Elia bij de beek Krith (maart 2018)

Bron: pubhist.com

Delft 4 maart 2018
1 Kon. 19

Elia bij de beek Krith

Wie geeft jou veerkracht? Ik stelde de vraag ook afgelopen vrijdag aan een oudere dame die ik in Bussum bezoek. Zij heeft nu MS en kan alleen nog maar haar linkerhand bewegen. Meteen antwoordde zij, Rob mijn partner.
En dan de lieve buren en vrienden.
Wie geeft jou veerkracht? Mensen om mij heen als je hun liefde en aandacht kunt voelen. Een van ons schreef mij terug:
Een vonkje licht van iemand kan mij uit mijn dip halen. Iemand anders schreef mij wat haar houvast geeft: een versje onthouden van vroeger.
Wij geven dus veerkracht aan elkaar, nieuwe levensmoed om verder te gaan. Dat kan als je kunt delen wat je dwars zit.
Hoever moet je daarin gaan? Ik denk aan emotionele bekentenissen die steeds vaker worden gedaan na de primeur van Me Too.
Liefst in het openbaar door vips.
Wat vind je bijvoorbeeld van de ontboezeming van dj Stephan Brouwer.
Hij is 27 jaar en huilde afgelopen week voor de radio hoe depressief hij zich voelt, ellendig eenzaam, ook al is hij niet alleen.
talloze reacties, een jongen van 17 vond door dit verhaal eindelijk de moed
om zijn ouders te vertellen over de stemmen in zijn hoofd.
Jouw verhaal delen, geeft veerkracht- maakt je weerbaar en heeft uiteindelijk houvast.

Jouw verhaal wordt je anker in een tijd waar we steeds meer op drijfzand lijken te leven als je kijkt naar de wereld om ons heen.

Maar moeten we dan alles aan elkaar gaan vertellen?
Straks een brij van emoties, weet je niet meer wat bij wie hoort.
Zijn we lekker samen eindelijk een geheel geworden.
Is er niet ook altijd een stuk in je leven waar je alleen gaat?
Hoort dat niet bij het leven?
Ik denk terug aan de vrouw met MS in haar rolstoel.
Soms ga ik boven alleen een potje zitten huilen, dat lucht op.
Volwassen zijn is toch iets anders dan terug willen in de luiers van toen?
Retro is leuk voor de mode. Regressie helpt ons niet verder.
Vluchten of vechten, is niet de weg die ons gewezen wordt.
We kunnen niet terug, ook al zou je willen vluchten.
Ons leven vraagt veel maar de onderbuik dominant laten worden met haar driften en draken voert ons

terug naar de chaos, en dan moet God weer opnieuw beginnen met de schepping. Steeds maar weer.
Volwassen worden dat is wat ook de bijbel van ons wil.
Met de woorden van de profeet Ezechiël:
Mensenkind ga op je eigen voeten staan.
Je kunt het, ook als je alleen bent.
Ook als je geen houvast meer hebt om je heen en in jezelf.
Het leven is ook woestijntijd, een lange reis vol gevaren en onzekerheid.
Leven is leren en veerkracht  hoort daarbij.
Niet los van je roots, van je eigen verhaal maar goed in de veren.
Als bij een auto. De vering moet goed zijn.
Anders kun je de klap van een kuil in de weg niet goed opvangen.
Veerkracht heb je misschien vanzelf meegekregen maar je kunt het ook
leren van het leven zelf, als je wilt.
Veerkracht heeft alles te maken met levenskunst.
Dieper ademhalen, pauzes nemen. Kijken, voelen om je heen en in jezelf.
Maar wat nou, als je geen veerkracht meer voelt.
Als er geen mensen zijn om je heen?
Als je ziek bent, als je alleen nog maar wilt wegkruipen in het oude nest van toen?
Hoever moet je gaan?
Hoe diep moet je vallen om het suizen van de Ene te verstaan?
Elia wil niet meer, na zijn avontuur in het land van oorlog en dood.
Hij vlucht- voor de vijand en voor zichzelf.
Hij kruipt weg onder een struik in de verlatenheid van de woestijn.
Dan is er een stem, op de bodem van zijn ziel.
Eet- en drink. Hup, sta op want de tocht is nog ver.
Uitgeput na 40 dagen en 40 nachten komt Elia bij een grot waar hij overnacht.
En de stem roept hem opnieuw: Wat doe je hier?
Elia vertelt zijn verhaal en zo ben ik alleen overgebleven.
Kom naar buiten, zegt de  stem.
De natuur trilt en dan valt alles stil….

Hoever moet je gaan? Hoe diep moet je vallen?
Hoe lang moet jij wachten?
Mensen vertellen van grenservaringen.
Op het randje van de dood, bij het afscheid van een geliefde.
Ik weet niet hoe het kwam maar er ging toen iets open.
Hoog in de lucht, een spoor van licht en diep in mijn hart.
Hoe ver moet je gaan om die ene stem te verstaan?
Durf jij het aan? Kun je wachten?
Het verhaal van Elia daar aan de rand van het leven-
is ons eigen verhaal en daarom zo bekend en zo geliefd.

Doodgelopen, vastgedraaid. Geen moed meer om
te zijn. Hij kruipt weg in een grot.
Daar is hij gezien en gehoord: wat doe je hier Elia?
En hij vertelt zijn verhaal tot twee keer toe, vastgelopen- uitgeput.
Kun je niet, wil je niet meer, opgebrand- burn out. Niet meer willen delen.
Ik kan mij dat zo goed voorstellen.
Niet opgebrand wel uitgeput, als ik terugkijk in mijn eigen leven.

Dan de stilte aangaan is een waagstuk, want je weet het niet.
Het hele gedoe daar bij die grot kan net zo goed verbeelding zijn.
Muizenissen voor, als je te lang geen mens meer hebt gesproken,
spoken in je hoofd en schimmen langs de muur.
Alles uitvergroot daar alleen gelaten met je zelf.

En dan die vraag, dat appèl: Wat doe je hier Elia?
Kom naar buiten uit je grot.
Je moet teruggaan, ik heb je nodig.
De koelte duwt hem zachtjes maar stevig weg uit de grot terug naar het licht, naar het leven, terug naar zijn taak.

Teken van hoop, een stem die de stilte verbreekt in jou en in mij.
Was het God, was het een vriendin die jou op tijd opbelde?
Wat doe je hier in het donker van jouw grot, in de kelders van je innerlijk?
De stem van de Ene gaat niet mee in het zelfbeklag, niet van Elia en niet
van onszelf.
Niks geen gepamper. Hup:
Kom naar buiten uit je grot want ik heb je nodig.
Jouw handen moeten mijn werk doen, mensen redden.
Niet met grote woorden maar stil en onweerstaanbaar sterk.
Dat gebeurt er in dat ene moment.
In de diepte van jouw grot waar niemand met je gaat.
Daar op de bodem van je ziel rust nieuw leven ook als je er niet zelf bij kunt.
je kunt het horen, er is iets dat je naar buiten roept:
Kom ik heb je nodig.  Je gaat het zien:
Een hand die jou aanraakt, een stem die jou roept.
Iemand die jou nodig heeft.
Genezing, veerkracht is hier: de lens draaien.
Weg van jezelf naar de ander. Maar ook weer niet te snel.
Eerst heb je eten en drinken nodig om weer bij te komen.

God als veerkracht voor onderweg. Het gebeurt zomaar ergens op jouw
weg. Een licht dat ontstoken wordt diep in je hart.
Soms moet je hiervoor een lange weg gaan.
We weten niet hoever, we weten niet hoelang.
De Ene laat zich niet kennen in het geweld van succes en van het dikke ik.
God laat zich kennen in het suizen van een zachte koelte.
God laat zich zien in de stilte na de storm.n
Daarom nemen we vandaag de tijd en staan we stil bij de dingen van
de dag en bij de dingen van de nacht.
Wat doe je hier Elia, kom naar buiten. Ik heb je nodig.
En Elia gaat naar buiten.
Ik weet niet wie of wat de vraag stelde.
Ik weet niet wanneer zij werd gesteld.
Ik herinnerde niet dat ik antwoordde.
Maar eens zei ik ja tegen iemand, tegen iets…
(Uit: Merkstenen, Dag Hammarskjöld).