Thomasevangelie – kom over de brug (mei 2018)

Delft, 6 mei 2018
Thomas evangelie

Gedicht op de Plantagebrug, Delft (foto: provincie Zuid-Holland)

Gedicht op de Plantagebrug, Delft (foto: provincie Zuid-Holland)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kom over de brug- het ging door mij heen.
Ik stond te wachten met mijn fiets bij de Oost singel.
De brug ging open en ik had alle tijd om de tekst te lezen die langzaam tevoorschijn kwam:
waar bent U? de overkant is hier, u bent daar.
Maar u zult  zeggen van niet.
Waar bent u dan, in het hier en nu?
Toch daar misschien?
Vraag het aan de brug.
Ik kijk en wacht en lees en kijk om mij heen.
Kinderen, studenten in de vroege ochtend nog brak misschien,
een man die zijn hond uitlaat.
En dan verdwijnen  de woorden zoals ze gekomen zijn, langzaam gaat de
brug weer dicht.
Even was er een moment, een kans.
Een opening zomaar in de lente zon van een zachte morgen.
zoals we ook dit jaar op vier mei een moment stil zijn geweest.
Terugkijken om niet te vergeten met het oog op vandaag en morgen.

De brug stelt een simpele vraag:
Waar ben jij? Stel je voor dat de brug openbleef veel langer dan we zijn gewend. Ga je terug, spreek je iemand aan, heb je haast- fiets je door naar de volgende brug. Ook die brug spreekt haar eigen taal.
De oude bruggen in de stad verbinden straten en pleinen.
De brug doet zijn werk al eeuwenlang… verbindt ons met elkaar tussen hier en daar tussen jou en mij.
Bruggen bouwen doe je zelf, doen wij samen met elkaar.
Voorbij diepe ongelijkheid tussen burgers ook in Delft.
Niet alleen met een goed gesprek maar ook met een arm om je heen.
Een blik die jouw kwetsbaarheid begrijpt voorbij een brij aan woorden.
Even pauze tussen alle herrie buiten in de trein en in de tram.
waar ben jij?…

In het midden tussen alle bruggen is daar deze oude kapel-
een brug tussen toen en nu.
Als vluchtheuvel kostbaar- in een tijd waar het verlangen naar een groter
verhaal weer wakker wordt.
Een verhaal waar we met z’n allen in kunnen wonen, een verhaal van ruimte
en liefdevolle aandacht, vertaald naar politiek en sociaal beleid.
Doorverteld ook hier in dit oude huis van gebed.
Een plek die ons uitnodigt om de stilte in te gaan.
Ook vanmorgen, jij stil oud Godshuis, eiland van hoop.
Even geen ruis op de lijn. En dan die paar woorden:
Ik ging staan in het midden van de wereld,
ik verscheen voor hen in levende lijve: ik vond hen allen dronken.
Ik vond niemand onder hen die dorst had.

De ene, de Levende staat daar in het midden niet belangrijk te zijn.
Hij verslaat niet zijn duizenden op facebook en twitter.
Wie is hij?
Hij kijkt en ziet de mensen dronken: – zij laten zich vollopen met het eigen
gelijk, met een visie die doodloopt- van een weg die anderen uitsluit.
Hoe eng- de filmpjes die ze maakten, de boeken en kranten die verspreid moeten worden en dat niet eens illegaal.
Maar gewoon- alle vluchtelingen zetten we op de trein terug naar huis.
Dronken van hun eigen gelijk, hoe gevaarlijk kan het zijn.
De ene, de levende- is midden onder ons- geen keuze maar vluchten voor bommen en granaten.
Kinderen en oude mensen. Verslagen door het leven zelf.

De ene, de levende- hij staat voor de brug hij je wacht.
wij zijn het zelf met ons verdriet, met pijn die niet over gaat.
De ene, de levende zijn ook wij die geloven in dingen die er nog niet zijn,
geluk voor alle mensen.
Dus wie is er nu dronken?
Zijn wij dat zelf als we de brug niet herkennen?
Als we geen verschil voelen tussen hier en daar aan de overkant.
Als we doorrennen door ons eigen leven en elk oponthoud zien als een
gemiste kans.
De Ene, de levende plukt ons van de straat, kom doe mee; ik heb je nodig
voor mijn werk van liefde en compassie.

Jezus als gids en leraar, wijst de weg- is zelf de weg.
Is het hoogmoed van de held? Dacht het van niet.
Hij laat zien hoe voor jou de brug neer kan gaan.
Waar ben jij?
Sta eens even stil voor de brug aan de Oostsingel bijvoorbeeld.
Het maakt je nuchter-  en je geest klaart op.
Je gaat zien waar het echt op aan komt.
Mensen helpen zodat zij zich hier thuis kunnen gaan voelen.
De Ene, de levende nodigt je uit om binnen te gaan.
Daarom die andere woorden uit logion 108-

Wie uit mijn mond drinkt zal worden als Ik.
En ikzelf zal worden als hij: en het verborgene zal hem worden geopenbaard.
Dan gaat de brug dicht: wie oren heeft om te horen die zal ook dit verstaan.
Hij is de brug.
Als ultieme kwaliteit van wat leven kan zijn.
Daarom kan de ene, de levende van zichzelf zeggen:
Ik ben de weg, de waarheid en het leven.
Geen hoogmoed van de held. Meer van: zo heb ik het gedaan.
Deze paar woorden geven betekenis ook aan mijn leven.
Hij wijst met andere gidsen de weg naar een leven in liefdevolle
aandacht voor elkaar en zo voor jezelf.

En dan nog iets:
Soms is de brug open en moet je wachten, zit er iets in de  weg.
Is het angst, is het boosheid of ben je gefrustreerd of verlamd.
wil je niet, kun je niet.
Moet je wachten maar wie bedient de brug?
Ook dan ben jij gezien want de ene leeft in jou.
Soms ben je daar- aan de overkant zonder dat je er erg in hebt.
Was je even heel dichtbij het geheim van het leven zelf.
In een kus, in een gebaar, in een vraag, in een antwoord.
In nabijheid voor even omdat die ander erom heeft gevraagd.
Was je even daar, ik wist dat ik moest gaan.
Eiland van hoop, jij bent het zelf aan deze kant en aan de overkant.
Maakt het eigenlijk wel verschil?

Sta eens even stil en vraag het aan de brug.
Vraag het aan de wachter bij de brug … de ene de levende.
Jouw antwoord ligt op straat, je struikelt er haast over.
Want bij ieder van ons past een eigen verhaal, ingeweven in het geheim
van de Ene, de levende.
Het gaat erom te ontdekken welk verhaal wacht in jou.
Sta eens even stil en vraag het aan de brug.

In dit oude huis van woord en gebed, eiland van hoop.
Jij klein Godshuis met de gebeden nog in je muren.
Jij gaat straks je deuren voor ons sluiten.
Moge je warmte en de passie van je boodschap met ons meegaan
waar we ook gaan.