Til een steen op

Delft, 7 mei 2017
Thomas evangelie log. 77

Jezus zei:
Ik ben het licht dat over het Al schijnt.
Ik ben het Al.
Uit mij kwam het Al voort,
en naar mij strekte het Al zich uit.
Klief een stuk hout en daar ben ik,
til een steen op en daar zul je mij vinden.
(http://www.thomasevangelie.info, vertaling Bram Moerland)

 

Overdenking

Van de week belde hij weer, de onbekende man uit Werkendam.
Hij was bang en wilde over een tekst uit de bijbel praten.
Wat ik er van vond als vrijzinnig predikant. Ik stelde hem gerust.
Nee, op het dorp was  er nu even geen eigen predikant. Ik had echt met hem te doen. Het is nooit de bedoeling geweest om mensen bang te maken.
Maar bij veel mensen ligt diep op de bodem van hun ziel- angst, hoe zal het daar zijn? Mag ik binnengaan of niet. Nog steeds een breuk: alles of niets.
Geloven, als een waarheid aannemen of alles over boord gooien.
Dat hoeft toch niet zo absoluut te zijn.
Afgelopen zondag preekte ik in de Koorkerk voor Vrijzinnig Zeeland.
Op de terugweg reed een kleine zwarte auto voor mij op de weg.
Op de achterruit super groot: Ik ben de weg, de waarheid en het leven.
De zon dekte de eerste regel af, onder het zonnescherm. Is dit grappig voor andere weg gebruikers, dacht ik?
Geen idee van deze woorden zullen ze zich ergeren:
Mafkees hoe verzin je zo iets over jezelf, en dan ook nog op je achterruit.
Pas bij het draaien van de zon, kwam de eerst regel bloot: Jezus zegt …

Inhalen lukte niet, de man van Jezus reed flink door.
Bij Tiel ging hij richting Nijmegen. Ik was hem graag gevolgd, naar zijn huis, naar zijn kerk want daar ging ik toch van uit.
De Betuwe, dacht ik nog- Bible belt misschien.

Vanmorgen gaat het over de geheime woorden uit het Thomas evangelie.
Een klein boekje uit het begin van de vroege kerk.
Wat hier in staat moet je niet aan de grote klok hangen.
Hoezo niet?
Daar kunnen we kort over zijn. Er wordt een weg gewezen voor jou persoonlijk, los van een kerk.
Het is een gids voor onderweg.
Het licht is in je, het woord van liefde, vrede en recht is in je eigen hart gelegd. Dat zijn woorden uit het begin van de Bijbel: om precies te zijn uit Deuternomium. Het vijfde boek van het begin- de Thora.
Ook daar al deze ene wijze les, God als liefde is in je.
Hoezo zouden we dan ineens ons eigen geluk gaan uitbesteden aan iemand anders?
Daar zeg je wat. Ik bedenk me nu dat we dat maar al te vaak doen.
De voorwaarde voor mijn geluk – dat ik mij goed voel, leg je gemakkelijk bij een ander. Hij, zij moet er voorzorgen dat ik mij goed voel. Een moeder of vader, misschien allang overleden, of een partner, vriend of zus.
Zielsveel van iemand houden, rouwen om een immens verlies is iets anders.
Daar mag je niet aankomen. Daar is alle ruimte voor in de oksel van jouw intieme leven. In de storm van jouw bestaan blijf jij overeind, dat zegt het Thomas evangelie.
Jij bent het zelf, jij draagt het oude mysterie in je mee.
Jij bent zelf bent het verhaal van de levende Jezus.
Ook dit was de het gezicht van de vroege kerk. Naast de autoriteit van de priester, die waakt over de kerk, die mensen houvast gaf maar ook bang
heeft gemaakt, afhankelijk vooral.
Ik denk aan de man uit Werkendam, die ruimte zocht en mij opbelde.

De woorden uit het Thomas evangelie gaan over jou en over mij.
Zij gaan over onze binnenwereld, zogezegd.
Daar waar jij je antwoorden zoekt, daar waar jij de leegte van het bestaan ervaart, waar je verdriet woont, je verlangen en je angst.
De spreuken zijn meer dan interessant.
De geheime woorden willen bij je binnenkomen.
Ze willen je uitnodigen om een nieuwe ruimte binnen te gaan naast de bekende Godsbeelden waarin jij misschien bent opgegroeid.

Nog in de echo van Pasen, waarmee ons leven wordt vernieuwd, dag aan dag.
Je ademt op, je  ademt in- het is er altijd, deze binnenkant.
Het is in je en om je heen maar je leeft er zo gemakkelijk aan voor bij.
Diep in een innerlijk vertrek
woont tussen schemerwanden
Een iets, een hij een zij, een het
Ik heb geen naam voorhanden.
Kind branding werd het ooit genoemd.
Bron, kracht, of – een zijn gedreven-
Liefst noem ik het: een voor mijn oog
verbonden tweede leven.

Het houdt zich slapend, meldt zich dan ..
het wijst mij op een kiem, een cel
een leven in mijn leven
waaruit ik dan, naar zijn bestel
een nieuw heelal moet weven . (Tekst Nel Veerman)

En als je het zelf niet kunt voelen zal een ander je hierbij helpen.
De ander die jou nodig heeft, misschien alleen door hier vanmorgen ook te zijn. De ander – die je aankijkt en jouw hart laat smelten, die ander is gids voor jou voor op je weg.

De zonneklep van de zwarte auto, hield de eerste regel weg.
De bestuurder wist dat natuurlijk niet zelf.
Maar wel degene die achter hem reed.
Ik ben de weg de waarheid en het leven.
De woorden van Johannes in de  versie van het Thomas evangelie.
Jij bent het zelf. De Levende, het Al.

Daar raasden we over de A59, de kerk en de ketter achter elkaar aan.
Als kat en muis. Bij Tiel reed hij door, ik was hem graag gevolgd tot zijn huis, tot in zijn kerk want ik ben nieuwsgierig naar zijn zoektocht.

Jezus de levende een mens van toen en meer dan dat, een beeld van onszelf.
Geest van waarheid en inzicht in jou en in mij.
Zij maakt ons weerbaar voor de waan van de dag.
Ik ben het Al.
Uit Mij kwam het Al voort, en naar Mij strekte het Al zich uit.
Splijt een stuk hout en daar ben ik, til een steen op en daar zul je mij vinden.
Iemand in onze groep zei:
Ja, je moet wel zelf een steen optillen. Je moet er zelf iets voor doen, zelf in beweging komen ook al is dat nog zo moeilijk.
Ook al moet je tegen de stroom inzwemmen bij zwaar weer in jouw leven.
Doet mij denken aan een paar dagen geleden. Zit ik boven te werken, ineens in ons stille dorp een hoop lawaai. Kijk uit het raam en zie – stapel stoeptegels die worden afgeleverd. Weer een tuin die wordt dichtgetimmerd, gaat het door mij heen. Zo gaat ons leven verstenen.
Hoe komen we dan nog bij de levende, bij het Al?
Bij de bron die ons wil voeden, bij ons aller innerlijkste zelf?

We hebben een herberg nodig, een plek om van tijd tot tijd even aan te leggen. Een speelplaats waar we de tegels samen hebben gelicht.
Een plek waar je de stilte leert kennen, als bron die niet opdroogt.
Til een steen op en je zult mij daar vinden.
Steek een stukje aarde uit. vol met wormen en beestjes, vol met leven.
Licht een tegel op. Op de speelplaats doen we dat met elkaar.
Til een steen op en daar zul je mij vinden.
Met en zonder zonneklep op de achterruit, want de zon draait ook in jouw leven. De levende zijn wij voor elkaar.
We wisselen elkaar af in de dans van het leven.

Til een steen op en je zult mij daar vinden. Dit inzicht gaat voorbij aan wel geloven of niet geloven Til een steen op roept ons wakker in een nieuwe ruimte van wat leven is.
Voor ons samen in deze stad, Til een steen op roept ons wakker tot vrijheid.
Want het woord van liefde en vrede is in ons eigen hart gelegd om het te doen, om eruit te leven. voor nu en altijd.