Vonkje van hoop (derde advent 2016)

Thema- Vonkje van hoop                               Delft 11 december 2016
3e Advent Jesaja 11: 1-10

Overdenking
Het is jaren geleden, wij woonden nog in Utrecht midden in de stad, vlakbij
het park. Het was mooi weer en ik was die middag bezig met de was.
De balkon deuren aan de voorkant stonden open.
Verdiept als altijd, schrok ik op van de bel en keek uit het raam.
Even trilde ik op mijn benen. Nee toch !
Het was John, elke dag liep hij langs ons huis op weg voor zijn shot bij
de methadonbus in het park.
Zijn maat had al eens bij ons in de regenpijp gehangen op weg naar binnen.
Mevrouw, riep hij naar boven, het touwtje hangt nog door de brievenbus.
Dank je John, (fijn dat je even waarschuwt).
Wauw hij, waarom was hij niet naar binnen gegaan even in de jassen graaien zoals hij eerder had gedaan. Hij keek nog steeds blij naar mij omhoog met zijn wilde blik op weg naar zijn shot.
John de junk van onze buurt gaf zijn vertrouwen aan mij… hij maakte mij blij.

Langer dan een week is ditzelfde touwtje van vertrouwen in de pers, dat is knap.
Van alle kanten bekeken,  nostalgie of een nieuw verlangen?
Zelfs de kerk werd er nog bij gehaald.
Ineens is er focus. Een week lang een hoopvol gesprek in het publieke domein over dat ene touwtje uit de deur.
En toen die andere stem. Hard en genadeloos, als de stem van het volk.
Niemand is meer te vertrouwen. Opnieuw een gevaarlijk statement, afgelopen vrijdag als conclusie van zijn eigen proces.
Dat kan niet, dat mag je niet zeggen, want zo simpel ligt het niet.
wel een confrontatie met onszelf:
Is dit simplisme waar voor jou? Zo niet:
Waar sta jij dan voor, waar leef jij uit?
Wat ga jij je kinderen en kleinkinderen door vertellen?

Vandaag klinkt in deze oude ruimte de urgentie van de profetie.
Jesaja was geen volksmenner maar een boodschapper van die Ene
verborgen kracht. Zij noemden dit God.
Jesaja kent zijn tijd, ook toen werden de mensen misleid.
Verdraaiing van de feiten, de ander doet niet mee.
Jesaja wil niet maar krijgt het woord van de Ene als een hete kool in zijn mond. Hij moet zijn eigen stad aanklagen. Hij laat in ons verhaal het beeld van zijn omgeving kantelen en  vertelt zijn visioen van vrede.

Er groeit iets nieuws, zie je het niet?
Het komt, het is er al. Zoals de dikke knoppen van de hortensia in de tuin.
Zoals John de junk bij mij aan de deur.
Het is er ondanks alles, bij jonge mensen die verlangen naar rust en veiligheid
in de ratrace van een hard bestaan. Zij willen het anders, opnieuw beginnen.
Zij protesteren, het roer moet om. Ik houd dit niet vol.

Jesaja vertelt over een nieuwe tijd, over de nieuwe mens.
Hij vertelt over jou en over mij.
Op ons zal de geest van de Ene rusten, de geest van wijsheid en verstand.
De geest van kennis en vreze (respect) voor de Ene.

Voor datgene waar je af moet blijven, voor wat heilig is en goed.
Respect en vertrouwen in elkaar.
Hij zal de geringe verheffen en de aarde slaan tot zij het recht begrijpen zal.

Jesaja kijkt vooruit en om zich heen. Geen kerk te bekennen, geen moskee te zien. Hij ziet mensen onderweg, zoals jij en ik.
Jesaja spreekt over de toekomst vanuit een helder bewustzijn, vanuit de helikopter zouden wij zeggen,. Maar meer dan dat:
hij gelooft dat het goed komt, ondanks alles wat op het tegendeel wijst.

Wat een inspiratie, wat een vertrouwen in de tijd die komen zal.
Daarom is Jesaja een profeet ook voor ons, getoetst aan deze tijd.
Nu het erop aan komt.
Nu we kunnen kiezen tussen vertrouwen en onverschilligheid, tussen verbinding en angst.
Zo spreekt de profeet:
De wolf zal naast het lam gaan liggen en het kind zal met zijn hand spelen in
het nest van een slang.
De volken zullen deze wortel van Isaï zoeken, een rustplaats voor iedereen.
Buiten ons in een veilige omgeving en binnen in ons eigen hart.
Wat een wijde en universele blik had deze profeet.
Jesaja reikt veel verder dan ieder voor ons eigen, of alleen een uitverkoren volk.
Wat hij, in de naam van die Ene, roept is-
Dat ik jou kan vertrouwen. Dat ik niet steeds en voortdurend op mijn hoede moet zijn. Moet knokken – voor ik eerst.
Dat is veel breder dan mensen tot een bepaalde kerk of godsdienst willen bekeren.
Jesaja spreekt de Global village aan. Zijn woorden zijn een vurig pleidooi voor vrijheid voor jou en voor mij.
In de tram en op de markt. Jouw leven, mijn leven bij elkaar ingesloten.
In elkaar opgenomen, als jij naar de moskee gaat en ik naar een kerk misschien.

Het universele visioen van Jesaja laat zien hoe alle geloven en richtingen uit dat ene verlangen naar rust en een veilige plek in elkaar geschoven zullen worden.
Want het gaat erom dat wij die ene mens worden, geschapen naar zijn beeld en gelijkenis.
Arm en rijk, jood en Griek, zoals Paulus zegt in een van zijn oudste brieven.

Ingevouwen in die Ene, in die ene Christus, in dat ene grote lichaam van liefde en vrede. Ingevouwen in elkaar.

Die ene nabije die zich laat kennen in een leven van kwetsbaarheid en vertrouwen.
Het diepe verlangen naar dat ene, dat nieuwe- wat klaar ligt op de bodem
van het leven, krijgt vorm in de weken van de Advent.
Uitreiken naar dat meer, die gloed, die zon die ons hart verwarmt.

De engel Gabriël, die de boodschap aan Maria brengt spreekt ook tot ons.
Jij zal het kind van licht in je baren en in de wereld brengen.
Maria voelt het nieuwe leven in haar schoot.
Het maakt haar blij: sterk en vol vertrouwen dat het goed komt.
Haar song is geen zoet wiegelied maar een krachtig lied van protest.

God in jou.
Vonken van hoop-
Bewaard en doorverteld in oude en nieuwe verhalen van vroeger en van nu.
Zij komen op ons pad, bij jou en bij mij.
Zoals John de Junk op die ene middag, met mij daar boven aan de was.
Er was een engel aan de deur geweest.
Hij had de boodschap van licht gebracht met zijn simpele woorden.
Dat ene touwtje van vertrouwen, was hij zelf.
Hij zal het niet meer weten, misschien leeft hij allang niet meer.
Wij geven het licht door aan elkaar.
Soms ondanks onszelf. Vonken van hoop, vonkje van hoop diep in mij.

In dat brede veld van licht, voorbij welke kerk dan ook, daar in die grote
ruimte  heeft de Ene gesproken en hij spreekt nog steeds tot jou en tot mij.
Laten  we elkaar vertrouwen, behoeden en bewaren.
Dan kan het licht ook in jou geboren worden, als een nieuw begin.
Misschien wel op de stronk van een afgeleefd bestaan.

En tot die tijd, zolang de oorlog woedt,
zolang de woorden nog breken,
zolang de mensen nog sterven
de zon wordt verduisterd,
het zingen verstomt.
Tot zolang, laat mij bij jou een schuilplaats vinden
en laat mij voor jou een schuilplaats zijn.

TG