Hoe maak jij ruimte?

Delft, 1 sept. 2018

Overdenking                                                                                                                                      


We reden nog verder tot aan de grens met de Oekraïne, Sziget met het geboortehuis van Elie Wiesel, nu een klein museum.
Kort geleden nog besmeerd met nazi tekens maar dat werd ons niet verteld.
Als kind weggevoerd uit deze kleine Joods- Roemeense grensplaats.
Geen ruimte meer om te leven.
Moge zijn naam met ere genoemd blijven.
Vlak in de buurt hadden we een kamer in een Cabane gevonden om te overnachten.
Zo’n houten chalet, niet ergens in de bergen maar midden in een dorpje.
Vasile de eigenaar had ons eerst de weg gewezen naar de locale super.
Daar zaten we dan die zwoele avond met de andere gasten buiten op
de kleine veranda.
Zomaar en ook toevallig. We konden elkaar nauwelijks verstaan.
Een sigaretje met een biertje.
We keken elkaar aan, ogen werden zacht en we lachten naar elkaar.
Vasile masseerde ongemerkt even een schouder.
Ik voelde de veranda steeds groter worden terwijl we dicht op elkaar zaten en het uitzicht was van grind met een poort naar de straat en onze auto’s veilig in het zicht.
We zochten onze kamer binnen, net twee meter verderop.
Ik viel in een diepe slaap met een warm gevoel van thuis.
Vasile bleek fysiotherapeut, we vroegen ook nog naar zijn geloof.
Dat doe je daar net zo makkelijk als dat je vraagt waar iemand woont.
Niet meer orthodox, nee na mijn ziekte Jehova getuige, hij vroeg naar ons.
We namen afscheid en kregen zijn zegen. God kan alles, nu in het Duits.
Die woorden nam ik mee.
God kan alles, ik ging in gedachten terug naar veranda.
Ogen als diepe vijvers, bronnen van lieve mensen met de taal van de ziel op
hun tong.
Zij verlegen, ik verlegen, door hun spiegel en we hebben veel gedeeld.
De taal van de ziel is niet gelikt en snel.
Zij is langzaam, vertraagde ook ons leven op dat moment.

Laten we nog eens terug gaan naar het verhaal over Jezus.
Hij is in debat met de theologen van die tijd.
Zij testen zijn geloof, wat mag wel en wat mag niet op die ene dag.
Op dat moment doet Jezus iets wat niemand verwacht.
Hij ziet iemand met een zieke hand in de kring.
Hij nodigt hem uit: Kom naar het midden.
Tegelijk blijft hij in gesprek met de theologen van de stad.
Twee verhalen in elkaar.
(Het kan dus op verschillende levels van het leven tegelijk aanwezig zijn.
De argumenten van het debat en tegelijk de taal van de ziel).
Jezus is kwaad en vol verdriet vanwege hun hardleersheid.
De grote mond en het eigen gelijk, alleen maar de redenering die klopt.
Ze gooien de diepe bron van de ziel vol met bakstenen.
Dat gebeurt ook om ons heen. Steeds vaker, vind ik zelf.
Ons leven- als een te strak gespannen tent- vol van argumenten,
formulieren en afspraken.
Jouw verhaal moet kloppen maar ons hele leven klopt toevallig net niet.
Een zieke hand, een gemiste kans.
Roet in het eten waar je het niet verwacht.

Jezus zegt tegen de man in het midden: steek je hand eens uit.
Hij stak zijn hand uit en er kwam weer leven in.
De theologen druipen af en beraden zich op een plan.
Het gaat ze lukken, later zal hij zwijgen.
De taal van de ziel, ogen vol liefde en mededogen niet alleen doodgezwegen maar ook doodgemarteld. Niet alleen toen maar ook nu.

Die ene man met zijn zieke hand. Dat ben jij, dat ben ikzelf.
Wij met een kronkel in ons eigen verhaal, met de pijn van een verlies.
Jij met een opmerking die je net niet had willen maken.
Praat niet recht wat krom is maar breng het naar het midden.
Niet met dure argumenten maar met jouw kleine woorden, met jouw zwijgen.
Er waren ook toen boeken en teksten die deze weg tot genezing zorgvuldig hebben beschreven.
Maar wie kon ze lezen? Niet zomaar een van de leerlingen.
Daarom legt Jezus deze ruimte uit niet met een truc maar met een teken.
Kom naar het midden, vier woorden zomaar gegeven.
Hij legt zijn boodschap uit met dit ene gebaar.
Midden in de gekte van het dagelijks leven, van de werkvloer die mensen opjaagt.
Midden in jouw pijn, die je leven verdicht tot alleen jij met je pijn,
Midden in al onze volgepropte levens is er dit ene:
het lege midden als een nieuwe ruimte.

Kom naar het midden- en zijn hand geneest.
Hij kan weer vrij ademen.
Hij is er weer, aangesloten op de taal van de ziel, blij en beter.
Geen dure woorden, of een intelligent debat- maar gewoon.
Zoals daar op de veranda van de cabane, beetje Frans, beetje Duits-
Jezus laat het zien, sterker nog- hij is zelf die ruimte.
Daarmee laat hij zien hoe wij zijn bedoeld.
Er is bij ieder van ons een moment waarop je die nieuwe ruimte zomaar
binnen kan gaan. Een ruimte die jou geneest.
Jij bent diegene die wordt gezien.
Op een ander moment nodig jij uit.
Laten we er even voor gaan zitten. Vertel mij jouw verhaal.
De wereld om ons heen, de mensen die alleen maar succes najagen,
tegen elke prijs.
De jungle op de eilanden in de Middellandse zee.
Moedeloos, machteloos vergrijpen mensen zich aan elkaar…

Kom naar het midden.
Jezus zegt niet: kom naar mij.
Hij wil niet dat wij in hem gaan geloven maar dat wij God leren kennen.
(Misschien is dat wel die open ruimte, het midden).
God, altijd Aanwezige. Cirkel en kern van mijn leven.
Die plek waarvan we weten dat het er altijd is geweest.
Dat deze ultieme kwaliteit van leven niet verloren zal gaan.
Als wij maar wat meer geduld zouden hebben, ietsje meer vertrouwen.

Ik trek mij terug en wacht,
dit is de tijd die niet verloren gaat
Iedre minuut zet zich in toekomst om
Ik ben een oceaan van wachten,
waterdun omhuld door ’t ogenblik.
Zuigende eb van het gemoed,
dat de minuten trekt en dat de vloed
diep in zijn duisternis bereidt.
Er is geen tijd. Of is er niets dan tijd?
Hoe maak jij ruimte?
Hoe maken wij voor elkaar ruimte hier en nu?
voor de vreemdeling en voor de wezen.
Voor wie zoekt naar een afdak tegen zwaar weer?
Die woorden uit het oude boek zijn zo gek nog niet …
Dat ene gebaar is nieuw ook voor nu.
Ook voor ons, als groep onderweg aan het begin van een
nieuw seizoen.