Overdenking 23 juli 2017

Duccio di Buoninsegna – 1308-1311 – Sienna – L’Apparizione di Cristo sul lago Tiberiade

Luc.5 : 1- 11

Zo doen wij dat en we gaan het er niet over hebben. Ieder in zijn eigen bubbel.
Niet meer vanzelfsprekend bij een club of bij een kerk, ontstaan er nieuwe netwerken met onzichtbare grenzen die er wel degelijk zijn.
Dat voelt veilig en geeft nog wat houvast in onzekere tijden..
Misschien zijn we het ons niet zo bewust.

Afgelopen week zaten we in de avond buiten met een groep vriendinnen.
Vertelt een van ons hoe haar dochter is bedreigd via internet.
Zij zit in een proces van jongen naar meisje.
De dreigtaal is om misselijk van te worden.
De jongens zijn inmiddels gepakt. De familie was zo bang dat ze zich vastgrepen aan de dagelijks dingen om niet weg te zakken in een moeras. Ook onze vriendinnengroep is deel van haar kompas.

Zo doen wij dat in het groot, in de politiek en in het klein in onze eigen omgeving. Ieder met eigen gewoontes, codes van krant en grand café.
Overal lopen onzichtbare grenzen, steeds meer.
’t Is maar dat je het weet.
Zo doe ik dat. Zo doen wij dat. En we gaan het er niet over hebben.
Maar ik wil er wel iets van zeggen.

Zo doen wij dat, dat zeiden de vissers bij het meer van Gennesareth ook.
Net als boeren afhankelijk van het weer en opstaan als een ander nog slaapt.
Zij kennen hun vak.
Moe van een hele nacht vissen voor niets, trekken ze hun boten op de kant.
In de vroege ochtend is het strand al vol.
Jong en oud, ieder wil iets oppikken van de wijze lessen van Jezus.
Hij stapt in een van de lege boten en vraagt een eindje uit te varen.
Jezus steekt van wal en preekt opnieuw.
Waarover dat weten we niet.
Dan vraagt hij Simon, vaar naar diep water en gooi daar je netten uit.
Kom nou, antwoordt Simon vermoeid: maar goed op uw woord.
De netten zitten al gauw barstens vol met vis.
zo zullen jullie vissers van mensen worden.

De afloop van het verhaal is de clou. Klaar is kees. Het verhaal is hiermee dichtgeplakt en wij willen het, met de woorden van Ouaknin openstrelen.

Vaar naar diep water. Ga naar het diepe.
Daar waar je de bodem niet meer kan zien.
Moet dan, kan dat? Moet je naar het diepe terwijl je al rondzwemt in een bodemloos bestaan?
Wanneer heb jij dat gedaan?
Ik denk aan een kort gesprekje met een dame op leeftijd.
De buren aan de overkant hebben mij gevraagd voor de koffie, we kennen elkaar eigenlijk niet. Ik ga toch maar.
Ze weten dat ik nu alleen ben.
Mijn leven was veilig, in een liefdevol verhaal van een gedeeld bestaan.
Wat moet je doen als dat ineens wegvalt?
Waar ga je heen als je plotseling op de wind komt te staan.
Ongevraagd, ongewild. Je klampt je vast in een vrije val.
Maar waaraan dan? Is er misschien een bubbel waar je in past als je de bodem niet meer kunt zien?

Maar moet je wachten tot je leven breekt?
De uitnodiging van Jezus om naar het diepe te varen is een wijze levensles.
Als een jongen meisje wil worden is daar moed voor nodig. Hij vaart naar het diepe van een nieuw onzeker zij. Met kracht van thuis.
Waar ben jij zelf in dit verhaal?
Ben jij die ene visser, moe van het harde werken op de plek waar de verdiensten altijd goed zijn geweest? Niets gevangen, afgemat naar huis, Morgen weer een dag als toen?
Ben jij die visser die zich naar het diepe toe laat sturen?
Naar een nieuwe plek?
Ga je of blijf je liever aan de oever van jouw levenszee, veilig op je eigen strand van toen.
We moeten nog een stap zetten:
Kun je wel kiezen om te blijven of te gaan?

Ik moet denken aan een nieuw bericht in mijn krant.
Weer duizenden mensen gered van de dood op de Middellandse zee.
Zij hebben allemaal ergens een huis en geliefden achter zich gelaten.
zij zijn gegaan uit nood, ieder met een eigen verhaal.
Was het een keuze om te blijven of te gaan?

Wat moet je doen als jouw leven breekt?
Als je op een kruispunt staat?
Omkeren, links af, rechtsaf, stoppen of doorgaan?
Laten we nog eens luisteren naar het woord van God voor de profeet.
De ontevreden Jeremia.
Hij wil niet naar het diepe, hij kan niet en hij klaagt zijn nood.
Nooit was ik vrolijk, nooit heb ik zelf enig plezier meegemaakt.
Vast in zijn eigen gelijk, als een drooggevallen beek, als een ontevreden kind.
Vast in zijn eigen bubbel van toen.
Hoe herkenbaar, hoe dichtbij. Jou pech, wat jou overkomt, het is altijd de schuld van een ander. Jeremia legt het bij God.
Wanneer houd mijn lijden dan op?
Wanneer sluit zich mijn wond?

Hou op zegt dan de Ene, hou op met al je geklaag. Je draait je vast in je eigen ellende. Je moet eruit, je koers verleggen.
Vaar naar het diepe.
De Ene noemt dit: keer terug tot Mij, kom tot jezelf. Wordt wakker.
Er is een mooi gedicht, dat gaat zo:

God mag weten wie de mens is die zichzelf vergeten heeft,
die niet weet waartoe hij leeft.
Een oude vriend Hein Stufkens maakte deze mooie tekst.
Ik zal je redden, zegt de Ene. Uit de handen van de boosdoeners, uit de grijpers van je negativiteit.
Uit die krachten die jouw vasthouden in je eigen gezeur en geklaag, veilig in jouw eigen bubbel.
Ik ga je redden; kom vaar naar het diepe. En je ogen zullen open gaan voor een rijkdom aan vis, die je daar niet had verwacht.

Ga naar het diepe ook al weet je de uitkomst nog niet.
Ondanks al die verhalen van pech, van wanhoop, van een slechte afloop.
Zij zijn op weg naar het land van de hoop. Zij komen over zee naar ons.
Zij prikken onze bubbels door, al onze ballonnen gevuld met misschien alleen maar lucht.
Zij houden ons steeds weer een spiegel voor.

Waar ben jij in jouw eigen verhaal? Moet je naar het diepe varen?
Of blijf je liever mokken in je oude verhaal, waar het al lang niet meer klopt.
Een bubbel met steeds weer zijn eigen gelijk van grenzen en muren steeds hoger tussen jou en tussen mij.
Waar ben jij in jouw verhaal?
Ik  denk nog een keer aan de vissers op de oever van het meer.
Niets gevangen. Het beeld verspringt.
Kom, ga naar diep water, wees niet bang. Want juist daar ben ik ook met jou.
Ik denk nog een keer terug aan de zoon die eindelijk haar dochter wilde worden.
Kom maar, vaar naar diep water. Soms moet je gaan…

God mag weten hoeveel jaren en hoever ik nog moet gaan,
voor in mij het licht zal breken van een ongekend bestaan.
Want de zon zal blijven schijnen, moeder aarde niet vergaan.
Voor ik uit mijzelf gekomen slechts uit liefde zal bestaan.