De pelgrim

Bron: St.Bernardusparochie – Oudenbosch

Delft, 2 juli 2017
Mtt. 10: 11- 16

Overdenking,
Als een vuurbol kwam hij aangevlogen;
een meteoriet van miljarden jaren oud landde kortgeleden in Broek in
Waterland, een dorpje van drie keer niks.
De kans is kleiner dan het winnen van de jackpot maar het was raak, de vreemde steen landde op een klein schuurtje.
Terugbladerend in de krant op zoek naar dit bericht, leek het nieuws van de laatste dagen al weer ver weg en verjaard. Nieuws is steeds sneller oud en achterhaald. Maar zo’n bericht zet even alles stil in onze gekke wereld.

Hoe kan dit- een steen uit het heelal na een onbekende reis hier in die ene achtertuin.  Hoe absurd lijkt alles ineens om mij heen.
Even een besef van de toevalligheid van mijn en jouw leven.
Even een doorkijkje naar het raadsel waar ik het met de kinderen van
de pizza club gewoon over heb.
Het houdt hen bezig, de zwarte gaten die steeds weer ontstaan.
Is er een doel, is er een God waar ik misschien iets mee heb?
Persoonlijk, of als dat er niet meer in zit, dan als gevoel misschien?

Even is er de grote vraag: wat doe ik hier?
Meestal sluit dat gevoel van vervreemding zich weer in het ritme van de dag.
Het is goed dat je stevig vastgeknoopt blijft aan het leven waar jij nu
bij hoort.
Hier in Delft, hier in jouw kring van vrienden en geliefden, hier vanmorgen in deze oude kapel. Hier met je buren en alleen, met je pijn en met je vreugde. Hier kostbaar en kwetsbaar- zo fragiel is ons eigen bestaan.
Maar toch:
Is het niet gek dat het bericht van die steen ergens raakt aan ons diepste innerlijk?
Is die grauwe steen misschien niet een beeld voor ons diepste geheim.
Verloren en gevonden …
Twee uitersten die elkaar ontmoeten in onze dromen, in de resten van een drukke dag, in de stilte van dat ene moment- als je het even niet meer weet.
Als je plotseling aan een grens staat van jouw leven.
Een breuk, een slecht nieuws boodschap- van gedwongen vertrek.
Klaar is het verhaal, het doek valt.
Op de breuklijnen van ons leven- daar spelen de grote vragen ineens op.
Waar gaan we naar toe? Ben ik wel op weg ergens naar toe?
Of is het leven een grote grap?
Laagje over laag leggen we vaak onbewust een netwerk over deze afgronden heen. Als houvast, als steun voor onderweg.
we helpen elkaar bij het bouwen van een brug.
Als een kompas voor onze zoektocht. Veel leiders – wijzen zo een weg.
In de voorbereiding naar het klooster weekend in Zundert
hebben we iets van deze ruimte – buiten en binnen in ons verkend en onderzocht.
Edith Stein was ons kompas. Zij werd in 1891 zij als jongste van elf kinderen geboren in een orthodox Joods gezin in Breslau, Polen.
Al jong werd zij atheïst en studeerde o.a. psychologie en filosofie aan de universiteit  van Freiburg en Göttingen.
De kennismaking met de grote mystica Teresa van Avila betekende een keerpunt in haar leven.
Zij wordt katholiek en treedt in bij de orde van de Karmelietessen.
In 1942 overlijdt Edith Stein in Auschwitz. Later is zij heilig verklaard, vanwege haar diepe inzichten over de binnenkant van ons leven.
Voorzichtig hebben we een paar van haar teksten gelezen.
Een ervan begint zo:
De mens is geroepen een innerlijk leven te leiden en zichzelf van binnenuit
te besturen.
Alleen van binnenuit kun je de plaats vinden in de wereld die aan jou is toebedacht.
Het innerlijk is een mysterie dat aan God toebehoort.
Ik zou nog veel meer met jullie willen delen van deze kostbare woorden.
Maar dat bewaren we, we nemen haar woorden in ieder geval mee naar Zundert.
Zij is een belangrijke gids.
Je kunt je afvragen. Hoe weet je dat?
Zij spreekt vanuit een innerlijk weten. Vanuit een diep religieuze ervaring.
Dat herken ik en dat geeft vertrouwen.
Het innerlijk is een mysterie dat aan God toebehoort.

Vanmorgen loopt zo Edith Stein met ons mee.
Nu we aan het eind van het seizoen even stil staan op onze weg, hoe verschillend die ook is.
Even een moment van aandacht, zoals bij de wekelijks meditatie op dinsdagmiddag hier in de Waalse kerk.
En we leggen haar woorden naast de woorden van Jezus.
Zo heeft Edith haar kompas begrepen, vanuit haar leraar Jezus.
Hij geeft richting, hij leert – in de lijn van de joodse traditie opnieuw waar het
op aan komt.
Hij maakt het verschil omdat hij een lijn uitzet voor ons leven, die er toe doet. Hij wijst een weg en is die weg ook zelf.
Breng vrede is zijn boodschap voor de leerlingen en dus ook voor ons.
Wees niet bang- we werken samen aan een groot project, onzichtbaar onhoorbaar en toch zo aanwezig in het werk van liefde,
met het gereedschap van de Geest.
Om te leren onderscheiden dat het zeker ergens op aan komt.
Ga maar, zegt hij. Ga maar op weg en weet dat je verbonden bent met dit ene geheim van liefde.
Neem niet teveel mee voor onderweg, geen reiszak en geen sandalen.
En als je ergens in een stad komt kijk of je welkom bent.
Als je naar binnengaat, geef de vredegroet.
Als het huis de vrede waard is, dan komt de vrede over jullie.
Maar zo niet ga dan verder.
Verlaat het huis, de stad, de kapel en schudt het stof van je voeten.
Jezus waarschuwt zijn leerlingen, ga niet over je grenzen heen.
Als je je teveel aanpast, verlies je het contact met je innerlijk leven.
Als wij ons, misschien ook als geloofgemeenschap teveel aanpassen aan hoe
het hoort, aan de beperkingen van een gebouw b.v. dan verliezen we uit het oog waar het om gaat.
Gemeenschap van liefde, als teken, als verlangen, als een baken in de zee van het leven zodat we niet verloren raken aan de absurditeit van dit bestaan.

Een van de grondtonen van het eerste Testament is- te vinden bij de profeet Ezechiël: mensenkind ga op je eigen benen staan.
Je kunt het want je bent geschapen naar Gods beeld en naar zijn gelijkenis.
Maar je moet er wel serieus werk van maken.
Je moet er tijd en aandacht voor vrijmaken om jezelf bij de les te houden.
Om je te realiseren wat de woorden van Jezus voor jou betekenen.
Als je in verbinding blijft met dit innerlijk geheim dan ben je weerbaar.
Dan weet je wanneer het tijd om het stof van je schoenen te schudden en
verder te trekken als pelgrim, alleen – en met elkaar als geloofsgemeenschap.

Daarom maken we vanmorgen een pas op de plaats.
Dat geeft ruimte voor jou zelf en voor ons met elkaar. We ademen in en uit.
En oriënteren ons opnieuw op het doel van onze pelgrimstocht.

Niet overgeleverd aan de willekeur van het moment.
Niet prijsgegeven aan de waan van de dag, aan de onverschilligheid in omgang met elkaar.
Maar geborgen in de plooien van zijn liefde.
Ingevouwen in de schoot van de Geest, die ons leven draagt, behoedt en bewaart.
Want het innerlijk is een mysterie dat aan God toebehoort ….
Daarom zijn we hier, om dit geheim te delen en door te geven als wacht woord van liefde voor op onze weg.

Wat zich gaandeweg voltrekt
In de ziel van de pelgrim
Is niet een toenemend verlangen
Naar het bereiken van zijn reisdoel
Maar haar overgave aan de ruimte
Aan de kiezels op zijn pad
Zijn besef van niet- weten
Zijn afdalen naar de leegte

Haar voeten worden haar vrienden
De regen bepaalt haar lijden
Haar angst wordt gericht
Naar de dieren langs de weg
Het vele legt zij af
En zij rust in het Ene.

Al trekkend komt zij nergens
Voortgaande bereikt zij niets

Maar haar vreugde neemt toe
Om een bloem en een krekel
Om een groet en een onderdak.

Reisdoel en huis vloeien samen
Hemel en aarde vinden elkaar
Op het kruispunt van jouw hart.
Je aankomst ligt verborgen
in de wijsheid van het zijn.
De pelgrim (anoniem)

Want het innerlijk is een mysterie dat aan God toebehoort…

ik hoop niet dat er een volgende steen uit de kosmos op het dak van mijn schuur
in Bunnik terecht komt.
Het maakt je wel in een klap wakker. Wat dit hier?
Waar zijn we mee bezig en waar gaan we naar toe?