Pasen – 2017

Delft 16 april 2017
Pasen, Johannes 20

Overdenking
Tussen mijn digitale post waren er ook nu de Paasgroeten van onze Hongaarse vrienden uit Roemenië.
Happy Eastern. Gelukkig Paasfeest.
De eerste jaren van het partner contact met de Hongaarse vrijzinnigen moest
ik hier erg aan wennen. Happy Eastern.
We stuurden een paaskaart terug, maar wat zouden wij er op zetten?
Het werd iets als groeten van de Remonstranten uit Utrecht en nog iets vrijzinnigs, tulpen met paaseieren …
Ik vroeg aan mijn collega Kovasc Istvan wat Pasen voor hen betekent, – prominent leider van zijn vrijzinnige kerk, toch zo’n 60.000 leden.
met toch ook een bijna 500 jaar oude traditie. Hij antwoordde mij:
Pasen is voor ons de opstanding tot het eeuwige leven, dat vieren wij.
Ook het eeuwige leven legde hij uit:
De uiterste kwaliteit van wat leven kan zijn, hier en nu.
Hun traditie werd een waardevolle aanvulling op mijn studie.
Een geschiedenis van vervolging, marteling en dood; deze extreme protestanten
die Jezus niet als God maar als mens bleven belijden.
Vanouds open naar eenheid ook voorbij je eigen religieuze verhaal.
Zij waren hun tijd ver vooruit.
Gelukkig Paasfeest, het blijft wennen na al die jaren. Vrolijk Paasfeest is ook
al lastig. Is het onze bodem, het calvinisme- wat wil door somberen?
Moeten we het goede nieuws misschien van een ander horen?
Van iemand die de vrijheid van zijn eigen geloof heeft weten vast te houden tegen de verdrukking in?
We komen daar op terug.

Maar eerst terug naar het prachtige verhaal van de tuinman en de vrouw buiten
in de hof bij het graf waar het lichaam van Jezus is neergelegd.
Maria gaat heel vroeg naar de hof.
Zij dwaalt doelloos rond, zoals je bij een graf kunt doen, en schrikt als zij het graf leeg ziet. De jongens komen ook – zij begrepen nog niet dat Jezus naar de schrift moest opstaan.
Geschrokken rennen zij terug naar hun vrienden.  Het graf is leeg.

 

Maria blijft, het is stil misschien een vogel in het vroege licht.
Maria kijkt en ziet meer: twee figuren, engelen.
Er ontstaat een doodgewoon gesprek.
Dan kijkt zij om en ziet de tuinman, denk ze.
Ook hij vraagt, net als de engelen, waarom huil je? En :Wie zoek je?
Zij doet haar verhaal en dan roept hij haar naam, Maria.
Zij draait zich om: Rabboeni !
Nee ze vallen elkaar niet in de armen.
Dat zou het verhaal van de jongens zijn geweest.
Met hun vertrek wordt het Paas verhaal van Johannes naar een andere verdieping gebracht, het beeld verspringt.
Hier in de hof van dood en leven, wordt haar ware naam genoemd.
Maria ! Mijn meester!
In een flits, in een ondeelbaar openblik, noemt Paulus het in het schitterende stuk over de opstandig- in een ondeelbaar ogenblik valt alles op zijn plaats.
Hij is het- dit is het !
Een verlichtende ervaring, zij is gezien in haar verdriet en begrepen in haar verlatenheid. Een ander die haar ziet, een mens en tegelijk daaraan voorbij.
Je kunt ontzet wegrennen zoals de jongens, en verdwaasd blijven roepen:
het graf is leeg. Hoe moet dat nu verder?
Pasen blijft dan een mirakel, de ultieme tovertruc, lichamelijk opgestaan.
Het blijft zogezegd aan de buitenkant van je eigen leven.
Wat zoek jij?

Met Maria gaat het verhaal van Pasen verder, naar binnen.
Zij wacht en weet het niet meer alleen daar bij het lege graf.
Daar in het ijle licht van de vroege morgen wordt zij, bij haar ware naam genoemd.
Jij, Maria- de naam voor alle vrouwen en mannen.
De vreugde van Maria geeft haar een gevoel van geluk.
In dat ene moment verspring de ervaring van Maria totaal.
Zij is gezien en gekend, aangeraakt in haar diepste zelf.
Jij, Raboenni- mijn meester.
En dan houd mij niet vast.
Maria loopt zelfs vooruit op het verhaal.
Want  dan zegt de tuinman: wacht even, niet te snel- we moeten eerst nog
het Paas verhaal afmaken zodat ook andere mensen het kunnen begrijpen.
Het moet eerst nog Pinksteren worden.
Maar dat valt bij Johannes ook samen met Pasen.
Daarom zegt hij: Houd mij niet vast, je kunt mij niet toe- eigenen.
Alsof Jezus even uit zijn rol stapt.
Je moet het leven zelf aangaan en mij doorleven, van binnenuit.
Het leven zelf zal je leren wat Pasen voor jou kan betekenen.

Ik moet denken aan het ontroerende verhaal van El Bachiri.
Hij verliest zijn lieve vrouw bij de aanslag in Brussel vorig jaar.
El Bachiri werd begin dit jaar geïnterviewd door een franse journalist.
Het interview werd in een klein boekje uitgegeven.
Vijfde druk in vier weken, uit het Frans vertaal. Het heet:
Een jihad van liefde: Een inspanning voor Allah als innerlijke weg.

Ik zou het liefs dit getuigenis van liefde en hoop helemaal willen
voor lezen juist op deze Paas morgen.
Ik geef een paar regels aan jullie mee:
Ik heb de islam meegekregen en ik houd van mijn geloof.
Ik leerde wat mededogen is.
Ik leerde nadenken, ik leerde hoe ik mijn geest kon openen
naar anderen, die niet moslim zijn.
El Bachiri vertelt wat het hem doet als hij nog jong voor het eerst als vuile Marokkaan wordt uitgescholden.
Ik ging naar binnen en deed de balkon deuren dicht…
Hij heeft het leven leren kennen tot in de diepste duisternis.
Maar hij is doorgegaan: laten we verder gaan vanuit het hart van liefde en de rede- met een overtuiging of die nu religieus is of niet.
El Bachiri verbindt zijn eigen verhaal van liefde en dood aan een veel groter geheel. Het gaat om de kracht van de eeuwige liefde die in ieder van ons aanwezig is, in ons hart.
In de beproeving die ik moet doorstaan, alleen verder met drie kleine kinderen, voel ik mij meer jihadist dan de grootste strijder.
Ik ben een jihadist van de liefde.
Vraag mij niet om te haten nog liever zou ik sterven.
Alleen een dwaas wil niet in vrede leven.
Mijn wens is om alle harten te troosten.
Als we rust vinden kunnen we gemakkelijke vooruit gaan. (78)
El Bachiri geeft een boodschap van liefde aan ons mee:
Vrede zij met jou en met de mensheid,
Houd van je naaste ook al is hij slecht.
Ik bid voor vandaag en voor morgen.
Mensheid vergeet nooit dat ik deel van jou ben.
Later keer ik terug naar de Almachtige.
Gezegend zij de mens, moge de liefde overwinnen.
Was getekend Mohamed El Bachiri, metrobestuurder,
een moslim als zo velen die je niet hoort maar die er o zo talrijk zijn.

Je ware naam wordt opgedolven in je eigen leven.
Door een schok, door een breuk of door wat dan ook.
Jij bij je ware naam genoemd door die ander die jou leraar is en zal zijn.
Maria- Rabboeni.

Daar diep van binnen – kan zich de liefde uitvouwen zoals een lelie open
bloeit in het zonlicht van de  nieuwe dag.
Diep ervaren, voelen wat Pasen betekent kan alleen als jij je eigen leven aan
wilt gaan. Met alle beproeving die daar bij hoort.
Dat is de betekenis van de woorden- raak mij niet aan.
In de impuls van Maria-  zit haar oude leven nog: Rabboeni, mijn heer-
zij wil dat hij het voor haar gaat doen.
Maar de Opgestane antwoordt: raak mij niet aan.
Je moet het zelf doen en je kunt het.
Happy Easter! Omdat wij horen bij een veel groter verhaal dan alleen onze eigen traditie. Een verhaal van liefde ondanks alle dreiging van oorlog en bommen.

Happy Easter, want mijn vreugde is als de lente, zo warm als de bloemen die overal op aarde ontluiken.

En als je gelukkig Pasen te vrolijk vindt klinken dan nog maar even in het Engels.
I love you voelt ook net iets handiger dan ik houd van je.

Mijn pijn is als een rivier van tranen, zo onmetelijk dat zijn alle oceanen vult. Noem mij daarom bij mijn ware namen, alsjeblieft.
Zodat ik al mijn huilen en lachen te samen hoor,
zodat mijn vreugde en pijn één zal zijn.
Noem mij bij mijn ware namen alsjeblieft,
zodat ik kan ontwaken en de deur van mijn hart open kan staan.

De deur van mededogen.