Hoe kun je het licht ontvangen?

Delft 16 dec. 2018
3 Advent Luc.3: 10- 18

Overdenking
Johannes de Doper, hij is woest, sterk en stevig.

Pablo Gargallo (1933). De profeet.

Een echte leider van het volk, van al die mensen die het benauwd hebben,
die niet rond kunnen komen, die meelopen met de gele hesjes.
Hij doet niet onder voor de grote protestleiders, die roepen om een eerlijk verdeling van al ons tegoed.
Johannes zou het goed doen maar vergis je niet.
Een stem die roept in de woestijn: maak recht wat krom is.
Breng aan het licht wat het daglicht niet kan verdragen.
Kom tot inzicht dat het roer om moet.
Johannes gaat tekeer tegen de overheid. De hele regering klaagt hij aan,
zodanig dat hij gevangen wordt gezet en later onthoofd.
bij een van de hof parties zal de verleidelijke danseres, Herodias,
zijn hoofd op een schaal naar binnen dragen.

Johannes zou het goed doen maar vergis je niet.
Er is een groot verschil met Johannes, onze stoere leiders, politiek en religieus wijzen in de meeste gevallen naar zichzelf.
Stem op mij, kies mij, ik ga jullie redden !
Dat ene gebaar van de geblondeerde held aan de overkant maakt wie naast hem staat belachelijk, hij wijst alleen maar naar zichzelf.
Bewondering en weerzin allebei.
Johannes wijst niet naar zichzelf maar van zich af naar wie na hem komt.
zet een volgende stap alleen en met elkaar.
Kijk niet terug, naar hoe veilig het vroeger was maar durf vooruit te kijken.
In de tekst van toen: Wij hebben Abraham als vader.
Dat geldt ook voor ons.
Als je onzeker bent wil je terug, zoek je de veiligheid van toen.
Dat geldt voor ons kleine landje aan de zee, voor de kerk en zelfs voor de vrijzinnigen.
Ook Johannes daagt zijn publiek uit: kijk vooruit en leef zo dat je de toekomst waard bent, leef als bloesem in de wintertijd.

Wat moeten wij dan doen?
vragen de leerlingen aan Johannes.
Heb je twee stel kleren dan moet je delen met wie er geen heeft.
Ook de man van de belasting komt naar Johannes met dezelfde vraag:
wat moet ik doen?
Speel net vals, hoe actueel kun je zijn.
Johannes zou het heel goed doen in onze verwarde tijd.
Hij ziet dat vrede en recht kan bloeien als wij met z’n allen een bocht willen maken.  Hoe actueel kun je zijn.

De woeste profeet, die sprinkhanen eet, die als een zwerver leeft in de woestijn hoorde bij een groep. Hij is monnik, eigenlijk de eerste woestijnvader.
Een monnik leeft ook niet voor zichzelf maar geeft zich voor het grotere geheel
van de gemeenschap, van het koninkrijk.
Ik ben het niet waard is om de riemen van zijn sandalen los te maken.
Kijk, dat zie ik onze populaire leiders nog niet doen.
Het gaat toch om jou, om hoe jij er zo voordelig mogelijk op staat op de zoveelste selfie. Het gaat toch om jouw succes?
Bij Johannes wordt alles omgekeerd.
Johannes noemt geen naam- maar als hij van zich afwijst zegt hij:
Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur.
Johannes en Jezus horen bij elkaar. Hoe dan?

Als we inzoomen op het verhaal, wordt het beeld dieper.
Het gaat ook over jou en over mij, Johannes.
On gevoel voor rechtvaardigheid, ons ongeduld en grote mond, gele hesjes,
protest klaagt de crisis over de hele linie aan.
Dat is Johannes, dat zijn de voorlaatste dingen ook van ons eigen leven.
Tegelijk verwijst Johannes naar de laatste dingen, naar een leven in liefde voorbij aan haat en geweld.
Johannes maakt de weg vrij voor een nieuw leven, licht van liefde in ons.
Dit nieuwe begin gaat de wereld redden.
Het kwetsbare kindje Jezus in een voederbak geboren.

Afdalen in dit verhaal brengt ons diep bij ons eigen leven.
Jij met jouw levensverhaal, allemaal fragmenten weggezet, ingepakt en opgeborgen in de kast van je ziel.
Misschien zit je wel vol met pakjes die daar veilig op een plank liggen.
Nare dingen uit je jeugd, moeilijke momenten in de familie.
Akelige ervaringen in je loopbaan, op je werk. Ruzie met de buren.
Soms rolt er zomaar vanzelf, of bewust gewild, een pakje uit de kast.
Kom je uit de kast met jouw verhaal.
Pijnlijk, wil je het wel uitschreeuwen om wat jou is aangedaan.
Had ik er maar niet aangezeten, had ik het maar veilig daar laten liggen op de plank achterin mijn kast.
We pakken in wat we niet kunnen hebben.
Ik sprak van de week iemand, die ging mee naar een moeilijk bezoek. Naderhand voelde hij zich opgelucht.
Ik wist niet dat ik er tegen op had gezien. Mijn gevoel was nog ingepakt, ik kon er niet bij.
Je hebt het niet altijd voor het zeggen hoe je gevoelens zich aan je tonen.
Je weet het niet.
Soms barst de bom zomaar ineens. Val je uit, herken je jezelf even niet.
Dan valt er een pakje uit de kast. Er breekt iets …
Dat geeft ruimte op de plank waar het lag, in jou zelf.
Maar je had het zelf misschien wel anders gewild.
Er komt dan ruimte om het Licht toe te laten.
Soms heb je hulp nodig van anderen, om bepaalde pakjes uit jouw kast
aan te raken en misschien ook uit te pakken.
Heb je advies nodig wat je beter kan laten liggen waar het lag.
Soms ligt er teveel op een plank, is de kast vol, kan de deur niet eens
meer dicht.
Puil je uit van emoties en heb je geen ruimte om het Licht te ontvangen.
Jij met je kiezen op elkaar, jij met je woede, jij die roept zo kan het niet langer.

Het verhaal van Johannes de Doper laat zien dat je eigen emoties niet kunt overslaan.
First things first, zeggen we dan en zo is het ook.
Je moet erdoor, ook in je eigen persoonlijke leven.
Dan is datgene wat daaronder ligt te wachten, ook een deel van jou.
Jij, je bent op weg naar het Licht, in jou.
Maar je moet door het donker gaan, er is geen andere weg.

Misschien denk je nog eens terug aan het beeld van de kast, met heel jouw
leven erin, netjes op jaar, op rij.
Maar ook door elkaar, hoe was het ook al weer.
Hoe bestaat het dat het toen zo gelopen is…
Er zijn pakjes waar je liever niet aan komen wilt.
Laat ze rusten ergens achterin de kast.
Komt tijd komt raad.
Het verhaal van Johannes  de Doper hoort zo bij de geboorte van het licht.
Kerst moet worden voorbereid.
Je moet er doorheen, jij met je emoties, wij met ons ego, wij met altijd weer
ons eigen gelijk.
We moeten erdoorheen, met en zonder gele hesjes.
Maar ken je plaats, niet ik maar hij die na mij komt.
Ik moet minder worden zodat het licht in mij, kan ontwaken.
Dat inzicht maakt deze woeste profeet groot in de ogen van die Ene,
die ons draagt bij dag en bij nacht.
Liefde is zijn wachtwoord. Compassie is de weg.

Hij moet groeien, dat kan alleen als ik kleiner kan worden…
Ik wil afsluiten met nog eens de woorden van Rumi,
een profeet uit de traditie van het Soefisme, de mystieke tak van de Islam.
Loop niet weg van de nacht
als je om de maan vraagt.
Loop niet weg voor de doornen
Als je om een roos vraagt.
Loop niet weg van jezelf
als je God zoekt.