Verlos ons van de boze

Delft 17 maart 2019
Luc.4: 1- 13 Overdenking,

James A. Wehn - Chief Seattle bust 01

James A. Wehn – Chief Seattle bust 01

Lang geleden, de kinderen waren nog klein, was Zwitserland favoriet voor een vroege zomervakantie. We konden een chaletje huren van vrienden hoog in de bergen. Vlakbij het huisje was een heel mooi paadje met aan beide kanten de meest prachtige bloemen die in juni allemaal tegelijk in bloei stonden.
Zo zuiver in de zon dat je alles even was vergeten.
Een plekje waar niemand heeft aangezeten … we noemden het- ons paradijspaadje.
Het kwam niet in ons op om ook maar een van de bloemen te plukken.
Wij waren zogezegd even op visite bij dit plekje van moeder aarde.
Of het er nog is? Ik weet het niet, misschien dichtgegroeid, of omgeploegd
voor een nieuwe ski- lift.
Jouw paradijsplekje kan heel dichtbij zijn.
In het park, op je balkon of in de achtertuin zoals nu ook bij ons.
Je kunt er zomaar gaan zitten en even zomaar zijn, op visite en toch thuis.
Teer en kwetsbaar.
Ik vertelde erover bij de voorbereiding voor deze dienst.
Willen we anders omgaan met moeder aarde die ons het leven geeft?
Ben jij deel van een  veel groter geheel?
Hoe kun je dat voelen?
Niet de witte boorden maar de kinderen gaan ons voor.
Bij hun protesten liep een scholier mee met het bord:
Klimaatsverandering is erger dan Voldemort, een verwijzing naar de boze tovenaar uit Harry Potter.
Er woedt een strijd, buiten ons en ook in ons over de gekte van het bestaan …
je kunt het niet meer meemaken wat er in een paar dagen tijd gebeurt.
als je het nieuws tenminste nog wilt volgen.
Er woedt een strijd, buiten ons en ook in ons over de gekte van het bestaan…

Afgelopen woensdag hadden we een diepgaand gesprek over de laatste bede
van het Onze Vader, Verlos ons van de boze, van het kwaad.
Hoe dan en waar dan?
We deelden ervaringen uit ons eigen leven.
De harde strijd op mijn school waar de kinderen opgejaagd worden door hun ouders en docenten, om nog beter te presteren. Voor wie eigenlijk?

Ik wil hier niet meer aan meedoen, zei een van ons. Zelf docent.
Het kwaad is dichtbij- waar we waar we elkaar buitensluiten.
Het gesprek niet meer willen aangaan. De diabolos, is de fluisterstem die ons bij elkaar weghaalt en verdeeldheid zaait. Ongemerkt doet zij haar werk.
Van binnen, woekert zij verder als ze eenmaal beet heeft.
Zij gooit de boel door elkaar, zet mensen tegen elkaar op.
Thuis, op de werkvloer en in onze vriendenkring en op andere plekken.
Het kwaad is grof in de mond maar ook venijnig tot je er misselijk van wordt.
Zij trapt de mooie bloemen van ons paradijspaadje plat zonder er erg in te hebben. Dat gebeurt aan de lopende band om ons heen.
In de grote wereld en in ons eigen leven met verbaal geweld, of met het vermijden van contact.
Maar ook diep in onszelf- de fluisterstem, die je onzeker wil maken…

Daarom hebben we het verhaal gelezen van de verzoeking in de woestijn.
Het hoort bij deze periode voor Pasen, een tijd van inkeer en van bezinning.
Ben ik wel goed bezig?
Zijn we met elkaar op de goede weg, ook in onze geloofsgemeenschap?
Veertig dagen vanouds apart gezet. Wat mooi dat we het nog niet zijn kwijtgeraakt.
Tijd vrijmaken om ruimte te maken, om onkruid te wieden zodat het paradijspaadje weer zichtbaar wordt. Open- teer en kwetsbaar.
Dat ene plekje wat mij voedt, waar ik mij terug kan trekken.
Dat ene plekje waar ik steeds weer naar terug verlang. Lukt dat voor jou?

Jezus is alleen, geen eten en nauwelijks te drinken.
Geen God om zich heen, geen bescherming en geen kompas.
Blootgesteld aan de chaos van voor de schepping.
Vrij spel voor het kwaad:
Kom op wees een vent en spring van het dak van de tempel.
Vrij vertaald: het is aan jou, jij  kunt winnen.
Maar je put jezelf en de aarde uit.
Geforceerd om nog meer te presteren op school en op de werkvloer.
Beter, harder, nog sneller…
Kan het roer nog om?
Is er nog een verlangen naar het paradijspaadje van toen of wordt alles langzaam uitgeveegd?
Blijven wij achter als een stelletje dwazen die de weg kwijt zijn geraakt?
Het enige antwoord wat Jezus geeft:
je mag God niet op de proef stellen.
Niet nog beter, harder, sneller- kom op je kunt het!
Mag je nog wel kwetsbaar zijn?
Ik zie het ook bij de kinderen van de pizzaclub- tot we die ene vraag trokken: Waar ben je bang voor?
Er viel een stilte, er kwam ruimte.
het was even klaar met de stoere praatjes.
Toen kwamen er levensgrote vragen op tafel.
Hoe moet het als ik groot ben? Wat is er als ik er niet meer ben?
Waar heb ik dan mij best zo voor gedaan?
Vragen aan de leegte zelf, kostbaar en kwetsbaar.
Verloren en verlaten. Midden in de leegte van het leven.

Zoals ook Jezus met lege handen staat zomaar ergens langs de snelweg
van het leven.
Veertig dagen- een levenlang.

En toen werd het gesprek zachter, we kwamen dichterbij elkaar.
Er ging iets open tussen ons, even maar kostbaar en kwetsbaar.
De weg loopt dood als je wordt aangemoedigd om alleen maar voor jezelf te vechten, voor jouw cijfers op school en jouw plek in de maatschappij.
Jezus kan alleen nog maar naar het begin wijzen- stel God niet op de proef.
koester jouw leven, verbonden met de ander- met alles wat om je heen is.
Met alles wat leeft.
Daarin ligt het geheim van het leven.
Daarom gaat er een wissel om met de laatste woorden van dit ene verhaal van het begin: de wilde dieren en engelen dienden hem.
Er komt rust- helpers van de Ene, beschermen ook ons tegen het kwaad.
Jezus, die zijn leven eindigt als de allergrootste looser,
gaat ons voor naar die andere wereld.
Hij opent ons en verbindt ons aan elkaar met zijn liefde als enige wapen.
in ons kwetsbaar zijn ligt onze kracht-
Zo leert hij ons de tien woorden te behoeden en te bewaren.

Overal waar hij komt leidt hij de mensen naar dat ene, diep van binnen waar
het goed is. Daar waar de wilde dieren zijn getemd.
Daar waar er ruimte is voor jou met je pijn en met je kwetsbaarheid.
Jij met je pijn en met je littekens van het leven.
Dat kompas- gaat ons verbinden, behoeden en bewaren.
Niet langer in de arena van een opgefokt leven.
Maar thuiskomen in een ander leven, in een wereld waar we eigenlijk op
visite zijn.
Diep in ons verlangen we naar die rust en eenvoud.
Naar een nieuwe moederbinding- onze aarde.
Misschien wel zoals wij steeds het paradijspaadje probeerden terug te vinden. Zou het er nog zijn? Ik laat het maar liever open…

Stel God niet op de proef, want daarmee maak je het leven kapot.
Je knelt de liefde af, je maakt alles uiteindelijk gewoon dood.
Zoek je paradijsplekje, alleen en met elkaar. Het is echt heel dichtbij.
koester die momenten met elkaar en ook alleen.
Het is balsem voor je ziel en verjaagt de spoken van de nacht
Daar zullen duizend bloemen bloeien, als een oase in de woestijn.
Zo behoeden we elkaar en bewaren de aarde.
Weet dat je te gast bent – bij elkaar en in dit leven.

Met de woorden van de oude indianen,
uitgemoord door de witte boorden van Washington:
Wat er gebeurt met de aarde, gebeurt er met ons en met onze kinderen.
Dit weten wij: de aarde behoort niet aan de mens.
Wij behoren aan de aarde.
Dit weten wij: alles hangt samen als het bloed dat een familie verbindt.
Alles hangt met alles samen. De mens heeft het web van het leven niet geweven. Hij is slechts één draad ervan.
Wat hij met het web doet, dat doet hij met zichzelf.
Uit de toespraak van opperhoofd Seattle.