Herdenken en verbinden

Delft 2 november 2019
herdenken en verbinden, psalm 91
Overdenking

veilige vleugels - willyslingerland.nl

Veilige Vleugels – Willy Slingerland.nl

Vanavond staan we een moment stil om ons te verbinden met elkaar.
Om ons te verbinden met ons eigen leven met wie overleden is, een geliefde, een ouder, een kind. Misschien nog maar heel kort geleden, of langer.
Is de wond van het verlies misschien wat dichtgetrokken.
Een vliesje van de tijd er voorzichtig overheen gelegd.
Maar kom er niet aan, laat me met rust.
Vraag niet hoe het nu toch met me gaat.
Ik denk aan een kort gedichtje, het heet: Recht op afzondering:
Ik vraag om afstand, om alleen zijn.
Geen vragen van anderen om me heen.
Aardig bedoeld, maar de wond gaat zo niet dicht.
Nu even niet.
Straks, wanneer dat dan ook is …
Nu even niet. Laat me maar.
Als je dicht bij elkaar leeft, bijvoorbeeld in hetzelfde huis, dan voel je dat wel aan.
Als je elkaar vaak ontmoet, op zondag bijvoorbeeld, dan leer je elkaar wat beter kennen.
Je kijkt en zoekt, gaat stilletjes naast iemand zitten zonder te vragen. Je zoekt en kijkt, meer niet.
Maar hoe anders is vaak de realiteit.
Met vaak te weinig tijd om toch nog even stil te staan.
De hele dag maar onderweg van hier naar daar…
Hoe anders is het als je niet echt bij iemand hoort,
iemand die jou helemaal en ook van binnen kent.
Die weet hoe het met je gaat zonder dat je steeds jezelf hoeft uit te leggen.
Alleen kan fijn zijn als je weet van anderen om je heen.
Als je kunt zeggen nu even niet, laat me maar.
Alleen is ook vaak eenzaam, niet verbonden.
Alleen onderweg door jouw leven.
Steeds meer worden we op onszelf teruggeworpen.
Zelf regelen, zelf uitzoeken.
Gemeenschappen vallen uit elkaar.
Gelukkig, en dat is het goede nieuws, groeien er oom nieuwe verbanden,
in een straat en in de buurt en ook weer in een kerk.
Worden de grote vragen van leven en dood, opnieuw gedeeld in nieuwe taal.
Van de week was ik bij een ouder iemand op bezoek.
Hoe gaat het verder als er ook aan mijn leven een einde komt?
Los ik op- ga ik over in iets anders, voorbij aan mijn eigen tijd?
We kwamen met elkaar in een soort van grote rust terecht,
in de schemer van de late middag.
Alsof we raakten aan de  randen van het grote geheim.
Ik dacht aan de bekende woorden van Jezus:
Waar twee of drie in mijn naam te samen zijn daar ben ik in hun midden…

En dan is het maar een kleine stap naar het begin van de oude
psalm die we vanavond samen hebben gelezen.
Het begint met een soort van aanroep:
Wie woont in de schaduw van de Allerhoogste,
zegt: Mijn God op U vertrouw ik.
En dan rollen de beelden voor de Ene over elkaar heen:
Toevlucht, vesting en een veilig schild.
Het lied was ooit een afweer tegen de boze geesten van toen.
Niet met rituelen of een toverspreuk maar de Ene zelf is jou nabij.
Dicht om je heen, als een warme deken, als een mantel om je heen geslagen.

Kracht, trouw, heilige God, allerhoogste en nabije.
De hele bijbel wordt versierd met talloze aanduidingen voor die nabijheid,
die ons troost en opneemt in zijn vrede.
Hoe ouder de tekst hoe meer menselijke eigenschappen aan die kracht zijn toegeschreven: herder, hand, schaduw, oog- hoeder van het leven.
Toevlucht en vesting, vaste grond onder mijn voeten-
waar ik steeds naar terug kan gaan.
Ook als ik het benauwd heb, als ik er niet meer uitkom.
Verstrikt ben geraakt in de netten van de vogelvangers. Dat zijn:
Hersenspinsels, die een eigen leven gaan leiden.
Gedachten die niet meer kloppen en mijn gedrag gaan sturen.
ben ik losgeraakt van mijzelf.
Verstrikt geraakt- de vogelvanger is binnen in mij en buiten mij.
Hij verdraait mijn gedachten.
Ik ken dat zelf uit een moeilijke periode in mijn eigen leven.
Hier in dit oude lied, kent ook de dichter deze innerlijke rondgang door het
kleine ik alleen, als een doolhof waar je in vastloopt.
De vogelvanger, zaait verdeelheid.
Zet ons ook in het publieke leven op een verkeerd been met nepnieuws
en erger. Ieder met zijn eigen waarheid,  wie wijst ons nog de weg?
De Ene, die ons terugzet in het spoor van liefde en recthvaardigheid.
Hij bevrijdt je uit het net van de vogelvanger.
Engelen zullen je op handen dragen. Zij tilt mij op en draagt mij weg uit mijn
eigen dwalen en doolhof.

De oervogel van de vloed, waar de bijbel mee begint.
de zachte adem van Gods Geest, Zij draagt  mij, ik kom weer op adem.
Later schreef ik hierover een bijdrage in de bundel:
Er stroomt een rivier in mij.
De titel luidde: mag ik dan schuilen onder jouw vleugels?
Nee, dat schuilen is niet vanzelfsprekend.
Ik kon mij dat ook toen niet zomaar toe-eigenen.
Voorzichtig vroeg ik aan de Ene, mag ik dan schuilen… heb je ruimte.
Is er plaats misschien?
Voor mij, is  er plaats voor jou? Kan ik ruimte maken…

En ook dat is een oude betekenis van dit lied:
niet alleen om de boze gedachten af te weren in mij en om mij heen.
Het lied doet ook een beroep ons zelf.
Kun jij een schuilplaats zijn voor wie even uit wil rusten?
Kun jij je vleugels openvouwen?
Een arm om iemand heen slaan bij een warme kop thee.
En de andere kant tegelijk: sta je zelf op de wind,is het kil in jouw leven.
Heb je even tijd, mag ik even binnen komen?
Moet je erom vragen …
Dat doe je niet zomaar in een wereld waar het koud is.
we zijn het allemaal… zelf.
Het toneel wisselt. Ik denk aan de jonge badmeester, gevlucht uit Libanon naar
het eiland Lesbos. Ongelooflijk is zijn verhaal, en daarom is hij teruggegaan om zelf te helpen waar geen hulp voor handen is.
Zo spreidt de Ene haar vleugels over ons uit.
naar de vreemdeling en de vluchteling…
Ook dat hoort bij dit oude lied:
Als een welkom, voor de vreemdeling- op zoek naar een veilig thuis.
Hoe fijn is het dan als je zomaar even aan kunt schuiven zoals hier op deze plek.
Zonder al te veel woorden.
Je bent even die naaste, waar de bijbel met grote woorden over spreekt.

Roep je mij aan, ik geef antwoord, zo sluit het oude lied voor deze avond af.
In de nood zal ik bij je zijn, met stille aandacht spreid ik mijn vleugels over
je uit.
Hier vanavond kun je leren zien en voelen met de ogen van je hart.
Hier leer je hoe je een engel kunt worden.
Alleen als je ruimte maakt en tijd- kun je dit zintuig van aanwezigheid ontwikkelen.
Kun je de stem van het hart vol liefde gaan ervaren voorbij aan je eigen gedoe.
Alleen als je ruimte maakt en tijd kun je aanvoelen:
Nu even niet.
Laat me maar.
Aardig bedoeld maar – het wordt teveel als je er weer over begint.
Daarom is het goed dat we hier bij elkaar zijn in dat ene gebaar-
we steken een lichtje aan voor een geliefde die we missen.
In de veilige holte van dat oude lied.
Onder de beschutting van de Ene, die ons beschermt met haar vleugels.
Onder zijn wieken vind je een toevlucht, zijn trouw is een veilig schild.
Voor jou en voor mij, voor nu en altijd…