De kleine prins

Delft 8 sept. 2019
De kleine Prins

Overdenking (1 Sam. 16 : 4-7)
Kan het iets minder misschien? Gister drie hoofdartikelen in mijn ochtend blad,
die begonnen met ik, en dan volgt een persoonlijk verhaal van een BN er.
Het publiek wil ook vermaakt worden maar dit was reden om mijn abonnement op te zeggen. Nog niet gedaan, wacht nog even af.
Waar vinden we dan wel een kompas, dat ons verbindt?
Ik neem jullie mee…
in het sprookje van de kleine prins, een verhaal ook over onszelf.
Een piloot krijgt met zijn vliegtuig motorpech en maakt een noodlanding in de woestijn. Met als eerste vraag:
Hoe kom ik hier weer weg.
Dan ineens is er een klein stemmetje: toe teken eens een schaap voor me?
Zo is het begin.
De kleine prins is onderweg, hij wil de mensen leren kennen.
Hij ontmoet een koopman, een lantaarnaansteker en nog veel meer mensen.
De kleine prins stelt de grote vragen ook aan de alcoholist die hij op zijn reis tegen komt: wat doe je daar?
Ik drink, antwoordde de donkaard.
Waarom? Om te vergeten dat ik mij schaam.
Waarvoor? Omdat ik drink.
En hij zei verder niets.
De kleine prins is verdrietig en loopt verder.
Teveel meegemaakt, de weg kwijtgeraakt en daar zit je dan alleen.
Misschien niet meer genoeg ankers en geen levenskunst van huis uit meegekregen.
Alle mensen die de kleine prins tegenkomt zijn verloren in zichzelf en
met zichzelf.

En toen verscheen de vos.
Wil je met mij spelen, vroeg de kleine prins. Ik ben zo verdrietig.
Dat kan niet, antwoordt de vos.
Ik ben niet tam. Wat is dat tam?
Nou, dat je verbonden bent.
Maar de mensen zijn dat woord vergeten.
Ze hebben geen tijd en denken alleen aan zichzelf.
Net als ik steeds op jacht naar eten en geluk.
Alsjeblieft, wil je mij tam maken, dan zijn we vrienden.
Ik zal je helpen:
Je moet dan daar in het gras gaan zitten, ik kijk dan zo een beetje naar je.
De volgende dag kom je dan wat dichterbij.
Hoe mooi is het niet als je weet dat er iemand op je wacht…
Hoe leeg en stil kunnen de muren zijn als dat niet zo is.
Nee, maak mij alsjeblieft niet tam. Ik heb zo mijn eigen weg.
Kom ook maar niet bij me langs. Dat is niet fijn… niet veilig.

Je moet dan zeggen hoe laat je komt, gaat de vos verder.
Als het 4 uur is, kan ik om 3 uur al gelukkig worden …
Kom daarom op tijd want als je te laat komt, doet dat pijn.
Dan denk ik dat je mij vergeten bent.
Ik wil op je wachten, totdat je komt.
Hoe kostbaar en hoe kwetsbaar.
Zijn wij niet net als de vos en als de kleine prins?
Gesloten- op veilig; en open- verbonden met alles daartussen in?
Op zoek naar een warm thuis.
Naar een vriendje om mee te spelen net als toen.

Vanmorgen zijn we wel bij elkaar in iets wat ons raakt.
In een vermoeden waar juist de vos naar verwijst:
dit is mijn geheim, alleen met het hart kun je goed zien.
Het wezenlijke is voor de ogen onzichtbaar.
Voor de ogen is het wezenlijke onzichtbaar,
herhaalde de kleine prins om het goed te onthouden.
Zo van zacht worden en lief zijn.
Ik wil dat je moeite voor mij doet om me te leren kennen…

Spreken over wat ons raakt, moeten we misschien opnieuw gaan leren.
Durven zeggen wat je nodig hebt hoort daarbij.
Maar hoe fijn is het als een ander dat zelf kan zien!
Spreken over wat mij raakt, hoe doe je dat?
Wie leert mij de taal van het hart?
Zo worden ook de kinderen van nu niet opgevoed.
Zij moeten weerbaar zijn, hun telefoon niet vergeten en vooral hoog
scoren op school en bij de sport.
Wat leren zij over de kunst van het leven?
over de grote vragen als: zie je mij? en
kan ik jou zien met de ogen van mijn hart? Ontdekken:
wat goed is voor jou? want dat is ook goed voor mij.

Daarom vraagt de kleine prins aan de vos: wat heb jij nodig?
dat je mij tam maakt, dat je tijd maakt, geduld hebt en dat je echt komt.
Dat je lief voor me bent. Want ik wil je vriend zijn.
Je gaat daar dan zitten en je komt steeds een beetje dichterbij.

Wat heb ik nodig? Wat heb jij nodig?
Er komt een moment in je leven dat beide vragen in elkaar gevouwen worden.
Ik en jij- in een nieuw wij, van samen met elkaar.
In een weekend editie zo de nadruk leggen op ik- is een stap terug.
Mijn krant zou beter moeten weten.
Geen flauw grapje maar een ernstig signaal over toenemende tweedeling in de hele samenleving tot Brexit aan toe.

Eerst wijzelf en dan de anderen, dan pas al die mensen die aankomen in een vluchtelingenkamp na een barre tocht op zee.

Wat heb jij nodig- gaat mijn verlangen omarmen.
Als mij toelaat in jouw verhaal, laat je mij iets zien van het geheim van de onzichtbare dingen van het hele leven. We zijn dan even tam met elkaar.
Ik kan dan aan mijn eigen vragen voorbij gaan.
Want jij bent mijn antwoord…
Die paar tere woorden, wil je mij tam maken? Is genoeg.
Er gaat er iets open van het grote geheim.
Voorbij religie raakt deze ene vraag aan de essentie van wat leven is.

Ingebed in de grote tradities, overgeleverd in de verhalen van de Bijbel.
Daarom die paar verzen uit het oude Samuel boek ernaast gelegd.
Niet de stoere oudste zoon, maar met de jongste- die in de stal zijn werk doet, met hem wil God verder gaan met zijn verhaal.
Daarom wordt David door de profeet Samuël gezalfd met olie.
Dit is de lijn die de wereld gaat redden van alle kwaad.

Want God kijkt niet naar het uiterlijk maar naar het hart.
Niet het succes van het dikke ik maar de verbinding met elkaar in een geest
van liefde en compassie.

Wil je mij tam maken? Daar achter ligt de vraag:
Wil je mij thuisbrengen?
Waar je deze vraagt durft aan te gaan:
daar gebeurt voorzichtig iets van God.

Ik en de ander- in de dans van een nieuw wij:
In een wisselend heilig spel dat ons bij elkaar brengt en heel maakt.
Kijk maar om je heen en stel deze ene vraag: wat heb jij nodig?
Je zult merken dat je langzaamaan wordt losgeweekt uit je eigen
patronen en verwachtingen.
Je zult gaan merken dat dit een weg naar huis is.

Vandaag aan het begin van een nieuw seizoen zijn we bij elkaar in dit
ene wat ons verbindt.
Misschien vind je hier iets van het geheim waar je bij weg mag kruipen,
als vriendschap jou leven niet bereiken kan.
Hier, een plek waar we elkaar kunnen troosten als jouw hart niet meer
wordt geraakt.
Een plek waar we aandacht hebben voor de dingen van het hart.
Want de wezenlijke dingen zijn voor de ogen onzichtbaar.
Ondanks alles wat er om ons heen gebeurt.
God- in jou en in mij, tussen ons in.
Voor de ogen is het wezenlijke onzichtbaar, herhaalde de kleine prins
om het goed te onthouden.