Over de lelies (februari 2018)

Delft, 4 februari 2018
Mtt. 6: 25- 34
over de lelies …

Een moment van diepe rust kan zomaar over je komen, als je het niet verwacht.
Even wegzakken in een verloren moment. Zomaar op de fiets of aan de keukentafel, alsof het leven even stil staat. Vaak hangt bij oude mensen een waas van deze grote rust om hen heen, ondanks pijn in lichaam en ziel.
Het is fijn als je in hun omgeving mag zijn. Ik denk aan mijn moeder, zij werd in de negentig. Oud, helder van geest en wijs, alsof zij al buiten onze tijd op weg was naar de eeuwigheid. Gewoon- puur, stilte en rust.
Hoor je de tijd tikken en is dat genoeg.
Naar zo’n moment kun je intens verlangen, op de achtergrond van misschien drukke en volle dagen. Niet zo bewust maar leeft er een vermoeden van iets
dat wacht op de bodem van je ziel, iets dat jou wil dragen.
Alsof je steeds net iets vergeet, over iets heen leeft.
Soms zou je wel helemaal terugwillen naar vroeger toen je nog gedragen werd, op schoot zat. Of nog verder terug.
Ergens op de achtergrond blijft er zo’n gevoel met je meegaan.

Hoe kom je bij die diepe rust ook als je niet van mediteren houdt?
De hangmat biedt uitkomst, je schommelt heerlijk heen en weer.
Ik had nooit zo’n ding. Geen plek op ons plaatsje achter midden in de stad.
Ik vond een hangmat iets voor luie mensen met een grote tuin.
Toen kreeg ik er een cadeau, tijdens de vakantie kon ik hem wel ergens ophangen en ook ik stapte zo aan boord van onze verse hangmat.
Ik deed vanzelf mijn ogen dicht en wiegde zachtjes heen en weer.
Los – en tegelijk stevig vast tussen de twee bomen die mee wilden doen.
Een oud en veilig gevoel kwam van ver weer terug.
Geen hangmat hier in de WK, al zou het een leuke uitsmijter zijn.
Geen matje bij jou thuis, geen reisje naar Bonaire, al is dat ook niet alles daar- maar gewoon van de koude grond hier en nu.
En toch blijft er een diep verlangen, draag mij, houd mij vast.
Lang niet bij iedereen wordt dit in je leven vervuld.

Jezus in een hangmat, nou nee niet overgeleverd.
Toch nemen we dit beeld mee als we nog eens terug gaan naar het verhaal
over de lelies van het veld.
Woorden van de meester die je uitnodigen om even stil te staan om naar
de vogels te kijken en naar de bloemen.
Ook al staan ze in een vaas. Naar het licht en naar de lucht.
Ik houd van deze tekst en tegelijk heb ik er moeite mee.
Makkelijk praten, als je een baan hebt, als je een vaste woonplaats hebt,
als je een leuke partner hebt.
Mensen om je heen en je niet elke dag zelf hoeft in te vullen.
Beetje leuk rondlopen daar in de zon, geen zorgen voor een hypotheek want
er is altijd wel iemand die je uitnodigt.
Jezus de klaploper, hoe krijg je het voor elkaar…
Mooi niet dus, gewoon bikkelen om je hoofd boven water te houden.
En toch- kwam er een moment, ver voor het geluk van de hangmat, dat ik oog kreeg voor die andere kant.
Je kunt ook gewoon genieten- je hoeft niet altijd aan te staan.
Ook al denken we van wel.
Daarom gaat het juist in deze bijzondere dienst over deze bijbelse zorgeloosheid.
Er was een moment dat de geur van de witte lelie, extra betekenis voor me kreeg.
Er komt een moment dat een tekst zogezegd open gaat.
Zoals een deur open gaat. Ik moet denken aan de uitleg van broeder Cyrilles, vorig weekend toen we met een groep uit Delft bij de Benedictijnen in het klooster van Chevetogne waren.
Cyrilles vertelt: Je gaat de kerk binnen door een grote deur, en dan loop je door de hal verder naar binnen door nog een deur en door nog een deur, het koorhek … tot je bij voor de heilige ruimte komt, die schuilgaat achter de ikonen wand.
Daar is een deur die voor jou wordt open gegaan.
Je moet wachten, soms heel lang. Zo is het ook in ons leven, je gaat steeds meer van het leven begrijpen, er gaat nog en nog een deur open.
Tot je bij een laatste deur komt, waar het boek Openbaring van spreekt in hoofdstuk 8. Ik heb een deur geopend die niemand sluiten kan.
Ik sprak hier eerder over.
Over die laatste deur heeft Jezus het als hij vertelt over de vogels in de lucht en de lelies op het veld.
Jaren kunnen voorbij gaan dat je er geen oog voor hebt. Er dan ineens zie je de vogels- als een wonder, ruik je de lelie ook al is het op de markt en niet in het veld. Een moment van overgave, van rusten in … misschien wel in God.
Laat je meenemen, zegt Jezus. Ga even zitten onderweg, laat het toe.
Je hoeft niet altijd aan te staan.
Laat alles even zakken, los. Misschien komt er dan een inzicht dat jij niet het leven van je hele familie op je nek kunt nemen.
Schrik ook niet voor een vulkaanuitbarsting als je gaat zitten.
als je tot rust komt in jouw leven.
Want diep daarachter is er een kracht die jouw leven draagt.
Jezus zegt niet- vertrouw je toe aan de chaos maar hij zegt laat die rust in je toe: Zoek God, open je voor deze aanwezigheid.
Laat je dragen zoals je zelf ooit gedragen bent in de schoot van je moeder.
Ook al hield ze misschien niet van je.
Ook al is je relatie ingewikkeld, daaraan voorbij, daaraan vooraf is er dat ene, die ene kracht op de bodem van je ziel.
Jezus nodigt de mensen om hem heen uit. Het waren niet netjes 12 leerlingen, dat is er later van gemaakt, omdat er 12 stammen van Israël waren.
Nee, het was een zootje ongeregeld, rijk en arm- jong en oud. Kinderen en oude mensen, omdat er iets in hen wakker was gemaakt door die ene mens. Hij riep de zachtheid van hun eigen leven terug, – in zijn houding van liefdevolle aandacht voor al die mensen om hem heen.
Hij was zelf eigenlijk een hangmat waar je even lekker in kon gaan liggen.
Even rust, even die onmetelijke rust, die we hebben meegekregen maar oh zo makkelijk steeds weer kwijtraken.
Jezus wijst op de lichtheid, de zon- het kind in ons dat wakker wil blijven en wil spelen in het licht van de zon, ook al ben je nog zo groot.
Ook al draag jij nog zoveel mee, misschien wel van vorige generaties.
Steeds maar doorgegeven van moeder op dochter van vader op zoon.
Je kunt het loslaten, – je kunt je er anders toe gaan verhouden.
als je kunt toelaten dat je diep van binnen gedragen wordt.
Dat zal je ook de kracht geven om zelf drager te zijn, waar het leven dit van je vraagt.

Met deze houding is Jezus diep verbonden met zijn eigen Joodse geloof.
Daarom hebben we een regel uit een van de psalmen gelezen:
Laat mij wonen in uw tent,
veilig schuilen waar uw vleugels mij beschutten.
Tent, veilig en vleugels. God als grote vogel- onder zijn vleugels mag je schuilen zoals een kind wegkruipt onder de rokken van zijn moeder.
Dan rollen de beelden van God, als liefdevolle moeder over elkaar heen.
In het lied van Mozes uit Deuteronomium 32:
Zo is de Ene als een arend die over zijn jongen waakt en voortdurend erboven blijft zweven, zijn vleugels uitspreidt en zijn jongen daarop draagt …
De Ene nabije onzer zijn vleugels mogen wij schuilen.
Even uitrusten van de lange vliegtocht door ons leven.
Maar het verhaal gaat verder. We blijven geen klein vogeltje.
Wij zijn dat vogeltje dat ook zelf wil leren vliegen en wij zijn de arend die
waakt over zijn jongen. Dragen en gedragen worden.

Je leert vliegen door de lessen van jouw leven. Je hebt hierbij een kompas nodig waarmee je op de koers van de liefde kunt blijven.
Ruim van hart met oog voor elkaar.
Met liefdevolle aandacht ook voor jezelf.
Elke geloofsgemeenschap, gebouwd op liefde biedt een kompas voor het leven.
Hier in deze ruimte die we met elkaar en voor elkaar maken mag je rusten-
even in de hangmat.
Om dan opnieuw uit te vliegen en anderen tot steun te zijn.
Zo dragen wij elkaar, ook hier  Vrijzinnig Delft. Niet altijd even zichtbaar maar toch we houden elkaar in het oog en in ons hart.
Daarom zijn we blij dat we vandaag nieuwe kerkenraadsleden kunnen en mogen bevestigen. Dat is in de kerk zo gegroeid, vanouds was er leiding nodig met mensen die hier speciaal op aangesproken konden worden.
En zo doen we dat nog steeds. Ook al zijn we nog zo vrijzinnig, ook wij hebben een paar spelregels nodig.
Naast de zorg voor elkaar persoonlijk en breder naar onze verantwoordelijkheid in de samenleving. Ieder van ons heeft wel een taak, groot of klein.
Zo dragen wij elkaar, in het besef dat we zelf gedragen zijn door die Ene die
in ons rust diep van binnen.
Gij zijt onzichtbaar voor onze ogen
en niemand heeft u ooit gezien
maar wij vermoeden en geloven
dat gij ons draagt dat gij ons dient.
Moge deze kracht het vertrouwen in ons levend houden dat wij aan elkaar gegeven zijn. Het maakt ons weerbaar voor de grote vragen van het leven. deuren zullen opengaan, tot aan de laatste grens:
Zo wordt God, de Ene steeds opnieuw geboren in jouw eigen leven en daaraan voorbij. Wij dragen elkaar.