Naamgeving

Delft, 30 dec. 2018
naamgeving
Overdenking,

Historie in cirkel (De besnijdenis van Jezus, Luc. 2:21); Nederlands Openluchtmuseum

We keren deze dagen in, dat gaat voor mij vanzelf.
En dan met Oudjaar knalt het eruit want ik ben gek op vuurwerk.
Waar kijk jij op terug en waar kijken we als gemeenschap op terug.
Natuurlijk was daar het afscheid van de Waalse kerk, de verhuizing en het warme welkom hier in de Lutherse kerk.
Met de kapel van Abtswoude als veilige thuisbasis maakten we een nieuw begin.
We kijken terug, ook ieder van ons persoonlijk.
Waar kreeg jij energie van en wat benauwde je, wat deed pijn?
Voor mij zijn het de mensen die ik ontmoet en waar ik mee samenwerk.
Wat is er veel gedeeld; het houdt mij bezig zoals die ene ontmoeting nog niet
zo lang geleden.
Hij was tamelijk geleerd, maar stelde mij de eenvoudige  vraag:
Hoe moet ik leven? Kun je mij daar bij helpen.
Ik zag zijn flat voor me vol met boeken en nog eens boeken.
Even ging het door me heen, heb je de sleutel van het leven dan nog niet gevonden met al die wijsheid om je heen?
We kwamen in gesprek en zijn verlegenheid raakte me.
Zijn vraag was oprecht.
Er is een soort van omslag aan de gang.
Ik zie het aan de jonge mensen. Zij zijn onbevangen en stellen hun vragen.
Zij komen met Kerstavond naar de kerk, nieuw. Een vriendin van mijn zoon, vroeg aan tafel de volgende dag: waar ging het over?
Van huis uit niets mee gekregen en dan die eenvoudige vraag:
waar ging het over, wat is Kerst eigenlijk en wat heeft dat met mij te maken?
Ik zie dat veel jonge mensen intuïtief aanvoelen dat er ze een soort van bodem missen, een kader. Een frame- een kompas.
Ze zijn op zoek, en kloppen aan.
Misschien ook bij jou voor een goed gesprek.
Met die ene vraag waar gaat het dan echt om?
We kijken terug, zo aan het einde van het jaar.
Dat doen de media, dat doen wij hier met elkaar, dat doe je misschien ook zelf tussen de oliebollen door.

Vandaag kijken we terug, niet alleen naar ons eigen leven maar ook naar een eeuwenoud verhaal.
Vandaag de zondag na Kerst, een kort bericht.
Een verloren tweet, eigenlijk. Zo vlak na de herders in het veld.

Na acht dagen wordt het kind, geboren in een stal, besneden en krijgt de naam Jezus. Vanwege de hygiëne is dit ritueel al eeuwenlang onderdeel van de cultuur daar in het Midden- Oosten.
Hier ingebed in de traditie van de Joden.

Het kindje Jezus, hoort bij dat oude geloof van Israël.
Niet als een vaag idee, niet als een filosofie uit een van de boeken in die kast van meneer maar als een program voor jouw leven.
De naam die dit kindje krijgt is Jezus. Dat betekent: God redt.
Hij gaat leven op een manier, die heilzaam is voor iedereen.
Het gaat niet om het geloof in deze ene mens Jezus maar om het geloof van
die ene mens Jezus.

Zijn leven is zijn program, is ons program; zo kan het.
Dit de weg is- niet jij in het middelpunt maar die ander, de lens wordt gedraaid.
Het beeld wordt scherp:
Dit ene inzicht zet een koers uit voor je hele leven.
De ander, wij met elkaar.
Ik als onderdeel van dit grote geheel ben geraakt door jouw verhaal.
Met de geboorte van dit vluchtelingenkind wordt de toon gezet.
Een man en een vrouw hoogzwanger met alleen maar een ezel op weg naar Bethlehem, huis van brood, huis van een nieuw begin.
Als eerste komen de herders, die nog  stinken naar de drank.
Zij eren dit nieuwe begin in dit kwetsbare kind, geboren op stro.
Dat zijn de spelers van het spel bij Lucas.
Daarna komen de koningen van ver.
God redt betekent zijn naam.
Jezus niet als superheld maar als programma voor je eigen leven.
Als iemand die naast je loopt, als jij het niet meer ziet zitten.
Dat ben jij want je draagt het licht in je, het innerlijk licht van de grote liefde. Vanuit die ene vraag: waar gaat het over?
Vanuit dat ene antwoord: Niet ik maar jij, en dan gaat het tegelijk om wij met elkaar en dus ook over mij. Niet om mij alleen, maar het gaat over mij als deel van een groot nieuw verhaal, van wij met elkaar.
Waar ben ik nodig? Niet wat heb ik nodig maar waar ben ik nodig.
Dan valt vanzelf ook op zijn plek wat jij nodig hebt.
Dat gaat die ander aan jou laten zien.
Waar ben ik nodig?
Het is de het antwoord als vraag van de dure meneer met zijn volle boekenkast. Zijn vraag aan mij was: Hoe moet ik leven?
Waar ben ik nodig? Was mijn tegenvraag.
Dan ben jij ook zelf het program- Jezus. God redt, jij bent het.
God als metafoor is zo gek nog niet. Beeld van liefde, van compassie.

Vandaag kijken we terug.
We nemen het afgelopen jaar nog een keer door met elkaar en jij ook alleen. Wat waren toppers en waar wil je liever niet aan terug denken?

We kijken misschien ook breder.
Alweer een jaar voorbij.

Hoe moet het verder met zo’n groeiende ongelijkheid tussen rijk en arm?
Tussen wie slaagt en wie aan de kant komt te staan.
Zijn we wel op weg, of lopen we achteruit, een blinde toekomst tegemoet…

Jouw leven, ingeweven in een veel groter geheel van tijd en tijdloosheid.
gevoelens van leegte, van leven zonder zin.
Ook dat mag er zijn. Vandaar dat ene gedicht.
Tijd, van Rutger Kopland.
Het maakt alles misschien wat zachter, zo aan het einde van het jaar.
Kom je thuis in jezelf met de woorden van tijd.
Want we kijken niet alleen terug en vooruit maar we kijken ook naar binnen.
We staan even stil, we nemen de tijd om bij de tijd te blijven.

Tijd, het is vreemd mooi, nooit zullen we weten wat het is.
En toch hoeveel van wat er in ons leeft is ouder dan wij,
hoeveel zal ons overleven?
Zoals een pasgeboren kind kijkt alsof het kijkt naar iets in zichzelf,
iets ziet daar wat het meekreeg … en dan:
Het is vreemd maar ook vreemd mooi te bedenken dat ooit niemand
meer zal weten dat wij zelf ooit hebben geleefd …
Niet de tijd gaat voorbij maar jij, en ik
buiten onze gedachten is geen tijd.

Ik vraag mij af is er buiten ons, nog wel het program?
Is dit ene, waarvan we nu opnieuw het begin vieren, is dit ene niet sterker dan mij eigen leven. dat program- Jezus, God redt?
Waar jij dit zegel op je ziel wilt dragen behoor je toe aan dit ene program, het is vol van liefde en daarom zelfs sterker dan de dood.
Groter en dieper dan mijn eigen leven.
Waar jij dit zegel van liefde en compassie wilt dragen op je ziel, daar ben je
deel van die Ene, die ons leven draagt bij dag en bij nacht voor nu en altijd.

We stonden deze zomer op de rand van een dal
om ons heen alleen de wind.