroeide (volwassen werd)
en hij ging uit naar zijn broeders.
Hij zag hun lijden.
Hij zag een Egyptische man die een Hebreeuwse man sloeg, één van zijn broers.
(Exodus 2,10-11)

Het vervolg van deze scène is bekend: hij slaat de Egyptenaar dood.
Maar als hij de volgende dag erachter komt dat er getuigen waren en dat erover gekletst wordt, neemt hij ijlings de benen en vlucht de woestijn in.
Daar wordt hij in staat gesteld omkeer te doen en een andere kant van zichzelf te laten zien.
Hij helpt een aantal jonge vrouwen om hun vee te drenken, terwijl ze belaagd worden door andere herders die daar bij die put voorrang willen nemen voor hun eigen kuddes.
Net als eerder in Egypte, laat Mozes nu zien dat hij zich inzet voor de zwakkeren in de samenleving.
Mozes laat op deze manier zien dat hij bereid is risico’s te nemen voor anderen.
Mozes krijgt één van die meisjes tot vrouw: Zippora, dochter van de priester in Midian.
Hier, in Midian, krijgt Mozes dan een leerschool om de positieve kant van zijn persoonlijkheid verder te ontwikkelen. Hij wordt schaapherder van zijn schoonvader Jetro.
De rabbijnen zeggen: de leerschool van de schaapherder is een goede leerschool om verantwoordelijkheid voor anderen te leren nemen, en om risico’s te leren dragen voor het welzijn en de veiligheid van anderen.
Ook Jozef, zoon van aartsvaderJakob vóór hem, en David na hem maakten dezelfde leerschool door. Ook zij trokken in hun jeugd als schaapherder met een kudde schapen rond. Ze hebben het allebei uiteindelijk ver geschopt in het leven: de één, Jozef, werd onderkoning van Egypte, de ander, David, werd koning van Israël.

Terug naar Mozes: in de woestijn, als schaapherder, moet hij nog veel leren.
Maar er is meer: in de woestijn, ver verwijderd van alle cultuur, krijgt Mozes tijd om in rust zijn roeping te overdenken.
Weet hij dat hij onderweg is naar de berg van God?
Zoekt hij bewust de stem die hem zal vertellen wat de volgende stap op zijn levenspad zal zijn?
Verlangt hij terug naar zijn Hebreeuwse broeders en zusters, zijn familie ook, die lijden onder de slavernij in Egypte?
Hij had zich net solidair met hen verklaard maar was daarin te ver gegaan, door een Egyptenaar te doden.
Iets moet er zijn gaan knagen in zijn binnenste.
Hij was inmiddels vader geworden. Zijn zoon had hij Gershom genoemd, waaraan de betekenis gegeven wordt: ‘een vreemdeling ben ik; ik woon in een land dat ik niet ken’ (Ex.2,22). Een vreemdeling in Midian, een vreemdeling voor zijn eigen volk in Egypte. Door zijn zoon deze naam te geven laat Mozes zich hier kennen als een ontwortelde, iemand die zich niet thuisvoelt in Midian, maar evenmin in Egypte waar hij opgroeide…
Ik denk dat hij ernaar verlangde een volgende stap te zetten op zijn levenspad, en daarom bewust tot achter in de woestijn ging. Al was het maar om de grenzen van wat menselijk mogelijk is op te zoeken…..

En dan gebeurt er iets ongebruikelijks: hij ziet een brandende doornstruik die niet verteert. (Hebreeuws: Sneh: dit woord lijkt op de naam Sinai. Zo heet de berg in deze woestijn, waar later het volk Israël, samen met Mozes, de Tien Woorden zal ontvangen).
Een engel van de Eeuwige laat zich aan hem zien in het midden van dat vuur.
Een brandende doornstruik die niet verteert?
Wat betekent dat? Een rabbijnse uitleg zegt het als volgt:

God, De Heilige hij zij geprezen, zei op dat moment tot Mozes: ‘Voel je niet dat Ik in nood ben, zoals ook Israël in nood is? Weet dan, dat op de plaats vanwaar Ik tot je spreek, nl. van tussen de doorns, Ik als het ware deel heb aan hun lijden’ .(Exodus Rabba 2,7)

God heeft als het ware deel aan het lijden van Zijn mensen. Dit is een gedachte die lijdende mensen op de been kan houden. God is hier niet almachtig en ver weg, hoog verheven op een hemelse troon, maar in tegendeel juist dichtbij en mee-lijdend met zijn mensen.
Hoe ver staat dit beeld af van de Almachtige God, die van boven af, al of niet gezeten op Zijn hemelse troon, alles ziet en beheerst.
Nee, dit is een God die aan de kant van de lijdenden staat. Die niet almachtig is en dus machteloos terzijde staat, aan onze kant…

Ik vond een citaat over Gods nabijheid van de hedendaagse Tsjechische priester Tomas Halík. Hij werd nog onder het communisme, in het geheim, tot priester gewijd.
Hij zegt dat wij, moderne mensen, God op de verkeerde plaats zoeken:

Wij zien hem niet omdat hij te dichtbij is. Hij is geen wezen ver boven ons; hij is de diepte van ons leven. Hij is in ons zijn, ‘in hem leven wij, bewegen wij en zijn wij’. Dingen die heel nabij zijn, zie je gemakkelijk over het hoofd. Maar hij is niet ‘nabij’, hij is de nabijheid zelf.’ (Tomas Halík, Geduld met God. Twijfel als brug tussen geloven en niet-geloven, Boekencentrum/Pelckmans 2014, p.116)

Terug nu naar Mozes. Hij weet nog niet wat er aan de hand is.
Maar hij is bereid om af te wijken van de gewone weg om de betekenis van dit bijzondere verschijnsel te ontdekken. Hij moet ‘afwijken om te zien’.
En pas als de Eeuwige heeft gezien dat Mozes is afgeweken van het pad ‘om te zien’, dat wil zeggen om het nader te gaan aanschouwen, pas dan roept de ENE hem.

Je zou kunnen zeggen: pas als de mens even afstand neemt van de gewone routes in zijn bestaan, als hij zich afkeert van de misschien wel platgetreden paden van de alledaagsheid, pas dan zal hij zijn levensroeping op het spoor kunnen komen.
Dat geldt in feite voor iedereen die op zoek is naar zijn ware zelf, zijn of haar levensroeping: om te ontdekken waar het in jouw leven precies op aankomt, moet je afwijken van de alledaagse paden.
Sommige mensen hebben een crisis in hun leven nodig voordat ze beslissingen nemen die hen dichter bij hun ware zelf brengen: een ziekte, ontslag, een echtscheiding. Dit soort ontregelende ervaringen kunnen maken dat je eindelijk eens afwijkt van al het gewone en komt tot de kern van je bestaan.
Pas als Mozes afwijkt van zijn pad om te zien wat daar aan het branden is, laat de Eeuwige zich aan hem zien:

Dan zegt Mozes:
‘Nu moet ik van mijn weg afwijken,-
ik ga het zien, dit grootse gezicht:
waarom verbrandt hij niet, de Sinaïdoorn?’
Dan ziet de ENE
dat hij van zijn weg is afgeweken
om het te zien;
God roept tot hem
uit het midden van de Sinaïdoorn
en zegt: ‘Mozes, Mozes!’
En die zegt: ‘Kijk, hier ben ik!’
En hij zegt: ‘Kom niet dichterbij.
Doe je sandalen van je voeten
want de plaats waarop je staat is heilige grond.’
(Exodus 3,4-5)

Mozes moet dus eerst afwijken van de weg om op die heilige grond terecht te komen.
Hier zal hij zijn levensroeping ontvangen. Hier zal de ENE zich aan hem bekend maken: Ik ben de God van je vader, maar ook de God van Abraham, de God van Isaak, de God van Jakob. Steeds een andere God? Nee, maar op verschillende wijze heeft Hij zich aan hen bekend gemaakt. Van nu af aan zal Hij heten: Ik zal zijn die Ik zijn zal. Ik zal erbij zijn. Of het je goed gaat of ellendig…..(Exodus 3,14)

Wat is heilige grond?
1) de plek waar een echte ontmoeting tussen hemel en aarde plaatsvindt….
2) de plek waar je diepste en meest authentieke verlangens richting krijgen…

Wat is voor ons, vrijzinnige christenen heilige grond? Is die er nog? Zoeken we die ook?
Op de website van de Vereniging voor Vrijzinnig Protestantisme vond ik hierover een verrassende bijdrage van Linda Woodhead. Zij is hoogleraar godsdienstsociologie aan de Universiteit van Lancaster (UK). Op de website van de VVP vond ik een link naar een fascinerend interview met haar, gepubliceerd op Nieuw-W!j:

Je kunt de gevestigde kerken en godsdiensten zien als star en slecht….maar het verlangen naar een betere wereld, naar waarden die onze materiële beperkingen overstijgen, zullen blijven!
Buiten de instituties om zullen mensen het waardevolle van onze traditie toch wel herontdekken. [De kerken missen die aansluiting!]
De leugen die momenteel aan jongeren gepropageerd wordt, is dat alleen fundamentalisten aan echte religie zouden doen. Dus dat alleen fundamentalisten echte gelovigen zouden zijn. Dat is onzin!

Ik voeg daaraan toe: we mogen de wereld van geloof en godsdienst juist niet aan de fundamentalisten overlaten!
Juist die gelovigen voor wie de verworvenheden van de Verlichting net zo belangrijk zijn als de beleving van het geloof, zouden in principe de ideale gesprekspartners van zowel geseculariseerde atheïsten, als van religieuze fundamentalisten moeten zijn.
Bij wie zouden we dan dichter staan?
Bij de seculiere atheïsten of bij de fundamentalisten?
Ik vermoed dat u zegt: natuurlijk bij de seculiere atheïsten, want die misbruiken Gods naam tenminste niet ter sanctionering van hun eigen daden en wandaden.
Maar…waar is dan onze heilige grond?
Waar is de plek waar wij ons willen laten gezeggen door een transcendente macht die het goede met ons voor heeft en die onze eigenmachtigheid en onze eigenbelangen wil doorbreken?
Het antwoord van Linda Woodhead op deze vraag luidt als volgt:

‘Liberale religie, die stelt dat God liefde is, en compassie en genade, en dat je moet leren leven in liefde, is het allermoeilijkste wat er bestaat om na te leven. Dat is pas echte hardline religie! Liefhebben en fatsoenlijk leven is echt veel moeilijker dan haten en moorden en anderen verachten’.
En ze vervolgt:
‘Maar we zouden ons veel krachtiger moeten opstellen in dat geloof, dat vrijheid en liefde harde waarden zijn en dat we die moeten beschermen. We kunnen er niet van uitgaan dat het iets ‘natuurlijks’ is, en dat iedereen plotseling zal zien dat dit de waarheid is’.
Vrijheid en liefde als harde waarden die we moeten beschermen en die nooit een natuurlijk gegeven zullen worden. Ik ben het er helemaal mee eens.

Ik hoop dat wij, net als Mozes en Zacheüs, met regelmaat bereid zullen zijn ons te laten ontregelen.
Dat we, net als Mozes en Zacheüs, gedwongen zullen worden af te wijken van de gebaande wegen tot een ontmoeting die richting geeft. Op heilige, dat is ook: op helende grond.
Moge het zo zijn. Amen.